Vrijdag in de tweeëntwintigste week
            van het even jaar
Eerste lezing: 1 Korintiërs 4,1-5 [III 261];
Evangelie: Lucas 5,33-39 [III 262]


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd zeiden de schriftgeleerden en Farizeeën tot Jezus:
“De leerlingen van Johannes vasten dikwijls
en verrichten gebeden;
die van de Farizeeën doen dat ook,
maar de uwen eten en drinken.”
Jezus antwoordde:
“Kunt gij soms de vrienden van de bruidegom laten vasten,
zolang de bruidegom bij hen is?
Er zullen echter dagen komen,
dat de bruidegom van hen is weggenomen
en dan, in die tijd, zullen ze vasten.”
Hij gaf hun ook nog een gelijkenis:
“Niemand scheurt een lap van een nieuw kleed
om daarmee een oud te verstellen;
anders verscheurt hij immers niet alleen het nieuwe kleed,
maar de lap uit het nieuwe past bovendien niet bij het oude.
En niemand doet jonge wijn in oude zakken;
anders doet de jonge wijn de zakken bersten,
hij loopt eruit en de zakken gaan verloren.
Maar jonge wijn moet men in nieuwe zakken doen.
En niemand die oude wijn gedronken heeft, wenst jonge;
hij zal zeggen: de oude is best.”

Homilie      

“Ik oordeel niet eens over mijzelf … want de Heer is het die over mij oordeelt."
Als men ergens geloof in God aan kan herkennen, dan is het wel, dat iemand niet over anderen oordeelt, niet over anderen of over zichzelf een oordeel uitspreekt, over zijn persoon, over de goedheid of slechtheid van iemands wezen. "Oordeelt niet, dan gij zult niet geoordeeld worden" (Lc 6,37), dat wil niet zeggen dat men geen oordeel mag vellen over iemands gedrag of woorden, dat men, om in de termen van een van Jezus' eigen parabel te spreken, geen onderscheid zou mogen maken tussen tarwe en onkruid. Je mag wel zeggen: dat is onkruid, dat is slecht gedrag. Je mag niet zeggen: die is onkruid, die is slecht, hij of zij deugt niet, en moet daarom worden uitgerukt uit de gemeenschap der gelovigen. Zolang het laatste oordeel niet is aangebroken, kan voor de gelovige onkruid altijd nog tarwe worden. Aan God alleen komt het oordeel toe. Mensen laten zien dat ze echt in God geloven, als zij zich niet voortijdig het oordeel toe-eigenen. Hoe verder een samenleving van het christendom afraakt, des te sterker wordt de neiging om het oordeel over mensen over de grenspalen van de geschiedenis naar voren te halen en Godsoordelen aan te richten over groepen, klassen, standen en rassen. Christenen kennen geen Godsoordeel vóór het laatste oordeel. Zij kennen alleen Godsvrede. Zolang de wereld duurt "triomfeert de barmhartigheid over het oordeel, want onbarmhartig zal het oordeel (van God) zijn voor hem die geen barmhartigheid heeft bewezen" (Jac 2,12).

Norm voor oordelen is Jezus alleen. Hij is niet gekomen om te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered door de barmhartigheid. Daarom betekent zijn komst en aanwezigheid vrede en vreugde. En dan wordt er niet gevast. Vasten is een teken van boete en droefheid, van wachten op vergeving en hulp. In het Oude Testament was het vasten nauw verbonden met het wachten op de komst van de Messias. De leerlingen van Jezus vasten niet, want ze staan al met beide voeten in de heilstijd met alle vreugde van dien, terwijl de leerlingen van Johannes de Doper en de Farizeeën nog in het duister tasten. Er zal een tijd aanbreken om te vasten, wanneer de Bruidegom van hen zal zijn weggenomen. Er staat een woord voor 'weggerukt' worden, dat wijst op Jezus' gewelddadige dood. Dan zullen ze vasten.

Met Jezus als de Bruidegom in ons midden mag je eten en drinken. Met de lijdende dienaar die "uit het land der levenden wordt weggerukt, om de schuld van zijn volk" (Jes 53,8) moet je vasten. Onthouding en gebruik, je moet het allebei doen of laten, niet als waarde in zichzelf, maar als deelname aan het leven van Jezus, aan zijn dood en verrijzenis. Van alles wat Hij niet is, wat niet om Hem is geïnspireerd, moet je eerst afstand nemen. Heel het leven, al onze relaties, gewoonten en gebruiken, moeten zich om Hem heen opbouwen, zich aan Hem aanpassen, als aan nieuwe, ongekrompen stof en jonge wijn. Hij is de enige. Laat Hij dan ook de enige voor je zijn, zoals een bruidegom dat is voor zijn bruid.

Het is al heel wat, wanneer wij onze vermogens op God richten, met ons verstand zijn grootheid beschouwen, met het geheugen zijn weldaden in herinnering roepen, met de wil Hem liefhebben. Maar men kan nog verder gaan. Men kan de ziel helemaal in zichzelf verzamelen door zich helemaal los te maken van de schepselen en zich langs die weg zo nauw mogelijk met Jezus Christus te verenigen, zodat Hij de oorsprong van je leven wordt en zijn goddelijke Geest de beweeggrond van al je handelingen. Want het is Hem niet voldoende om samen met ons onder één dak te wonen. Hij wil in ons zijn, niet zomaar als een gedachte, een verlangen, maar als grond.
Jezus, Vriend en Bruidegom,
laat ons die het met U moeten doen,
hier gekomen om U te horen,
nu blij worden op het vernemen van uw stem (Joh 3,29),
en geef, vragen wij U,
dat wij heel ons leven aanpassen aan U,
dat we U tot midden maken
waar omheen zich ons leven in nieuwheid opbouwt,
een Bron waaruit leven vloeit,
en liefde voor alle mensen,
zonder ophouden tot in eeuwigheid. Amen

Heer onze God,
U hebt in ons het verlangen gewekt
aan geen andere man te behagen dan aan U.
Geef dat wij ons hart
zozeer afstemmen op de omgang met U,
dat wij uw aanwezigheid terugvinden in allen,
en dat al onze naasten
bij het zien en horen van ons
aan U moeten denken,
en aan uw Zoon, die in eenheid van Geest
met U leeft en heerst tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.