Dinsdag in de vierentwintigste week
           van het oneven jaar


Eerste lezing: 1 Timoteüs 3,1-13  
Evangelie: Lucas 7,11-17  


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd begaf Jezus Zich naar een stad die Naïn heette;
zijn leerlingen en een grote groep mensen
gingen met Hem mee.
Hij was juist in de nabijheid van de stadspoort gekomen,
toen daar een dode werd uitgedragen,
de enige zoon van zijn moeder, die weduwe was.
Een groot aantal mensen uit de stad vergezelde haar.
Toen de Heer haar zag
voelde Hij medelijden met haar en sprak:
“Schrei maar niet.”
Daarop trad Hij op de lijkbaar toe en raakte die aan.
De dragers bleven staan en Hij sprak:
“Jongeman, Ik zeg je: sta op!”
De dode kwam overeind zitten en begon te spreken,
en Jezus gaf hem aan zijn moeder terug.
Allen werden door ontzag bevangen
en zij verheerlijkten God en zeiden:
“Een groot profeet is onder ons opgestaan,”
en: “God heeft genadig neergezien op zijn volk.”
Dit verhaal over Hem deed de ronde
door heel het Joodse land en de wijde omtrek.

Homilie  

Twee processies zien we elkaar hier tegemoet trekken, een processie van de dood en een processie van het leven. Aan de ene kant de processie van de dood, die de stad uit trekt: "Er werd een dode uitgedragen ... een groot aantal mensen uit de stad vergezelde haar." Met heel het oosters vertoon van rouwmisbaar. De dood was nog geen taboe. Men liet aan zijn gevoelens de vrije loop: kloppen op de borst, zoals we morgen in het evangelie zullen horen hoe de kinderen op het marktplein begrafenisje spelen en daarbij elkaar toeroepen: "Wij hebben een treurlied gezongen en gij hebt niet gehuild" (Lc 7,32). Ze speelden op het marktplein begrafenisje en moesten dan, wanneer de ene partij het treurlied aanhief, beginnen te huilen, rouwmisbaar maken. In het echt was er ook wel een beetje show bij, een opvoering, maar het hielp geweldig om de persoonlijke gevoelens te verwerken. Zo'n weduwe werd niet in haar rouwproces alleen gelaten of met wat korte, zakelijke rouwbetuigingen afgescheept.
En aan de andere kant zien we de processie van het leven: "In die tijd begaf Jezus Zich naar een stad die Naïn heette; zijn leerlingen en een grote groep mensen gingen met Hem mee." De Vorst van het leven staat hier oog in oog met de dood. De dood, niet als algemeen menselijk verschijnsel, dood moeten we toch, maar als een pijnlijk onrechtvaardig gebeuren: een klap in het leven van die weduwe die reeds door de dood van haar man zo pijnlijk getroffen was. Zij had niemand meer over dan één enkele zoon. En na zíjn dood was ze nergens meer. Jezus had met haar te doen: "Toen de Heer haar zag, gevoelde Hij medelijden met haar en sprak: Schrei maar niet."

Dat is het grootste wonder. Jezus is de Vorst van het leven, maar Hij schenkt het leven niet terug om er zijn almacht mee te tonen, zodat Hij zelf erdoor in het middelpunt komt te staan, maar om er zijn barmhartigheid mee te tonen: "Hij sprak: Jongeling, Ik zeg u: sta op. De dode kwam overeind zitten en begon te spreken en Jezus gaf hem aan zijn moeder terug." In een gebaar van barmhartigheid gaf Jezus de jongeman aan zijn moeder terug. Almacht en barmhartigheid. Almacht ten behoeve van, in dienst van barmhartigheid. Zo hebben de mensen die er getuige van waren, het ook opgenomen: "Een groot profeet is onder ons opgestaan”: almacht, en: “God heeft genadig neergezien op zijn volk": barmhartigheid.

De wonderen zijn wonderen van genade, van barmhartigheid. Niet God staat erdoor in het middelpunt, maar de mens. God wil in de wonderen van het evangelie de mens in het middelpunt van zijn belangstelling plaatsen. Wij zijn voor God niet de aanleiding om zijn almacht te bewijzen. Hij handelt met ieder van ons persoonlijk. Hij luistert en observeert: Hoe kan Ik hem of haar het meest verrassen? Waarmee kan ik hem of haar het meeste helpen? Soms beseffen wij dat zelf niet eens en kan de verhoring niet plaatsvinden, omdat wij onze diepste noden wegstoppen, of ze zelf trachten op te lossen, of ze compenseren. Maar geven wij het diepste van onszelf prijs, dan zal Hij helpen.