Donderdag in de eenentwintigste week
           van het oneven jaar
                                    Heilige Monica


Eerste lezing: 1 Tessalonicenzen 3,7-13  
Evangelie: Matteüs 24,42-51


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs


In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Weest waakzaam, want gij weet niet op welke dag uw Heer komt.
Begrijpt dit wel:
als de eigenaar van het huis wist op welk uur van de nacht
de dief zou komen, zou hij blijven waken
en in zijn huis niet laten inbreken.
Weest ook gij dus bereid,
omdat de Mensenzoon komt op het uur,
waarop gij het niet verwacht.
Wie is dus de trouwe en verstandige knecht,
die de heer over zijn dienstvolk heeft aangesteld om hun op tijd
het eten te geven?
Gelukkig die knecht als de heer bij zijn komst
hem daarmee bezig vindt.
Voorwaar, Ik zeg u:
hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit.
Maar is die knecht slecht en zegt hij bij zichzelf:
mijn heer blijft nog wel een poosje weg,
en begint hij de andere knechten te slaan
en eet en drinkt hij met dronkaards,
dan zal de heer van die knecht komen
op een dag waarop hij het niet verwacht
en op een uur dat hij niet kent;
en hij zal hem vierendelen
en hem het lot doen delen van de huichelaars.
Daar zal geween zijn en tandengeknars.”

Homilie        

Proeft U ook iets van een tegenstelling tussen de sfeer van de beide lezingen? In de eerste lezing is het vandaag, net als gisteren trouwens, één en al innigheid: "Dag en nacht bidden wij Hem met de grootste vurigheid dat wij u mogen weerzien ... moge de Heer u overvloedig doen toenemen in de liefde voor elkaar en voor allen, zoals ook onze liefde uitgaat naar u ... we waren u zo innig genegen, dat wij u graag mét het evangelie ons eigen leven hadden geschonken; zo lief waart gij ons geworden." En het evangelie: weest waakzaam. Dat klinkt een beetje als 'pas op, hoor, want vader komt eraan.' En dan een vaderfiguur van vroeger: “... hij zal hem vierendelen en hem het lot doen delen van de huichelaars. Daar zal geween zijn en tandengeknars." “Weest waakzaam." Dat klinkt zo dreigend. En die dreigementen worden ook uitgesproken.

Maar als je waakzaam nu eens zou vertalen met: weest attent. Zoals in de omgang tussen geliefden. Daar zijn beiden er juist opuit om elkaar in heel kleine dingen attenties te bewijzen en zo voorkomend te zijn. Dat vraagt waakzaamheid, alertheid, scherpte. Waakzaamheid betekent, dat je voor God meer aandacht opbrengt dan voor wie of wat dan ook, dat je niet zo opgaat in zorgen, zaken en mensen, dat je niet zo met aardse omgaat, dat je er in opgaat; "want de wereld die wij zien, gaat voorbij" (1 Kor 7,31). Kortom, dat je God voor laat gaan, zoals een bruidegom zijn bruid. In de liturgie krijgt onze Bruidegom alle égards. Daar ontbreekt niets aan onze liefde. Maar doen wij dat ook van binnen?