Eerste lezing: Maleachi 3,1-4;4,5-6
Evangelie: Lucas 1,57-66
Inleiding
'Jubelt en juicht, dochter Sion, zie uw Koning komt naar u toe.' Dat is wat er gebeurt als God komt. Wanneer mensen vol raken van God is dat een teken dat Hij gekomen is. Vol als ze zijn van zichzelf, als kinderen van deze wereld, worden zij tot kinderen van God, die vol zijn van God. Elke keer als Jezus iets verkondigt, als Hij krachtdaden verricht, raken de mensen vol van God.
Dat is wat Hij nu ook in zijn Kerk gaat doen. Hij gaat ons volmaken van Hem. Maar voordat wij ons door Hem kunnen laten volmaken, moeten wij eerst ons hart leeg maken van onszelf. Dat is wat we altijd aan het begin van de eucharistie doen: Hij komt, Hij maakt ons vol van Hem, maar eerst maken wij ons leeg van onszelf.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
Voor Elisabet brak het ogenblik aan,
dat zij moeder werd;
zij schonk het leven aan een zoon.
Toen de buren en de familie hoorden,
hoe groot de barmhartigheid was die de Heer aan haar had betoond,
deelden zij in haar vreugde.
Op de achtste dag kwam men het kind besnijden
en ze wilden het naar zijn vader Zacharias noemen.
Maar zijn moeder zei daarop:
Neen, het moet Johannes heten.
Zij antwoordden haar:
Maar er is in uw familie niemand die zo heet.
Met gebaren vroegen zij toen aan zijn vader, hoe hij het wilde noemen.
Deze vroeg een schrijftafeltje en schreef er op:
Johannes zal hij heten.
Ze stonden allen verbaasd.
Onmiddellijk daarop werd zijn mond geopend,
zijn tong losgemaakt en verkondigde hij Gods lof.
Ontzag vervulde alle omwonenden
en in heel het bergland van Judea werd al het gebeurde rondverteld.
Ieder die het hoorde, dacht er over na en vroeg zich af:
Wat zal er worden van dit kind?
Want de hand des Heren was met hem.
Homilie
Onmiddellijk daarop werd zijn mond geopend, zijn tong losgemaakt en verkondigde hij Gods lof." Hier wordt in één zin heel de verlossing weergegeven. Het hart loopt vol van God en waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over.
Als God mensen raakt in hun hart, raken zij vol van Hem. Hij vult hun hele hart, zij kunnen gewoon aan niets anders meer denken, voor niets en niemand anders nog iets voelen, terwijl zij daarvoor alleen maar aan zichzelf dachten, aan hun eigen eer, eigen belang en eigen wil. Dáárvan moet het hart eerst gereinigd worden, wil het vol kunnen worden van God. Dat was het werk van de profeet Elia, want God zond hem eerst voordat Hijzelf zou komen. Elia moest eerst komen en "hij zal het hart van de vaders voor de kinderen winnen en het hart van de kinderen voor de vaders; zo niet, dan kom Ik het land in de banvloek slaan."
Voor Zacharias was deze zuiveringstijd de tijd dat hij niet kon spreken. Zijn mond ging op slot en blijkbaar ook zijn oren, want - zo staat er - zij moesten "met gebaren aan zijn vader vragen hoe hij het wilde noemen." Als teken dat het Woord van God er bij hem niet inging, ging iets anders er ook niet meer in. God wilde een nieuwe wending geven aan zijn leven en zijn diepste verlangens vervullen, maar hij had zich daarvoor afgesloten. Hij dacht bij zichzelf: Dat kan toch niet, het is te laat, ik heb mijn tijd gehad. Door dat berustende, dat fatalistische, dat glansloze, dat doffe in zijn hart de boventoon te laten voeren, ging zijn mond dicht als teken dat hij zijn hart gesloten had. Hij sloot zijn hart toen de engel moeite deed om het open te krijgen en het ontvankelijk te maken voor het nieuwe initiatief van Godswege. Zacharias, God wil iets nieuws met je beginnen, je glansloos leven een nieuwe glans geven. Dat wil Hij aan heel het volk, maar Hij wil met jou beginnen. Maar nee, het wil er bij hem niet in, dus: hart op slot, mond op slot.
Als mensen hun hart sluiten voor God dan gaat hun geweten op slot, wordt het dood. Die diepte in hun wezen waar ze van God zijn, raakt ontheemd, wordt levenloos en zo leeg als het kinderloze huis van Zacharias en Elisabet. Doordat Zacharias niet kon spreken en blijkbaar ook niet kon horen, werd hij geconfronteerd met zijn dode hart. Maar toen hem gevraagd werd hoe hij het kind zou gaan noemen, had hij zijn lesje geleerd. Johannes zal hij heten, want dat had de engel hem ook gezegd: "Vrees niet Zacharias, want uw bede is verhoord; uw vrouw Elisabet zal u een zoon schenken, die gij Johannes moet noemen.
Zie, gij zult zwijgen en niet in staat zijn te spreken tot de dag waarop dat zal gebeuren, omdat gij mijn woorden niet geloofd hebt" (Lc 1,13.20).
Het zwijgen van Zacharias is een straf, een boete. Maar eigenlijk is het de straf waarmee het kwaad zichzelf straft. De zonde straft zichzelf. De zonde van het gesloten hart roept de geslotenheid op van de mond, het vertaalt zich daarin. Mensen raken geblokkeerd in zichzelf, in die diepte waar ze van God zijn en kunnen dan ook niet meer spreken van de dingen van God. Ze kúnnen nog wel spreken en spreken misschien wel meer dan ooit, maar niet meer over de dingen van God. Daarvoor moet eerst hun hart geopend worden.
Dat is wat wij in deze tijd voor Kerstmis mogen laten gebeuren: ons hart openen zodat Hij er in kan binnenkomen met zijn Woord, zodat Hij met zijn Woord in ons leven het vlees kan aannemen.