Eerste lezing: 1 Korintiërs 8,1b-7.10-13 [III 271];
Evangelie: Lucas 6,27-38 [III 272]
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
Tot u die naar Mij luistert zeg Ik:
Bemint uw vijanden, doet wel aan die u haten,
zegent hen die u vervloeken
en bidt voor hen die u mishandelen.
Als iemand u op de ene wang slaat,
keert hem ook de andere toe;
en als iemand uw bovenkleed van u afneemt,
belet hem niet ook uw onderkleed te nemen.
Geeft aan ieder die u iets vraagt,
en als iemand wegneemt wat u toebehoort, eist het niet terug.
Zoals gij wilt dat de mensen u behandelen,
moet gij het hun doen.
Als gij bemint wie u beminnen
wat voor recht op dank hebt ge dan?
Ook de zondaars beminnen wie hen liefhebben.
Als gij weldoet aan wie u weldaden bewijzen,
wat voor recht op dank hebt ge dan?
Dat doen de zondaars ook.
Als gij leent aan hen van wie ge hoopt terug te krijgen,
wat voor recht op dank hebt ge dan?
Ook de zondaars lenen aan zondaars
met de bedoeling evenveel terug te krijgen.
Neen, bemint uw vijanden, doet goed
en leent uit zonder er op te rekenen iets terug te krijgen.
Dan zal uw loon groot zijn,
dan zult ge kinderen zijn van de Allerhoogste,
die immers ook goed is voor de ondankbaren en slechten.
Weest barmhartig, zoals uw Vader barmhartig is.
Oordeelt niet, dan zult ge niet geoordeeld worden;
veroordeeld niet, dat zult ge niet veroordeeld worden;
spreekt vrij en ge zult vrijgesproken worden.
Geeft, en u zal gegeven worden;
een goede, gestampte, geschudde en overlopende maat
zal men u in de schoot storten.
De maat die gij gebruikt, zal men ook voor u gebruiken.
Homilie
Tot u die naar Mij luistert, zeg Ik: Bemint uw vijanden, doet wel aan die u haten." Evenmin als de zaligsprekingen, zijn deze vermaningen tot liefde voor de vijand bedoeld om er de maatschappij mee in te richten. Ze zijn bedoeld voor hen die naar Jezus luisteren, die door de heilige Geest ontvankelijk zijn gemaakt voor het Woord van God, die één Geest zijn met Jezus. Het zijn niet zomaar raadgevingen voor menselijke verhoudingen in het algemeen, die men dan ook op mensen in het algemeen zou kunnen toepassen. Voor alle woorden van Jezus geldt dat je ze niet moet losmaken van zijn Persoon. Voordat je een woord van Jezus tot je laat doordringen, moet je eerst Hem tot je laten doordringen, eerst je geest laten rusten bij Hem. Eerst bij Hem zijn met je hart. Zoals je het Woord van God niet moet losmaken van de Kerk, zo moet je ook het woord van Jezus niet losmaken van Jezus. Hij is ons voorbeeld bij alles wat Hij zegt. Maar Jezus is door zijn Geest ook in je. Je moet dus luisteren naar de woorden van Jezus met zijn voorbeeld voor ogen en met zijn liefde in je hart.
De liefde voor de vijand is de uiterste consequentie van de christelijke liefde, die zelf al een onderstebovenkering is van de gewone menselijke liefde. In de gewone menselijke liefde kan de liefde nooit van één kant komen. Het moet wederzijds zijn, vóór wat, hóórt wat, geven en nemen. Houdt één van beide partijen op met liefde te geven, dan houdt na korte of langere tijd de ander ook op. De goddelijke liefde is absoluut zelfloos. Zij neemt het initiatief en gaat door als de ander niet begint of zelfs ophoudt met de liefde van God te beantwoorden. Eenmaal begonnen kan God nooit meer met zijn liefde ophouden.
Langs deze weg komt Jezus ook tot liefde voor de vijand. Eenmaal door God geschapen, kan God zijn liefde nooit meer terugnemen of in het tegendeel laten omslaan, zodat liefde haat wordt. Wat God begint, maakt Hij af. Hij is niet zoals die torenbouwer, die wel begon te bouwen, maar niet in staat was het einde te halen (Lc 14,28-30). Tot in de hel toe blijft God zijn eerste liefde trouw. Ja, het zal de grootste straf zijn voor de vervloekten, te moeten bemerken dat God hen is blijven beminnen.
Het is de opgave van de leerling om met Jezus' liefde voor de ander mee, die ander te beminnen en te blijven beminnen als een schepsel van God, als Gods eigen kind. Eigenlijk zou men op die manier alle mensen moeten beminnen. Niet om hun aardige gezicht, hun mooie eigenschappen. De liefde voor de vijand is de beste manier om de liefde voor je vrienden te ordenen. De liefde moet geheel en al zelveloos zijn, zonder enig eigenbelang. De vraag is alleen: waar haal je zo'n zelveloze liefde vandaan? In ons menselijk hart is daar geen spoor van te bekennen. In de maatschappij noemen ze dat dwaasheid.
Om die zelfloze liefde op het spoor te komen, moeten wij dieper in onszelf afdalen, tot in die diepte waar wij met God verbonden zijn: de heilige Geest die in ons hart is uitgestort. Het is barmhartige liefde, liefde die goed geeft voor kwaad.
Het is die liefde die Paulus ervan doet afzien offervlees te eten, vlees dat in de tempel had gelegen, bestemd om aan de afgoden te worden geofferd en dat naderhand op de markthal als gewoon vlees werd aangeboden. Paulus zegt: wat mij betreft, ik heb geen enkele moeite om dat vlees te eten, want ik geloof niet in afgoden. Maar als ik daar mijn broeder aanstoot mee geef, dan zal ik van mijn grotere kennis en vrijheid geen gebruik maken. Kennis zonder liefde leidt tot eigenwaan. Het is de liefde die opbouwt. Die liefde is de christelijke liefde. Paulus komt in zijn brief aan de Romeinen op de zaak terug. Daar brengt hij de liefde voor de zwakke broeder in verband met het voorbeeld van Jezus: "Wij die bij de sterken horen, hebben de plicht om de gevoeligheden van de zwakken te ontzien, zonder rekening te houden met onszelf. Laat ieder van ons bedacht zijn op het welzijn en de stichting van zijn naaste. Ook Christus heeft geen rekening gehouden met Zichzelf, 'Hij heeft het woord van de Schrift vervuld: De smaad van hen die U smaden is op mij neergekomen" (Ps 69,19, geciteerd in Rom 15,1-3).