Eerste lezing: 1 Tessalonicenzen 4,1-8
Evangelie: Matteüs 25,1-13
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd hield Jezus zijn leerlingen deze gelijkenis voor:
Het zal met het Rijk der hemelen zijn als met tien meisjes
die met hun lampen uittrokken, de bruidegom tegemoet.
Vijf van hen waren dom, de andere vijf verstandig.
Want de domme namen wel hun lampen mee, maar geen olie;
de verstandigen echter namen met hun lampen tevens kruiken olie mee.
Toen nu de bruidegom op zich liet wachten,
dommelden zij allen in en sliepen.
Maar midden in de nacht klonk er geroep:
Daar is de bruidegom! Trekt hem tegemoet!
Meteen waren al de meisjes wakker en maakten hun lampen in orde.
De dommen zeiden tegen de verstandigen:
Geeft ons wat olie, want onze lampen gaan uit.
Maar de verstandigen antwoordden:
Neen, er mocht eens niet genoeg zijn voor ons en jullie samen.
Gaat liever naar de verkopers en haalt wat voor jezelf.
Maar terwijl zij onderweg waren om te gaan kopen, kwam de bruidegom,
en die klaar stonden, traden met hem binnen om bruiloft te vieren;
en de deur ging op slot.
Later kwamen ook de andere meisjes en zeiden:
Heer, heer, doe open!
Maar hij antwoordde: Voorwaar, Ik zeg u: Ik ken u niet.
Weest dus waakzaam, want gij kent dag noch uur.
Homilie
Bij de komst van onze Heer Jezus Christus met al zijn heiligen moet u onberispelijk zijn in heiligheid voor het aanschijn van God." Dat waren de laatste woorden van Paulus in de eerste lezing van gisteren uit de brief aan de Tessalonicenzen. Christenen moeten hun wijze van leven daarop afstemmen. Jezus zegt in de parabel: zij moeten waakzaam zijn, dat wil zeggen in een geloofshouding leven. Paulus zegt: zij moeten leven volgens "een aan God welgevallige levenswandel", niet zoals de heidenen: zij moeten zich onthouden van ontucht (porneia), in het huwelijk moeten zij "met hun vrouw leven in heilige tucht en eerbaarheid, zonder zich door hartstocht te laten meeslepen zoals de heidenen, die God niet kennen" en niet een andere man tekort doen door met diens vrouw te gaan. Wie God kent, laat zich niet meeslepen door hartstocht voor wat God geschapen heeft, maar door God zelf.
Het is moeilijk om je leven af te stemmen op de ontmoeting met onze Heer Jezus, want Hij komt onze geschiedenis binnen van buitenaf. Je kunt Hem dus niet zien aankomen. Hij komt voor iedereen onverwacht, plotseling: "Midden in de nacht klonk er geroep: Daar is de bruidegom! Trekt Hem tegemoet!" Van alle bruidsmeisjes, dommen en verstandigen, staat er dan ook, dat zij indommelden en sliepen.
"Midden in de nacht." Zoals de geboorte van Jezus en de verrijzenis midden in de nacht plaatsvonden. De oudste zondagsvieringen waren daarom 'vigilie'vieringen, nachtwaken. Men waakte de nacht door om bij het aanbreken van het ochtendlicht Christus te begroeten als het Licht van de wereld. Ook onze zondagse eucharistievieringen zijn rustpauzes op de lange weg van de geschiedenis om het perspectief van ons leven scherp te stellen: we zijn op weg naar "de komst van onze Heer Jezus met al zijn heiligen" (1 Tes 3,13): 'Heer Jezus, wij verkondigen uw dood en wij belijden tot Gij wederkeert dat Gij verrezen zijt.' Deze verwachting weerhoudt ons ervan extreme verwachtingen te koesteren van mensen en dingen buiten God. Wij verwachten onze Bruidegom van buiten de grenspalen van de geschiedenis. Van die bruiloft buiten de geschiedenis krijgen wij binnen de geschiedenis een voorproef in de eucharistie. Daar lopen wij op de toekomst vooruit. Wij vieren niet alleen een herinnering uit het verleden, maar tevens dat wij deel hebben aan de definitieve ontmoeting met Christus aan het hemels bruiloftsmaal: 'Zalig zij die genodigd zijn aan het bruiloftsmaal van het Lam' (uitnodiging voor de heilige communie). Het is dan even de hemel op aarde. Dezelfde werkelijkheid als in de hemel, maar verborgen achter de tekensluier van brood en wijn.
Met deze parabel wil Jezus ons vermanen niet zo met het aardse om te gaan, dat wij erin opgaan. "Want de wereld die wij zien, gaat voorbij!(1 Kor 7,31) Er spreekt een onverbiddelijkheid in de woorden: en de deur ging op slot... Voorwaar, Ik zeg u: Ik ken u niet!" Maar deze onverbiddelijkheid moet gezien worden in functie van de liefde. Hij wil ons toch zo graag bij Zich in de hemel hebben! Het wordt gezegd opdat dit juist niet zou gebeuren. Het zijn geen voorspellingen van wat er gaat gebeuren, maar waarschuwingen om te voorkomen dat het gaat gebeuren.