Eerste lezing: Zacharias 2,5-9a.14-15a
Evangelie: Lucas 9,43b-45
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd verbaasde iedereen zich over alles wat Jezus deed,
en Hij sprak tot zijn leerlingen:
Hebt een open oor voor wat Ik u zeg.
De Mensenzoon zal worden overgeleverd in de handen der mensen.
Ofschoon zij die woorden niet begrepen
- ze bleven voor hen omsluierd,
zodat zij het niet konden vatten -
schrokken zij ervoor terug Hem hierover te ondervragen.
Homilie
Wat is daar nu niet aan te begrijpen? "De Mensenzoon zal worden overgeleverd in de handen der mensen." Daar staat wat er staat. Jezus sprak gewone taal, de gewone taal van zijn volk, het Aramees, en wat Hij zei was ook van de mensen, het lot van de mensen. Hij noemt Zich dan ook niet voor niets: "Mensenzoon. En zij begrijpen het maar niet. Zij begrepen die woorden niet, ze bleven voor hen omsluierd, zodat zij het niet konden vatten." Dat is driemaal niet begrijpen. Drie lijdensvoorspellingen en drie keer niet begrijpen. Maar niet begrijpen, niet verstaan, betekent in feite niet aannemen, niet aanvaarden. Ze namen het niet, want ze begrepen maar al te goed wat Jezus zei. Ze wilden het niet begrijpen. Ze wilden het niet aanvaarden. Ze wilden het geen plaats geven, want - zo staat het er ook vandaag - "ze schrokken ervoor terug Hem hierover te ondervragen." Ze wisten wel wat er gebeuren ging, wat Jezus verder zou gaan zeggen, maar ze wilden het niet horen, zij wilden er niet aan.
De apostelen staan hier als voorbeeld voor alle mensen; alle mensen hebben een onoverkomelijke moeite het kruis een plaats te geven. Het kan er bij de apostelen dus niet in. Hij, hun Meester! Zijn woorden alleen al waren eeuwig leven. "Gij hebt woorden van eeuwig leven" (Joh 6,68).
Waarom zegt Jezus dat dan? Waarom doet Hij dat zijn leerlingen aan, als het toch geen resultaat heeft? Omdat Hij hen, in het vertellen van wat ze niet konden begrijpen, niet konden aanvaarden, kon laten zien dat Hij dat onaanvaardbare wél aanvaardde. In de boodschap van het lijden zit een andere boodschap, een boodschap van overgave. Jezus zegt niet: geef je daar nu aan over, maar: luister hoe Ik erover spreek. Ik ben er helemaal klaar mee. Ik beschouw dat niet als een mislukking, maar als een onderdeel van mijn zending, ja, als het hoogtepunt, als de kern, als de inzet van de zending van mijn Vader.
Hij laat dat al merken in de woorden die Hij gebruikt: "De Mensenzoon zal worden overgeleverd in de handen der mensen." Door wie zal Hij worden overgeleverd? Door de mensen? Jezus verzwijgt met opzet het onderwerp van de overlevering, wie dat doet, het subject, om zo te kunnen aanduiden dat het God is die erachter zit, zijn Vader, de Onnoembare, die Jezus toch soms aanduidt door dat passief te gebruiken: de Mensenzoon zal worden overgeleverd in de handen van de mensen (door de Vader). De Vader met wie Jezus zo vertrouwelijk omging.
Jezus laat zijn overgave horen in de woorden die Hij spreekt, en ook in de manier waarop Hij die woorden spreekt. Zo sereen, zo volmaakt in vrede, zo helemaal overgegeven. In die woorden laat Hij ruimte voor Gods voorzienige plan. Hij was in zijn spreken over het lijden precies hetzelfde als in het bidden. Zoals ze Hem dikwijls zagen bidden en zoals wij Hem gisteren samen met de apostelen zagen bidden, voordat Hij die woorden sprak over het lijden. "Toen Jezus eens alleen aan het bidden was en zijn leerlingen bij Hem kwamen", zagen zij Hem in een vertrouwelijk onderhoud met zijn Vader. Ze hoorden niets en ze zagen de Vader niet, maar ze zagen Jezus en in Hem de Vader. In het vertrouwen van Jezus zagen ze de macht en de liefde van de Vader. Bij die gelegenheid gebruikte Hij dat andere woord, dat Hij wel meer gebruikte: "De Mensenzoon moet veel lijden
Dat 'moeten'. Wist ge dan niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?" (Lc 2,49) Dat is het heilige moeten waarin Jezus heel zijn leven, zijn spreken en zijn doen heeft gesteld. Het is geen uitwendig moeten, geen dwang, maar een inwendig moeten, een vrij moeten, een heilig moeten, de innerlijke wet vanuit zijn diepste levenskern, zijn Zoon-zijn.
Het is niet te begrijpen, dat plan van de Vader, maar wel te aanvaarden. 'Vader', zal Jezus gezegd hebben, 'Ik begrijp U niet, maar Ik vertrouw U.' En zo heeft Jezus kunnen zeggen: "Abba, niet wat Ik, maar wat Gij wilt" (Mt 26,39; vgl. Mc 14,36; Lc 22,42).
Voor de mensen is overgave aan het menselijk leven zoals het over hen komt een onmogelijkheid zonder Jezus. En zonder Jezus is er ook geen overgave mogelijk aan de Vader. Onze overgave is een overgave aan de Vader, aan de Vader van Jezus. We hebben Jezus nodig om te zien hoe dat kan. We geven ons dan niet over aan het lijden, dat is stoïcisme, dat is heidendom, maar door het lijden heen geven we ons aan Jezus en door Jezus heen aan de Vader van Jezus. Met Jezus' overgave voor ogen is het goed zich over te geven aan de Vader.
Hier hebben we niet alleen Jezus' overgave voor ogen, maar we worden in zijn overgave in het Sacrament betrokken. 'Door Hem en met Hem en in Hem.'