Vrijdag in de zesentwintigste week
          van het even jaar
                   

Eerste lezing: Job 38,1.12-21;40,3-5
Evangelie: Lucas 10,13-16


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd zei Jezus:
“Wee u, Chórazin, wee u, Bethsaïda!
Tyrus en Sidon zouden reeds lang, neerzittend in zak en as,
zich bekeerd hebben,
indien bij hen de wonderen waren gebeurd
die bij u hebben plaatsgevonden.
Ja, het lot van Tyrus en Sidon
zal bij het oordeel beter te dragen zijn dan dat van u.
En gij, Kafarnaüm,
zult ge soms tot de hemel toe verheven worden?
Tot in de onderwereld zult ge neerzinken.
Wie naar u luistert, luistert naar Mij;
en wie u verstoot, verstoot Mij.
Wie Mij verstoot,
verstoot Hem die Mij gezonden heeft.”

Homilie  

“Wee u, Chorázin, wee u, Bethsaïda.”
Waarom, wat hebben die mensen misdaan? Ze hebben niet geluisterd naar de leerlingen van Jezus. “Wie naar u - mijn leerlingen - luistert, luistert naar Mij en wie u - mijn leerlingen - verstoot, verstoot Mij." Ze hebben niet naar Jezus geluisterd, ze hebben niet naar het woord van God geluisterd. Nu sta ik op de plaats van de leerlingen. Wie naar mij luistert, luistert naar Jezus. En wie niet naar mij luistert, maar mijn woorden verstoot, verstoot Jezus. Zo'n vaart zal het bij u wel niet lopen.

Maar het is wel te hopen dat, als u naar het evangelie luistert, u dan naar het woord van God luistert, dat u dan een Jezuservaring opdoet, een Godservaring. Een ervaring van vrede, een vrede, niet zoals de wereld u die geeft, maar een vrede die bestand is tegen alle vormen van onvrede. Want zoals het niet naar Jezus luisteren, het Hem verstoten, je in het ongeluk zal storten, een nog groter ongeluk dan dat van Tyrus en Sidon, de grote handelssteden, die van een grote hoogte zijn neergevallen en volledig verwoest werden, zo zal het wel luisteren naar Jezus' woord je een geluk geven, een zaligheid, waarbij alle zaligheid die de wereld je geven kan, in het niet verzinkt.

Die dreigende taal, dat 'weeroepen', hoort wel degelijk thuis in het evangelie, de Blijde Boodschap. Want door het einde van de weg van het ongeloof te laten zien, van de verharding tegenover Jezus, de verharding ten einde toe, hoopt Jezus de verharde harten tot bekering te brengen. Let op waar het op uitloopt! Nu is het nog allemaal vrede en rust, nu zie je nog een geduldig en eindeloos barmhartig Iemand voor je, die goed is voor de zondaren, opdat zij zich tot Jezus bekeren, maar zo zal het niet blijven. Die dreigende taal is noodzakelijk omdat Jezus wil voorkomen dat zij het slachtoffer worden van Jezus' prediking van de Blijde Boodschap van Gods barmhartige liefde. God is barmhartig, Jezus houdt niet op dat te verkondigen. Hij vergeeft de zonden. Maar als de mensen die barmhartigheid van God gaan uitleggen als: we kunnen onze gang gaan, of je Jezus nu aanhangt of niet, het blijft toch hetzelfde, het heeft geen consequenties of je nu wel of niet naar de kerk gaat en bidt, of je eerlijk bent of dat je een huichelaar bent, het maakt geen verschil, dan zouden de mensen door Jezus' boodschap van de barmhartigheid nog in slaap gewiegd kunnen worden in plaats van wakker geschud. Nu blijft het nog wel hetzelfde, tenminste, naar buiten toe. Naar binnen toe is er inderdaad een verschil. Een verschil als tussen hemel en aarde. Naar buiten toe is er geen verschil, maar zo zal het niet blijven.

Stel je nu eens voor dat Jezus dat niet gezegd zou hebben, dan zouden de mensen bij het laatste oordeel geconfronteerd worden met de consequenties van hun onbekeerd gedrag en dan zouden ze kunnen zeggen: 'waarom hebt U ons niet gewaarschuwd voor de consequenties? Toen konden wij dat niet zien. U had het ons moeten zeggen.' Daarom die 'weeroepen', daarom die dreigwoorden.

Zelfs in het blijde zonnelied van de heilige Franciscus dat zo populair is, staat zo'n weeroep, zo'n dreiging: 'Wee die in zonde sterven.' Dat oordeel, dat in de handen van God ligt, is de anticlimax, het contrapunt van Gods Blijde Boodschap. Daarvoor wil Hij ons waarschuwen. Jezus heeft dat oordeel ten slotte op Zich genomen. Dat is wat we in iedere eucharistie vieren. Het allerlaatste dat heeft Hij ondergaan, opdat wij vrijuit zouden gaan.