Eerste lezing: 1 Korintiërs 2,10b-16
Evangelie: Lucas 4,31-37
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd ging Jezus naar Kafarnaüm,
een stad in Galilea,
en trad daar op de sabbat voor de mensen als leraar op.
Zij waren buiten zichzelf van verbazing over zijn leer,
omdat Hij sprak met gezag.
Eens bevond zich in de synagoge
een man die bezeten was door een onreine geest
en luid begon te schreeuwen:
Jezus van Nazaret,
wat hebben wij met elkaar te maken?
Zijt Ge gekomen om ons in het verderf te storten?
Ik weet wie Gij zijt: de Heilige Gods.
Jezus voegde hem toe:
Zwijg stil en ga van hem weg.
De boze geest slingerde hem tussen de mensen
en ging van hem weg
zonder hem enig letsel te hebben toegebracht.
Ze stonden allen met verbazing geslagen en zeiden tot elkaar:
Wat is dat voor een woord,
dat met gezag en macht aan de onreine geesten een bevel geeft,
zodat ze weggaan?
En zijn faam verspreidde zich over alle plaatsen van die streek.
Homilie
Zij waren buiten zichzelf van verbazing over zijn leer, omdat Hij sprak met gezag." In de oorspronkelijke taal staat voor het woord 'gezag' een woord dat 'volmacht' betekent, Jezus heeft een goddelijke volmacht, Hij is de gevolmachtigde van God. Luisterend naar zijn woorden, horen zij door Jezus' woorden heen de oorsprong van waaruit Hij spreekt, een goddelijke oorsprong. Diezelfde bovenmenselijke kracht die ook de duivels onmiddellijk waarnamen: "Ik weet wie Gij zijt, de Heilige Gods. En in de synagoge werden de mensen bij de duiveluitdrijving diezelfde goddelijke kracht gewaar: Wat is dat voor een woord, dat met gezag en macht aan de onreine geesten een bevel geeft, zodat ze weggaan." Als Zoon van God komt Jezus van God, spreekt God door Hem en handelt Hij uit Gods kracht.
Dat is het geheim waarover Paulus het heeft in zijn brief aan de Korintiërs: "Ons heeft God het geopenbaard door de Geest." Wat God aan Paulus heeft geopenbaard heeft hij eerder aangeduid als het 'geheim', het 'geheime plan' of de 'diepste geheimen van God', nader omschreven als de dingen waarvan de Schrift zegt: "Geen oog heeft ze gezien, geen oor heeft ze gehoord, geen mens kan het zich voorstellen, al wat God bereid heeft voor die Hem liefhebben" (1 Kor 2,9). Dat geheim of mysterie is niet de verborgen grond van alle dingen, waarnaar wij zelf kunnen afdalen en er, met volharding in zoekend, zelf kunnen doordringen. Het is veeleer een gebeuren in ons leven, een gebeuren dat zich in ons afspeelt, niet door ons eigen toedoen, maar van Godswege, want het mysterie is het handelen van God in de geschiedenis. Het is het geheim of mysterie van God die in de geschiedenis is binnengegaan en als de eeuwige Zoon van de Vader tevens onze broeder geworden is.
Met dat geheim komen wij in aanraking bij de viering van de sacramenten (vaak ook aangeduid als 'geheimen' van ons geloof) en ook als wij persoonlijk bidden. Daar worden wij onmiddellijk door God aangeraakt. Dan gebeurt wat Ignatius in zijn Geestelijke Oefeningen omschrijft als de onmiddellijke mededeling van God van Zichzelf, die in liefde zijn schepsel omhelst. Dan is er geen afstand meer. Daarover kun je niet spreken, of in begrippen uitdrukken wat er gebeurt. Dat is wat Paulus bedoelt, als hij zegt: "Een geestelijke mens kan alles beoordelen, maar niemand oordeelt over hém" In de eucharistie gebeurt zo'n doorbraak van God in onze geschiedenis. Het wordt daar ook letterlijk als geheim aangeduid: 'mysterium fidei': 'geheim van het geloof.' God is daar onder ons. En de gelovigen beamen het: "Mijn Heer en mijn God!"