Eerste lezing: Timóteüs 1,15-17
Evangelie: Lucas 6,43-49
Inleiding
Koningin, maar ook moeder van Barmhartigheid. Zo wordt Maria vandaag, op de zaterdag aan Maria toegewijd, bezongen. Moeder van barmhartigheid wil zeggen dat ze voor ons opkomt, ze is een voorspreekster, 'advocata nostra', zoals ze in een ander lied wordt genoemd. Zij is onze advocaat, onze bijgeroepene. Ze wordt erbij geroepen als rechtshulp in het geding met God. We zouden dat geding moeten verliezen, want we stonden in het ongelijk; we hadden onszelf, ons krediet tegenover God verspeeld. Maar Maria komt tussenbeide. 'Advocata nostra'!
Zo neemt dat heilloze geding een goede wending en zo blijft zij altijd voor ons ten beste spreken.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
Er bestaat geen goede boom die zieke vruchten voortbrengt
en evenmin een zieke boom die goede vruchten voortbrengt.
Iedere boom immers wordt gekend aan zijn vruchten;
men plukt geen vijgen van dorens,
men oogst geen druiven van een braamstruik.
Een goed mens brengt uit de schat van goedheid in zijn hart
het goede te voorschijn,
maar een slechte uit zijn schat van slechtheid het slechte;
want zijn mond spreekt waar zijn hart van overloopt.
Waarom toch noemt gij Mij: Heer, Heer! als ge niet doet wat Ik zeg?
Ieder die tot Mij komt, naar mijn woorden luistert en er naar handelt,
Ik zal u duidelijk maken op wie hij gelijkt.
Hij gelijkt op de man die bij het bouwen van zijn huis diep had gegraven
en het fundament had gelegd op de rotsgrond.
Toen de stortvloed kwam, beukte de storm op dat huis,
maar had niet de kracht om het te doen wankelen,
omdat het zo goed gebouwd was.
Wie luistert maar niet doet,
gelijkt op de man die zijn huis op de grond bouwde zonder fundering;
de storm beukte er op en ogenblikkelijk stortte het in
en de verwoesting van dat huis was volkomen.
Homilie
Dat is ook een manier om met je zonden om te gaan. Wat Paulus zegt naar aanleiding van het woord: "Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden - dat is de boodschap - en de eerste van hen ben ik." Hij is niet de eerste in de tijd, of de grootste zondaar, of het eerste exemplaar: 'Kijk mij eens, daarom is juist mij barmhartigheid bewezen'. Nee, wat Paulus bij de zonden, bij zijn eigen zonden vasthoudt, is niet wat hij verkeerd heeft gedaan, maar wat God er aan goeds mee heeft gedaan, God heeft hem barmhartigheid bewezen. En dat dan ook meer als een model. Jezus Christus wilde heel zijn lankmoedigheid bewijzen aan mij, als eerste, als een model voor allen. En dat dat ook echt is, dat het niet zomaar woorden zijn, een lesje, een trucje, blijkt uit hoe Paulus verder gaat. Hem ontschiet een lofzang die als het ware bezit neemt van zijn hart. Het eindigt met een gebed: "Aan de Koning der eeuwen, aan de onvergankelijke, de onzichtbare enige God zij eer en roem in de eeuwen der eeuwen." Kijk, de zondaar!
Paulus kon dat nu wel zeggen, maar wij, sukkelaars langs de lijn, wij zijn zo klein. Toch zit er ook voor ons een kans in om tot een voortdurende confrontatie te komen met onze zondigheid. "Waarom toch noemt gij Mij Heer, als ge niet doet wat Ik zeg." Wat doet u anders dan 'Heer, Heer', zeggen en niet doen wat Hij zegt. Een hard oordeel?
Ik heb eens bij een woestijnvader gelezen: 'Ik roep maar met de psalmist: Mijn ogen zijn nat van tranen om mijn zonden. Dat zeg ik, maar dat is helemaal niet zo. Mijn ogen zijn kurkdroog. Ik ben eenzaam en arm, zeg ik de psalmist na, maar ik ben helemaal niet eenzaam. Eenzaam van hart, verre van dat.' In de psalmen wordt er gevast, wordt er vergeving gevraagd en wordt er om reinheid van hart gebeden, maar als je eerlijk bent, dan zeg je: dat zijn woorden, dat zegt de psalmist, dat is het gebed van de Kerk, maar ik
Nu die psalm, die spanning, vasthouden. Het ideaal niet loslaten en tegelijkertijd zien hoe je het ideaal niet nakomt, niet doet wat je zegt, wel: 'Heer, Heer', roept, maar niet doet wat Hij zegt. Die spanning. Er zijn natuurlijk verschillende manieren om met die spanning om te gaan, een soort schot plaatsen tussen dat wat je zegt en je hart, dat je het verschil niet meer opmerkt, dat je als het ware versteent, of mismoedig wordt, moedeloos: 'ik kan het niet en weer niet en ik ben weer gevallen. Ik word de hele dag omringd door volmaaktheid en regel, voorbeelden, preken, retraite, ze zeggen allemaal hoe het moet en hoe ik moet zijn en ik haal het nooit!'
Er is nog een derde manier, dat is de manier van Paulus. Die spanning wordt alleen door God gedragen, door zijn barmhartigheid. Hij laat niets van zijn wil dempen. Hij zegt niet: 'Nou ja, de soep wordt niet zo heet gegeten als hij wordt opgediend.' 'Onze lieve Heer is een goede Man.' Nee, doen wat Hij zegt, maar als je niet doet wat Hij zegt uit zwakheid of uit gemeenheid, maar je hebt er berouw over, dan ben je zoals Paulus, iemand die trots is op het werk dat God aan hem gedaan heeft.
Zo blijven leven, niet als een model van deugd, als een model van schijnheiligheid, maar als een model van Gods lankmoedigheid, een model van wat God aan u heeft gedaan en altijd weer blijft doen.