Eerste lezing: 1 Korintiërs 15,12-20
Evangelie: Lucas 8,1-3
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd trok Jezus predikend rond door stad en dorp
en verkondigde de Blijde Boodschap van het Rijk Gods.
De twaalf vergezelden Hem
en ook enkele vrouwen
die van boze geesten en ziekten verlost waren:
Maria, die Magdalena wordt genoemd,
uit wie zeven duivels waren weggegaan,
Johanna de vrouw van Herodes' rentmeester Chuzas,
Susanna en vele anderen,
die uit eigen middelen voor hen zorgden.
Homilie
In het evangelie hoorden we, hoe de evangelist vertelt dat Jezus predikend rond trok. En in de eerste lezing zegt Paulus: "Als wij verkondigen dat Christus uit de doden is opgewekt." Verkondigen en prediken (preken), dat zijn twee woorden voor dezelfde bezigheid. De Blijde Boodschap wordt verkondigd in de lezingen en in de homilie. De verkondiging is wat in de eucharistie het eerst gebeurd. God begint met het woord tot ons te richten. Hij verbreekt het stilzwijgen. Hij zoekt eerst contact. God zoekt de mens en het antwoord van de mens op het Woord van God is het geloof. Zo was het bij Jezus, zo was het bij Paulus, en zo is het nog op dit moment.
Nu ging het bij Paulus om een heel elementair bestanddeel van de geloofsverkondiging, namelijk om de opstanding van de doden. Maar daar hadden de Grieken het juist zo moeilijk mee. Voor hen was verrijzenis: weg van het lichaam. Maar opstanding van de doden is: een nieuw lichaam. Als zij die opstanding van de doden niet erkennen, dan is Christus ook niet verrezen, dan is Christus ook niet opgestaan en dan valt het hele geloof in elkaar, dan hebben wij voor niets ons vertrouwen gesteld in Christus. Als er geen opstanding van de doden bestaat, dan is ook Christus niet verrezen. En dat is nu juist een heel elementair bestanddeel in de geloofsverkondiging. Jezus heeft juist de verzoening met God verkondigd, de vergeving van de zonden, dat de mensen weer werden aangenomen in de liefde van God. Ze hoefden niet meer bang te zijn voor God. Dat woord van vergeving heeft Hij bezegeld met zijn Bloed.
De verrijzenis is wat Jezus overkwam bij zijn doopsel in de Jordaan. Hij vernederde Zich, Hij onderging een geestelijke vernedering, een verlaging. Hij daalde af in de Jordaan tussen de zondaars, en wel zo dat Hij helemaal onderging in de wateren van lijden en dood. Toen Hij daaruit opstond, ging de hemel boven Hem open. God ging boven Hem open. En als God opengaat dan komt er liefde uit, want God is liefde! Hij zag de heilige Geest als een duif over Zich neerdalen en deze gewaarwording moest ook nog een betekenis krijgen, een inhoud; deze ervaring moest ook nog een woord krijgen, daarom die stem uit de hemel die sprak: "Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb" (Mt 3,17; vgl. Mc 1,11; Mc 3,22).
Welgevallen! Dat is het antwoord van de Vader op de vernedering van Jezus en de verheffing in de heilige Geest. Dat is ook de verrijzenis. Bij zijn dood kwam er helemaal geen leven meer uit Jezus. Hij verblijft drie dagen in het graf. En als er dan nieuw leven uit komt, dan kan dat nergens anders vandaan komen dan van de Vader. Hij komt voor zijn Zoon op, Hij getuigt voor Hem. Als je dat weglaat, als je dus God weglaat uit het geloof, het Godsgetuigenis weglaat, dan is je geloof waardeloos.
Hetzelfde zien wij ook gebeuren in Jezus' leven. Jezus predikt, de mensen luisteren, ze laten het woord van Jezus in hun hart vallen en gaan een ander leven leiden. Dat is een verrijzenis in het klein. Ze staan op uit hun zondig leven, ze worden bevrijd uit de bezetenheid door boze geesten en gaan een nieuw leven leiden in de dienst van God. "Zij zorgden voor Hem, staat er. De vrouwen die vrijgemaakt waren, losgemaakt waren, bevrijd waren, gingen nu uit eigen middelen" voor Jezus en zijn leerlingen zorgen. Ze dienden hen.
Wat was nu het Woord van God dat Jezus sprak? Er staat: "Hij verkondigde de Blijde Boodschap van het Rijk Gods." Jezus bedoelt hiermee te zeggen: God is Koning. God zit op de troon. Hij heeft het eerste en het laatste woord. En zoals een koning doet voor zijn onderdanen, bescherming bieden, zekerheid, veiligheid, dat doet God ook. Mensen die fouten hebben gemaakt, zullen worden gestraft, maar in eerste instantie krijgen ze vergeving. En als ze verhard zijn en dat blijven, dan zullen ze ook worden gestraft. Maar het eerste woord is: vergeving, en wel royaal, koninklijk, een koning waardig.
Jezus kon dat nu allemaal wel zeggen, maar maakte Hij het ook waar? Ja, want het naderbij komende koningschap van de Vader was in Jezus aanwezig. Mensen voelden zich met Jezus de koning te rijk en dat gold op de eerste plaats de kinderen, de kleinen, de zwakken, de vrouwen en de zondaars, die door de publieke opinie waren uitgerangeerd, afgeschreven. Die hoorden er niet meer bij. Daaraan konden zij merken, - dus niet alleen horen door het woord dat Jezus sprak - nee, ze konden het gewaarworden: inderdaad, in Jezus is God Koning. Doordat ze konden zien dat Jezus deed wat Hij verkondigde, daardoor lieten de vrouwen zich in hun hart raken en begonnen zij hun leven te veranderen. Ze begonnen hun leven te stellen onder dat levend woord van Jezus. Konden zij dat nu ineens wel? Ze hadden toch al zo dikwijls gehoord dat ze zich moesten bekeren van het zondige leven dat zij leidden. Waarom konden zij nu ineens wel veranderen? Zij konden dat, omdat zij de liefde voelden waarmee Jezus dat woord sprak. Jezus zei niet alleen hoe het móest, maar Hij gaf er meteen zijn liefde bij, waardoor men zich gewonnen gaf aan zijn Hart. Aan de Persoon van Jezus gaven ze zich gewonnen, en daarom vanzelf ook aan zijn woord.
Zo doet Hij het nog steeds. Eerst hebt u zijn woord gehoord en daarna krijgt u zijn zelfgave, zijn liefde, zijn laatste druppel Bloed. 'Dit is mijn Lichaam voor u.' Als u zich door zijn woord tot diep in uw hart laat raken, zodat het greep krijgt op uw hele hart, dan zult u er geen moeite mee hebben om uw leven te stellen onder zijn woord, want dan bént u dat woord.