Heilige Maagd Maria, Sterre der Zee
Eerste lezing: Galaten 3,7-14 [III 321];
Evangelie: Lucas 11,15-26 [III 322]
Inleiding
'Uw Naam klinkt over heel de aarde,' zongen we in de openingszang. Al die verschillen, al die verscheidenheden, grenzen, kloven, weerstanden, obstakels die er tussen mensen zijn, worden niet opgeheven maar overstegen, doordat wij Iemand hebben aan wie wij ons uit handen kunnen geven. Hij, de Vader in de hemel, die van zo ver weg ons zo dichtbij gekomen is in zijn Zoon dat wij zijn woord mogen horen en ons met zijn Sacrament mogen voeden. Belijden wij dan eerst onze schuld, dat wij ons, in onze onderlinge verhoudingen, niet laten leiden door de Geest van de Vader, maar door de geest van de zelfzucht.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
Toen Jezus eens een duivel had uitgedreven zeiden enkelen:
Door Beëlzebub, de vorst der duivels, drijft Hij de duivels uit.
Anderen - om Hem op de proef te stellen -
verlangden van Hem een teken uit de hemel.
Maar Hij kende hun gedachten en sprak tot hen:
Elk rijk dat innerlijk verdeeld is vervalt tot een woestenij;
het ene huis valt op het andere.
Als nu ook de satan met zichzelf in strijd is,
hoe kan zijn rijk dan standhouden?
Ge zegt immers dat Ik door Beëlzebub de duivels uitdrijf.
Als Ik door Beëlzebub de duivels uitdrijf,
door wie drijven uw zonen ze dan uit?
Daarom zullen zij uw rechters zijn.
Maar als Ik door de vinger Gods de duivels uitdrijf,
dan is inderdaad het Rijk Gods tot u gekomen.
Wanneer een sterke, welbewapend, zijn huis en hof bewaakt, is zijn bezit veilig.
Komt er echter iemand die sterker is dan hij en die hem overwint,
dan rooft deze zijn volle uitrusting,
waarop hij zijn vertrouwen stelde,
en verdeelt wat hij bezit als buit.
Wie niet met Mij is, is tegen Mij,
en wie niet met Mij bijeenbrengt, die verstrooit.
Wanneer de onreine geest een mens verlaat,
gaat hij rondzwerven in dorre streken op zoek naar rust.
Vindt hij die niet, dan zegt hij:
Ik keer terug naar mijn huis, dat ik verlaten heb.
Bij zijn komst vind hij het schoongemaakt en op orde.
Dan gaat hij zeven andere geesten erbij halen,
nog slechter dan hijzelf;
ze trekken erin en gaan daar wonen.
Het laatste is voor die mens nog erger dan het eerste.
Homilie
Wie niet met Mij is, is tegen Mij." Wie wil tegen Jezus zijn? Zeker, de duivel is tegen Jezus, want hem dreef Jezus uit. Maar wat te zeggen van de omstanders? Sommigen zeiden: 'Hij is een verbond aangegaan met de opperduivel.' Zij menen niet te hoeven kiezen, niet voor de duivel én niet voor Jezus. Zij zijn zelfgenoegzaam. Zij kiezen voor zichzelf. Zij horen en erkennen het wonder, maar geloven doen zij niet.
Dan spreekt Jezus. Als het rijk van de duivel innerlijk verdeeld was, zou het allang van de aardbodem verdwenen zijn. En, tussen haakjes, waarom veroordelen zij hun leerlingen die exorcismen uitspreken niet en Jezus wel? Is het niet omdat zij tegen Jezus zijn, iets tegen Jezus hebben? Zij meten met twee maten, en hun eigen leerlingen zullen het levende getuigenis zijn van hun onrechtvaardigheid, en hen veroordelen.
Jezus heeft dus een scherpe scheiding getrokken: de duivel is niet inwendig verdeeld, en Jezus is tegen hem. Jezus vertegenwoordigt Gods kant, door de vinger Gods, dat is door een goddelijke oordeelsact, drijft Hij de duivels uit en brengt Gods koningsheerschappij. De duivel mag sterk staan "in volle wapenrusting, Jezus blijkt de sterkere, die de duivel overwint: Komt er iemand die sterker is dan hij en die hem overwint, dan rooft deze zijn volle uitrusting, waarop hij zijn vertrouwen stelde, en verdeelt wat hij bezit als buit."
Na dit overzicht van het slagveld monstert Jezus zijn toehoorders, die nog voor de keuze staan: Jezus of de duivel. Hij dwingt hen tot de keuze. Voor neutraliteit is er in het geestelijk leven geen plaats: "Wie niet met Mij is, is tegen Mij; en wie niet met Mij bijeenbrengt, die verstrooit." Hier hebben Jezus' toehoorders en alle mensen zich in twee kampen verdeeld: vóór of tegen Jezus. En of hij dat nu toegeeft of niet, ieder die niet vóór Jezus is, is tegen Jezus. Jezus richt Zich nu verder tot ons die vóór Hem gekozen hebben, die op Hem hun stem hebben uitgebracht.
Ook Jezus' Rijk mag niet inwendig verdeeld zijn. Heeft Jezus onze duivel uitgedreven en laten wij daarna de duivel weer opnieuw binnen, dan zal ons einde nog erger zijn dan het begin: "Dan gaat de onreine geest zeven andere geesten erbij halen, nog slechter dan hijzelf; ze trekken erin en gaan daar wonen. Het laatste is voor die mens nog erger dan het eerste." Kiezen wij voor Jezus, maar dan ook helemaal en voorgoed.
Overzien wij na Jezus' woorden nog eens het geestelijk slachtveld van deze wereld. Aan de ene kant zij die, één en al oor, naar Gods woord luisteren en het als één man beleven, als één nieuwe mens: Jezus Christus in ons. Aan de andere kant al de anderen, hoe zij zich ook voor zichzelf of anderen willen maskéren, want dit zegt de Heer: "Wie niet met Mij is, is tegen Mij. Laten wij dan de wijste partij kiezen, het leven met en in Jezus Christus. Zo worden wij door ons geloof gerechtvaardigd: Hij die door het geloof is gerechtvaardigd, hij zal leven" (Gal 3,11).