Eerste lezing: Kolossenzen 1,9-14
Evangelie: Lucas 5,1-11
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
Op zekere dag stond Jezus aan de oever van het meer van Gennesaret,
terwijl de mensen op Hem aandrongen om het woord Gods te horen.
Hij zag nu twee boten liggen aan de oever van het meer;
de vissers waren eruit gegaan en spoelden hun netten.
Hij stapte in één van de boten,
die van Simon
en vroeg hem een eindje van wal te steken.
Hij ging zitten
en vanuit de boot vervolgde Hij zijn onderricht aan het volk.
Toen Hij zijn toespraak had geëindigd, zei Hij tot Simon:
Vaar nu naar het diepe en gooi uw netten uit voor de vangst.
Simon antwoordde:
Meester, de hele nacht hebben we gezwoegd zonder iets te vangen,
maar op uw woord zal ik de netten uitgooien.
Ze deden het
en vingen zulk een massa vissen in hun netten,
dat deze dreigen te scheuren.
Daarom wenkten ze hun maats in de andere boot
om hen te komen helpen.
Toen die gekomen waren,
vulden zij de beide boten tot zinkens toe.
Bij het zien daarvan viel Simon Petrus Jezus te voet en zei:
Heer, ga van mij weg, want ik ben een zondig mens.
Ontzetting had zich meester gemaakt van hem
en allen die bij hem waren
vanwege de vangst die ze gedaan hadden;
en zo verging het ook Jakobus en Johannes,
de zonen van Zebedeüs,
die met Simon samenwerkten.
Jezus echter sprak tot Simon:
Wees niet bevreesd,
voortaan zult ge mensen vangen.
Ze brachten de boten aan land
en lieten alles achter om Hem te volgen.
Homilie
Waarom die afstand tussen Jezus en de menigte? Is er nog een andere reden dan dat Hij Zich tussen de menigte minder gemakkelijk verstaanbaar kon maken? De menigte dringt op Hem aan. Jezus maakt Zich los, Hij maakt Zich vrij uit de menigte, Hij begeeft Zich in een vrijere opstelling opdat zijn machtswoord zich niet zou vermengen met de woorden van de mensen. Daarom is er gezag in de Kerk. Als iemand zou optreden zonder wettelijk gezag, zonder vaste aanstelling, zonder zending, dan zou zijn woord niet zuiver zijn afgegrensd van de machten van de wereld. Wie zich onttrekt aan het gezag van de Kerk, is daarmee nog niet vrij van dat gezag of die macht. Ook Jezus is in zijn vrije opstelling niet onafhankelijk. De mensen waren dan wel buiten zichzelf van verbazing over zijn leer, omdat Hij sprak met gezag (Lc 4,32) en niet zoals de schriftgeleerden, maar dat gezag was niet zijn eigen gezag.
Lucas zegt immers dat Jezus "vervuld van de heilige Geest weg ging van de Jordaan (4,1) en dat Hij in de kracht van de Geest terugkeerde naar Galilea, dat wil zeggen in de kracht van de Geest van God. En zegt Jezus niet zelf, dat het zijn spijs is de wil te doen van Hem die Mij gezonden heeft (Joh 4,34). Hij moet ook aan andere steden de Blijde Boodschap brengen, want, zegt Hij: daarvoor ben Ik gezonden," gezonden door de Vader.
Dat is een moeilijk ding in de christelijke geloofsverkondiging: je spreekt niet je eigen woord, je handelt niet uit eigen macht. Dat geldt overigens niet alleen voor de verkondiging. Het geldt voor heel het doen en laten van de christen. Zij moeten alleen spreken en handelen vanuit wat hen van binnenuit gesuggereerd wordt, zonder er zelf druk en kracht bij uit te oefenen. Wie zich laat leiden door de zachte krachten van de Geest, zal iets van een andere kracht gewaar worden, die kracht die Lucas bijzonder op het oog had:
- de kracht van de Geest
- woorden vol van genade
- een woord dat met gezag en macht aan de onreine geesten een bevel geeft, zodat ze weggaan.
Daarvoor is het dikwijls wel nodig, dat je aan den lijve hebt ervaren dat je eigen macht niet zoveel vermag. Zoals de leerlingen, die een hele nacht hadden gezwoegd zonder iets te vangen. Dan ben je er nog niet. Je kunt op het woord van de Kerk om in zijn Naam het net uit te gooien, ook ongelovig blijven. Je moet het duister in, de nacht van het geloof, waarin je niet ziet, maar moet geloven op het woord van Jezus alleen, omdat Hij het zegt. Zoals Petrus: "op uw woord zal ik de netten uitgooien."
Jezelf loslaten, geen resultaten willen zien, niet gebonden zijn aan succes. Geen andere binding willen aangaan en aanhouden dan je band met God. Wie dat doet, raakt in een veranderingsproces waarin alles anders wordt, maar dan van binnenuit, zoals in het evangelie: - een nachtlang vergeefs zwoegen wordt een wonderbare visvangst die de boten vulde tot zinkens toe;
- een naamsverandering, Simon wordt Simon Petrus, die gepaard gaat met een functiewisseling van visvanger tot mensenvanger;
- Jezus zelf die in de ogen van de leerlingen verandert van meester en rabbi in 'Heer';
- en last but not least: Petrus die een totaal nieuw en onverwacht beeld van zichzelf krijgt: "Heer, ga weg van mij, want ik ben een zondig mens."
Laten we nu bidden, dat we ons, onder zijn leiding, durven over te geven aan dit veranderingsproces.