Dinsdag in de vijfentwintigste week
            van het even jaar
             Heilige Pius van Pietrelcina, priester (Pater Pio)


Eerste lezing: Spreuken 21,1-6.10-13 [III 291];
Evangelie: Lucas 8,19-21 [III 292]


Inleiding    

In onze gemeenschap worden wij met elkaar verbonden vanuit God. Het is de liefde van God, de gemeenschap van de heilige Geest, die ons met elkaar verbindt, zoals de priester dat dan ook uitspreekt in de zegenwens; 'De liefde van God en de gemeenschap van de heilige Geest zij met u.' Ons 'wij' is niet een natuurlijk 'wij', verbonden door de banden van het bloed, maar wij zijn met elkaar verbonden door de banden van zijn Bloed, van zijn heilige Geest. Aan het begin van deze viering mogen we ons te binnen brengen dat zijn Bloed wordt vergoten tot vergeving van de zonde. Dat is de reden, het waarom van deze viering: omwille van de vergeving van onze zonden. Belijden wij dan eerst onze zonden, bekeren wij ons tot God, om deze heilige eucharistie goed te kunnen vieren.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd kwam zijn moeder met zijn broeders bij Jezus,
maar vanwege de menigte konden zij Hem niet bereiken.
Men liet Hem dus weten:
“Uw moeder en uw broeders staan buiten en willen U spreken.”
Maar Hij gaf hun ten antwoord:
“Mijn moeder en mijn broeders zijn zij
die het woord van God horen en er naar handelen.”

Homilie          

“In die tijd kwam zijn moeder met zijn broeders bij Jezus."
Zijn moeder en zijn broeders kwamen bij Jezus? Ja, ze moesten naar Jezus toekomen. Komen naar waar Hij was. Hoewel Hij deel uitmaakte van hun familie, was Hij niet bij zijn familie, was Hij niet gewoon thuis. Waarom niet? Was dat thuis in Nazaret dan niet goed genoeg? Waarom moest Hij zo nodig weg? En waarom bent ú (de zusters van priorij Nazaret) niet gewoon thuis? Waarom moeten uw familieleden naar u toekomen om u te kunnen spreken? En waarom moet wij allemaal eerst van huis weg om de eucharistie te kunnen vieren? Waarom gebeurt dat niet gewoon in de huiskamer? Waarom komt de priester niet naar u toe? Tegenwoordig wordt toch alles thuisbezorgd. De film is thuis, het concert is thuis, de kruidenier komt thuis en de bibliotheek is thuis. Je kunt thuisbankieren, thuis geld overmaken.

Waarom Jezus niet thuis is, en waarom u niet thuis blijft, en de priester niet naar u toekomt, maar u hier naartoe komt, staat ook in dit kleine stukje evangelie: het is vanwege de menigte: "Vanwege de menigte konden zij Hem niet bereiken." De menigte zit ertussen. De menigte belet zijn familie om bij Hem te komen. Jezus' toegankelijkheid voor iedereen, voor de menigte, maakt Hem ontoegankelijk voor zijn familie. Jezus wil er voor iedereen zijn. Hij wil bereikbaar zijn voor iedereen. Daarom is Hij moeilijk bereikbaar voor zijn familie. De familie, het eigen milieu, de eigen vaderstad, het eigen vaderland, al die dingen hebben iets onontbeerlijks, het zijn onze wortels. Die hebben een onmisbare functie, ze zijn nodig om wortel te kunnen schieten in het menszijn, maar op den duur kunnen ze ook een sta-in-de-weg vormen, want dat gewone van de familie, van het gezin, en ook van het eigen vaderland, heeft ook een schaduwzijde, het heeft iets van een gesloten circuit, een gesloten kring. Het is wel goed, maar geen absoluut goed. Het goede gaat daarin rond en daardoor blijft het in zichzelf. Om die reden kan Jezus dat gezin, de familie, de bloedverwanten, hoe noodzakelijk en hoe onmisbaar ook, niet zo goed gebruiken als het model van de gemeenschap die Hij wil vormen. Hij wil een nieuwe familie vormen, een nieuwe gemeenschap: "Mijn moeder en mijn broeders zijn zij, die het woord van God horen en er naar handelen."

Nu is het duidelijk waarom u ook minder bereikbaar bent voor uw familie; u wilt eveneens een nieuwe familie opbouwen, hier rond het altaar, rond het heilig Sacrament, rond het Woord van God. Nu is het ook duidelijk waarom u allen huis en haard moet verlaten om eucharistie te kunnen vieren: om samen een nieuwe gemeenschap op te bouwen; huisgenoten op te nemen in een wijdere gemeenschap, een gemeenschap van mensen waarvan God de Vader is, en wij allen, broeders en zusters zijn, dwars door de banden van bloed, nationaliteit en afkomst heen. Het maakt ook duidelijk waarom je je opsluit in een klooster - soms zeggen mensen dat zo - namelijk om je te bevrijden uit de engheid en opgeslotenheid van het huiselijke milieu, en omdat je in het klooster een wijdere gemeenschap aantreft, waarin je je eigen individualiteit tot ontplooiing kunt brengen, om daar, door je diepste ik, onder allerlei vormen van zelfontplooiing en zelf-zijn heen (waar de mensen zo vol van zijn) op een diepere wijze, een diepere manier, jezelf te worden. Je allerindividueelste ik.

Het zal u misschien opgevallen zijn dat in de wijsheidsspreuken, waarvan er nu weer een aantal werd voorgelezen, het woord 'hart' zo dikwijls voorkomt. In de eerste vier verzen: "Als een waterloop, zo is het hart van de koning in de hand van de Heer; Hij leidt het waarheen Hij maar wil.” “Een mens mag menen dat al zijn gangen recht zijn, de Heer weegt toch de harten.” “Verwaande ogen en een trots hart: de glans van de boosdoeners is de zonde." Telkens weer komt dat naar voren. In die wijsheidscholen waren mensen van verschillende nationaliteiten bijeen, het waren een soort hogere kostscholen, waarin mensen niet alleen goede manieren, maar ook een hogere wijsheid leerden. Daardoor konden ze aan hun leven gestalte geven, en daarin kwamen ze ook toe aan hun diepste 'ik'. Een grotere universaliteit én een grotere individualiteit.

Dat is nu precies wat er in het klooster ook gebeurt: een grotere universaliteit en een grotere individualiteit, waar je leert je thuis te voelen in de diepte van jezelf, waar alleen God woont. Het Heilige der heiligen, zoals Moeder Mechtildis dat eens uitdrukte: het heiligdom van je hart waar de heilige Geest is uitgestort en de zoete Gast van je ziel woont.