Eerste lezing: 1 Tessalonicenzen 2,1-8
Evangelie: Matteüs 23,23-26
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd sprak Jezus:
Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars!
Gij betaalt wel tienden van munt, anijs en komijn,
maar het gewichtigste van de Wet:
rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw verwaarloost ge.
Het ene moet men doen en het andere niet laten.
Blinde leiders, die de mug uitzift en de kameel doorslikt!
Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars!
De buitenkant van beker en schotel maakt ge schoon,
maar van binnen zijn ze gevuld met roof en genotzucht.
Blinde Farizeeër,
reinig eerste de beker van binnen,
dan wordt de buitenkant vanzelf rein.
Homilie
Paulus' prediking heeft succes gehad: Wij zeggen God dank voor u allen, telkens wanneer wij uw naam noemen in onze gebeden. Onophoudelijk gedenken wij voor het aanschijn van God, onze Vader, uw werkdadig geloof, uw onvermoeibare liefde en uw standvastige hoop op onze Heer Jezus Christus. Wij weten, broeders, dat God u liefheeft en dat gij door Hem zijt uitverkoren, want wij hebben u het evangelie verkondigd niet alleen met woorden maar met kracht en heilige Geest en volle overtuiging (1 Tes 1,2-5). Daar is het niet bij gebleven. Zij hebben volgehouden. Een nieuw bewijs van de echtheid van hun geloof, van het succes van Paulus' prediking: En gij van uw kant zijt navolgers geworden van ons en van de Heer, toen gij het woord hebt aangenomen onder allerlei beproevingen en toch met de vreugde van de heilige Geest. Gij zijt een voorbeeld geworden voor alle gelovigen in Macedonië en in Achaia ... allerwegen is uw geloof in God bekend geworden" (1 Tes 1,6-8).
Maar na een tijdje gaat er iets gebeuren, want het evangelie, het woord van God, is iets levends. Het woord wordt anders verstaan. Er worden andere accenten gelegd, door de druk van de omstandigheden, door andere invloeden. Daardoor kan het gebeuren, dat de boodschap verdraaid wordt. Dan komt Paulus in zijn brieven erop terug. 'Je moet dat niet zo verstaan.' Of: 'jullie hebben er dit van gemaakt.' Zo functioneert het leergezag in de Kerk nog steeds. Het leergezag is de begeleiding van het experiment Jezus Christus in de geschiedenis. De constituties, de heilige regel van een kloostergemeenschap, functioneren op soortgelijke wijze: het begon met een charisma, een vonk van heilig vuur in het hart van de stichter. Nu moet dit brandend blijven bij volgelingen, die niet op dezelfde wijze zijn geraakt, met dezelfde intensiteit, die leven in andere tijden, in andere omstandigheden. Hoe moeilijk is het om in heel andere omstandigheden het vuur brandend te houden!
Wat was de eigenlijke moeilijkheid bij de Thessalonicenzen? Zij waren vurig geworden, hun harten waren brandend geworden door het woord van Hem die gekomen is om vuur op aarde te brengen, ze waren niet meer van deze wereld. Ze hadden er veel voor over gehad. Beproevingen, vervolgingen, verdrukkingen: "Wij roemen dan ook over u in de gemeenten van God, omdat uw geloof stand houdt onder al de vervolgingen en verdrukkingen die gij moet verduren" (2 Tes 1,4). Edelmoedig waren zij. Maar dan komt de neiging te hoog te zijn, een beetje high te worden. Ze gaan ongeregeld leven, laten zich meeslepen door hun gevoelens, hun emoties ze "verliezen gauw hun bezinning en laten zich opschrikken door profetieën of uitspraken of een brief die van Paulus afkomstig zou zijn" (2 Tes 2,2), ze gaan "werkeloos rondhangen en beginnen zich met alles te bemoeien" (2 Tes 3,6.11-12). Kortom, ze lijden aan de bekoring van de eerste ijver, een ijver zonder maat, zonder discretie, zonder onderscheid: vuur zonder vorm, geest zonder letter. Het is de tegenovergestelde bekoring van de Farizeeën en schriftgeleerden zoals Jezus die ons vandaag in het evangelie ten voeten uit tekent: vorm zonder vuur, letter zonder geest, aandacht voor de buitenkant, zonder oog voor de binnenkant: "De buitenkant van beker en schotel maakt ge schoon, maar van binnen zijn ze gevuld met roof en genotzucht."
Echt of niet echt. Zuiver wol, zuiver katoen of synthetisch, ze kunnen alles namaken. Dat was toen ook al. Heeft Paulus het niet over de waarachtige God, de echte. Blijkbaar had je toen ook niet-echte goden, schijngoden. Tegenover waarachtig, waar, echt, had je toen het woord: ijdel. De goden van de heidenen zijn ijdel. Dat is niks, niet echt, je hebt er niets aan. We kunnen de natuur imiteren, net doen alsof, echte parels of imitatie parels, synthetische, nagemaakte. We kunnen de natuur nadoen, na-apen. Wat een aap doet in het circus, servet voor, vork en mes in de hand, eten van een bord tot vermaak van het volk. Ze noemen de duivel wel de aap van God, hij aapt God na, hij doet alsof. Zo ook in het godsdienstige. Tegenwoordig heb je in het godsdienstige een geweldige na-aperij. Alle dingen van onze godsdienst worden nageaapt door de wereld.
Een retraitehuis was iets van de godsdienst, maar tegenwoordig heb je retraitehuizen voor het wereldse, cursussen, trainingen, technieken om je te ontspannen, oefeningen in het zich loslaten, wij zouden zeggen: heilige onverschilligheid. Dat bestaat allemaal. Je kunt het je zo gek niet bedenken of er is een aanbod van en er wordt gretig gebruik van gemaakt. Dat is nu zo, maar het is altijd zo geweest. Wat doet Paulus niet een moeite om zich tegenover zijn parochianen te presenteren als iemand die het echt meent! Dat hij niet optreedt als een handelaar in geestelijke waren om mensen het geld uit de zak te kloppen. Nee, zegt hij, ik heb met mijn eigen handen gewerkt. Het was niet om er beter van te worden. Hij deed het voor niets.
Dat er zoveel onechtheid, theater, in de godsdienstbeleving was, was voor Jezus misschien wel het grootste obstakel. Er was wel de godsdienst van het Oude Verbond en een godsdienstige beleving in de wereld om Hem heen, dat was ook een godsdienst van het hart, maar er was ook heel veel schijngodsdienstigheid, schijnvertoning, doen alsof. Daarom gaat Hij zo tekeer tegen huichelarij. Geen namaak, echt. Wat is het bewijs dat Jezus wel echt is, dat Hij niet net is als die anderen? Hij riskeert de woede van de smaakmakers. Als je praat zoals Jezus, moet je niet denken dat de smaakmakers die de toon aangeven in het openbare leven, de beheerders van de publieke opinie, je gunstig gezind zullen zijn. Die zullen boos worden, woedend, ze zullen je naar het leven staan. Juist door zo te spreken, bewijst Jezus dat Hij echt is.
In de godsdienst van het hart is er niets ergers dan doen alsof. Jezus heeft er zelfs zijn leven voor over om dat te voorkomen. Echt. Hij geeft zijn Hart, Hij geeft Zichzelf, helemaal. Het zijn niet alleen maar woorden. Daarom houdt het in de viering niet op bij de woorden. Nee, na de woorddienst laat Hij zien dat het echt is, dat de woorden uit zijn hart komen, uit de diepte van zijn vereniging met de Vader. Daarom gaat de eucharistie door met het geven van het Leven bij de consecratie en de communie.