Dinsdag in de zesentwintigste week
          van het even jaar
           


Eerste lezing: Job 3,1-3.11-17.20-23
Evangelie: Lucas 9,51-56


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

Toen de dagen van zijn verheffing
hun vervulling tegemoet gingen,
aanvaardde Jezus vastberaden de reis naar Jeruzalem
en zond boden voor Zich uit.
Dezen kwamen op hun tocht in een Samaritaans dorp
om er zijn verblijf voor te bereiden.
Maar de Samaritanen ontvingen Hem niet,
omdat Jeruzalem het doel van zijn reis was.
Toen de leerlingen Jakobus en Johannes dit gewaar werden,
vroegen ze:
“Heer, wilt Gij, dat wij vuur van de hemel afroepen
om hen te verdelgen?”
Maar Hij keerde Zich om en wees hen op strenge toon terecht.
Daarop vertrokken zij naar een ander dorp.

Homilie
 

Wat is er vandaag toch aan de hand met Job? Eerst was het nog: "Toen Job al deze rampen waren overkomen, stond hij op, scheurde zijn gewaad, schoor zijn hoofd, wierp zich op de grond en bad aldus: Naakt ben ik uit de moederschoot gekomen en naakt keer ik daar weer terug. Het was de Heer die gaf en het was de Heer die nam. Gezegend zij zijn Naam. Bij al die slagen zondigde Job niet en sprak tegen God geen dwaze woorden" (Job 1,20-22). En nu, nog geen twee hoofdstukken verder, is zijn stemming totaal omgeslagen: "Toen Job door zoveel rampen was geslagen, opende hij zijn mond en vervloekte zijn levensdagen" (Job 3,1-3). Ongelukkig is hij in zijn ongeluk, verbitterd zelfs. Maar in het begin was het niet zo, het zaadje van de overgave, en het zou tenslotte uitgroeien tot een volwassen boom. Hij zou zwijgen en zijn mond niet meer openen voor vervloekingen, maar alles aannemen uit Gods liefdevolle Vaderhand.

Als iemand alles wordt afgenomen, of als iemand iets wordt afgenomen wat alles voor hem betekent, dat hij dan helemaal niets meer heeft om zich in te bergen, dat hij zonder enig houvast is op deze wereld, moederziel alleen, dat is voor een mens niet te doorstaan. Nu is dit Job overkomen toen hij al in het bestaan geworteld was. Hij had al een zelfstandig bestaan opgebouwd, hij had zich een zekere innerlijkheid verworven, hij was niet meer zo afhankelijk van menselijke bevestiging en kon daarom in beginsel dat zware lot, dat alles hem werd afgenomen, aanvaarden uit de hand van God.

De heilige Theresia van het Kind Jezus was nog maar vier jaar toen zij haar moeder verloor. Toen moest ze doormaken wat haar moeder moest doormaken. Haar moeder stierf, maar zij moest sterven aan haar moeder, toen ze daar eigenlijk in haar natuur helemaal nog niet aan toe was. Toen dat nog heel ver weg was, zij was een kleintje van twee of drie jaar en haar moeder had een stralende gezondheid, zei ze eens: 'Mama, ik hoop dat u heel gauw zult sterven.' 'Wat zeg je me daar nu toch?' 'Ja, dan bent u toch bij God in de hemel. Dat is toch het mooiste wat ik u kan toewensen.' Maar toen moeder stierf en zij alleen op aarde achterbleef was haar verdriet groot. Zoals bij Job. Daarna hechtte zij zich aan haar oudste zuster als aan een tweede moeder. Enkele jaren later ging die naar het klooster, zomaar ineens; van de ene dag op de andere had Theresia opnieuw geen moeder. Maar er was nog een andere zus die een moeder voor haar kon zijn. Toen werd die haar moeder. Maar ook die ging het klooster in zonder aan te voelen wat dat voor het kind Theresia betekende. Toen was haar verdriet zo groot, dat zij ervan in de war raakte. Het heeft jaren geduurd voor zij er weer bovenop was. Haar hemelse Moeder moest eraan te pas komen met haar glimlach. Toen kon ze weer gewoon tussen de mensen zijn. Het heeft nog jaren geduurd voordat zij haar overgevoeligheid, haar weekhartigheid, had overwonnen en daarna heeft het nog jaren geduurd voordat zij in de plaats van haar vader en moeder op aarde, een moeder kreeg in de hemel, en een Vader, bij wie zij zich zo thuis voelde als het kleine kind zich bij haar aardse vader en moeder.

Vandaag zien we in het evangelie deze merkwaardige samenhang, het samengaan van overgave en strijd in één zin: "Toen de dagen van zijn verheffing hun vervulling tegemoet gingen, aanvaardde Jezus vastberaden de reis naar Jeruzalem." Jeruzalem, de stad van lijden en dood. Dat had Hij ook gezegd tegen zijn leerlingen: 'We gaan naar Jeruzalem en daar zal aan de Mensenzoon lijden, dood, het einde voltrokken worden.' De totale ineenstorting van zijn bestaan! Toen Jezus vanuit Galilea van richting veranderde, van de rondwandeling in Galilea, een circulaire beweging, naar een lineaire beweging, richting Jeruzalem, moest Hij Zichzelf overwinnen. "Toen de dagen van zijn verheffing hun vervulling tegemoet gingen, aanvaardde Jezus vastberaden …" Hij duwde zijn gelaat, zo staat er letterlijk, in de richting van Jeruzalem. Een strijd die later, in de Hof van Olijven, helemaal naar buiten zou breken, zoals vandaag bij de man Job en zoals bij Theresia haar leven lang eigenlijk. Maar die strijd staat in het licht van de glorie. Het loopt goed af: "de dagen van zijn verheffing", dat Hij door God in heerlijkheid zal worden opgenomen, dat betekent dat eigenlijk. Dat is de Hemelvaart. Het loopt goed af. De reis naar Jeruzalem eindigt in een reis naar de Vader.

Het loopt goed af. Dat is de hoop die in ons hart is uitgezaaid. Dat is waarvan we leven. Dat wil niet zeggen dat we ons niet zwak kunnen voelen, uitermate zwak, dodelijk zwak, en dat er geen verdriet is en geen strijd. Dat was er zelfs in de Heer Jezus.