Vrijdag in de eenentwintigste week
          van het even jaar
Eerste lezing: 1 Korintiërs 1,17-25
Evangelie: Matteüs 25,1-13



Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd hield Jezus zijn leerlingen deze gelijkenis voor:
“Het zal met het Rijk der hemelen zijn als met tien meisjes
die met hun lampen uittrokken, de bruidegom tegemoet.
Vijf van hen waren dom, de andere vijf verstandig.
Want de domme namen wel hun lampen mee, maar geen olie;
de verstandigen echter namen met hun lampen tevens kruiken olie mee.
Toen nu de bruidegom op zich liet wachten,
dommelden zij allen in en sliepen.
Maar midden in de nacht klonk er geroep:
Daar is de bruidegom! Trekt hem tegemoet!
Meteen waren al de meisjes wakker en maakten hun lampen in orde.
De dommen zeiden tegen de verstandigen:
Geeft ons wat olie, want onze lampen gaan uit.
Maar de verstandigen antwoordden:
Neen, er mocht eens niet genoeg zijn voor ons en jullie samen.
Gaat liever naar de verkopers en haalt wat voor jezelf.
Maar terwijl zij onderweg waren om te gaan kopen, kwam de bruidegom,
en die klaar stonden, traden met hem binnen om bruiloft te vieren;
en de deur ging op slot.
Later kwamen ook de andere meisjes en zeiden: Heer, heer, doe open!
Maar hij antwoordde: Voorwaar, Ik zeg u: Ik ken u niet.
Weest dus waakzaam, want gij kent dag noch uur.”


Homilie  

Meteen aan het begin van zijn eerste brief aan de Korintiërs stoot Paulus door naar het hart van het evangelie: de boodschap van het kruis, precies dat wat de wereld niet wil horen. Het woord van het kruis redt en oordeelt. Het kruis redt degene die er Gods kracht in herkent en het oordeelt degene die het als dwaasheid afwijst. Aan het kruis komt het tot een beslissing over dood of leven, vonnis of heil. De echte, dodelijke dwaasheid is aan de zijde van de wereld: "De wijze, de geleerde, de redetwister van deze tijd, waar zijn zij? Heeft God de wijsheid van deze wereld niet tot dwaasheid gemaakt? In Gods Wijsheid heeft de wereld met al haar wijsheid God niet gevonden" (1 Kor 1,20). Omdat de wijsheid van deze wereld niet heeft kunnen doorstoten tot wie God is en zijn bedoelingen, moest God er wel toe besluiten de wereld te benaderen met de dwaasheid van het kruis.

De dwaasheid van het kruis is niet de dwaasheid of ongerijmdheid van de 'mantra', die de Indische wijze opzegt om zijn verstand te kruisigen en het zo te overstijgen, maar het is de dwaasheid van de liefde, die de mens zichzelf doet verloochenen en zijn kruis op zich nemen en zo zijn eigenliefde overstijgen. De dwaze liefde van God, die Zich door zijn eigen schepselen aan het kruishout laat vastspijkeren, nestelt zich in het hart van de gelovige en maakt hem waakzaam om die liefdevolle God opnieuw te mogen ontmoeten en zich eens geheel met Hem te mogen verenigen: "daar is de Bruidegom, trekt Hem tegemoet". Tot de dwaze meisjes die geen olie in hun lampen hadden meegenomen - wier hart leeg was, gericht op het aardse - zegt de Heer: "Ik ken u niet".  Wat zoveel betekent als: er is niets tussen Mij en u. Maar tot de verstandige meisjes zal de Heer zeggen: 'Ik ken je. Er is iets tussen ons gegroeid, jullie hart is vol van Mij, kom voor altijd binnen in mijn woning, in mijn Hart.'

In de eucharistie mogen wij een voorsmaak hebben van dat gezegende moment. In het heilige geheim van de consecratie beleven wij zijn dwaze liefde tot het uiterste en bij de communie vieren wij dat Hij ons kent en Zich nu al met ons wil verenigen.