Heilige Matteüs, apostel en evangelist
(eigen lezingen)
Eerste lezing: Efeziërs 4,1-7.11-13
Evangelie: Matteüs 9,9-13
Inleiding
Vandaag vieren we het feest van de evangelist Matteüs. Er is eigenlijk maar één evangelie: hét evangelie, zoals we elke keer zeggen wanneer wij het evangelie beginnen te verkondigen: het evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs, volgens Lucas, enzovoort. Christus is dus niet in stukken verdeeld; er is één boodschap van heil; er is maar één regel van Benedictus, maar er zijn méér uitzichten. Zoals een compositie, een muziekstuk, stereofonisch kan worden weergegeven, waardoor er diepte in komt.
Vandaag wordt in het evangelie de roeping van Matteüs verhaald. Hij begint als Levi en hij eindigt als Matteüs, hetgeen betekent: geschenk van God. Hij blijft helemaal zijn identiteit behouden, en toch wordt hij helemaal anders. Dat is bekering. Zijn bekering wordt door Matteüs zelf, als evangelist, beschreven als één van de tien wonderen, één van de tien machtsdaden. Het begint met de melaatse, dan volgt de verlamde knecht, de koortsige schoonmoeder van Petrus, de storm, de bezetene, de lamme, Jaïrus, de vrouw met bloedvloeiing, de twee blinden, een stomme en daartussen ook de bekering van Matteüs. Toch beschrijft hij zijn bekering niet als zomaar een wonder, maar als een verdediging van Jezus' werkwijze tegen de aanvallen van de Farizeeën; als een intentieverklaring. Hij wil ermee uitdrukken dat er een tijd is binnen de heilsgeschiedenis, waarin de barmhartigheid zegeviert over het recht, over het oordeel.
Dat is wat wij in de eucharistie vieren, dat God hetgeen wij Hem hebben aangedaan, beantwoordt met genade, met vergeving. 'Dit is mijn Bloed tot vergeving van de zonde.' Als ons dan zoveel barmhartigheid is bewezen door God, zouden wij dan ook niet barmhartig kunnen zijn ten opzichte van elkaar? Dat we de ander niet zo fixeren op wat hij verkeerd doet.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd trok Jezus verder.
Hij zag iemand aan het tolhuis zitten die Matteüs heette.
Hij zei tot hem: Volg Mij.
De man stond op en volgde Hem.
Terwijl Hij nu in diens woning aan tafel aanlag,
kwamen ook vele tollenaars en zondaars
met Jezus en zijn leerlingen aanliggen.
Toen de Farizeeën dat zagen,
zeiden ze tot zijn leerlingen:
Waarom eet uw Meester met tollenaars en zondaars?
Jezus hoorde dit en zei:
Niet de gezonden hebben een dokter nodig, maar de zieken.
Gaat heen en leert wat het zeggen wil:
Ik wil liever barmhartigheid dan offers.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen,
maar zondaars.
Homilie
Twee manieren van kijken! Jezus zag iemand aan het tolhuis zitten, die Matteüs heette en Hij zei tot hem: Volg Mij.
Toen de Farizeeën dat zagen (hoe Jezus at met tollenaars en zondaars), zeiden zij tot zijn leerlingen: Waarom eet uw Meester met tollenaars en zondaars?" Vaste categorieën: tollenaars en zondaars. Opgesloten in een hokje, in het hokje zondaars. Ze hebben een etiket opgeplakt gekregen: 'eenmaal een dief, altijd een dief'. En wat de Farizeeën vonden, dat vond iedereen. Zo'n tollenaar zat muurvast, in de kliek van zijn soortgenoten, en vast aan de macht van het geld. De tollenaar werd door iedereen gezien als een uitbuiter, een afperser in dienst van de heidenen: "Als ik iemand iets afgeperst heb, geef ik het hem vierdubbel terug," zegt Zacheüs, hoofdambtenaar bij het tolwezen en een rijk man, na zijn bekering (Lc 19,8). Dát is wat de mensen zien, zoals mensen dikwijls elkaar zien. Kleine gemeenschappen, sterke, vaste gemeenschappen, gesloten gemeenschappen lijden aan stereotypering, maken stereotypen: die is zus en die is zo. Dat is een gewoonte in dorpsgemeenschappen, maar ook in kloostergemeenschappen, daar ontkom je gewoon niet aan. Maar ook bij individuele mensen komt dat voor, zo van: 'ik ben nu eenmaal zo, daar kom ik nooit van af; zo is mijn aard nu eenmaal.' Mensen sluiten anderen en zichzelf op in stereotypen en dáárvan wil Jezus ons verlossen. Hij wil ons verlossen uit de geslotenheid, uit de macht, uit bezetenheid, verslaving, knechting, het nauwe, uit het benauwende opgesloten zijn in vaste denk- en rolpatronen.
"Toen Jezus vandaar verder trok, zag Hij iemand aan het tolhuis zitten die Matteüs heette, en Hij zei tot hem: Volg Mij. Jezus ziet ook wel dat het een zondaar is. Trouwens dat zegt Hij ook: Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars." Het is een zondaar, maar dat is voor Jezus niet het laatste. Hij wil iets nieuws. Hij heeft een creatieve blik, een scheppende blik. Er ligt vertrouwen in Jezus' blik, en Levi wil dit vertrouwen niet beschamen. De stereotypering die hij natuurlijk ook over zichzelf had - daar kom ik nooit meer van los, het is wel slecht wat ik doe, maar het is zo gemakkelijk, het brengt veel geld op, enzovoort - daar zit hij aan vast. Maar als iemand hem nu eens een kans zou geven
, als iemand hem nu eens het vertrouwen zou schenken dat hij meer is, dat hij meer mogelijkheden heeft, dan wil hij daar wel van zien los te komen, en dat vertrouwen merkte hij op in de blik van Jezus. Hij liet Jezus' blik echt in zichzelf, in zijn hart toe. Dat is anders dan bij de rijke man. Jezus zag hem liefdevol aan, begon hem lief te hebben; de rijke man nam die blik wel waar met zijn ogen, maar niet met zijn hart. Hij zat vast, echt vast aan zijn aardse goederen. Maar Levi liet datgene waaraan hij vastzat, los. Hij stond op als iemand die verrijst, als iemand die opstaat uit de dood, en volgde Hem.
Dat is wat wij nu aan onszelf mogen laten gebeuren, onze blik mag de blik van Jezus kruisen, ons hart mag Jezus' liefdevolle blik opvangen. De blik van Jezus aan het kruis. Daarin ligt zo'n liefde, zo'n barmhartigheid, zo'n vertrouwen. Zouden wij dat vertrouwen willen beschamen? Durven beschamen?