Heilige Bruno, kluizenaar
Eerste lezing: Jona 3,1-10
Evangelie: Lucas 10,38-42
Inleiding
Vandaag vieren we de gedachtenis van de heilige Bruno, stichter van de orde van de Kartuizers. Dat zijn monniken die het leven in de eenzaamheid combineren met het gemeenschapsleven. Zij wilden in zichzelf afdalen om zichzelf te ontstijgen. Ze volgen dus niet de norm van: 'jezelf willen zijn' of 'als je zelf maar gelukkig bent,' maar in jezelf afdalen tot waar je jezelf overstijgt. Daarvoor diende de 'grande Chartreuse', een woestijnachtig verblijfplaats, de plek bij uitstek waar je aan jezelf bent overgeleverd, waar je je achter niemand kunt verbergen. En binnen die afgezonderde ruimte was er, zoals u (de zusters van priorij Nazareth) dat ook hebt, de cel, het verblijf waar de kluizenaar het grootste deel van zijn dag in eenzaamheid doorbrengt. Daar woont de kluizenaar bij zichzelf. De eenzame bidt en zwijgt en verheft zich boven zichzelf. De heilige Bruno is zes jaar lang kluizenaar geweest, tot hij door paus Urbanus II naar Italië werd geroepen om diens adviseur te zijn. Dat betekent dat hij, hoewel met een bezwaard hart, ermee instemde, niet vast zat aan wat hij zelf begonnen was. Hij was eraan onthecht, hij was zelfs aan zijn geestelijk ideaal onthecht.
Hij schrijft een brief aan een vriend, uit de tijd dat hij docent in de theologie in Reims was. Hij probeert hem over te halen zijn leven in de eenzaamheid te leven. Dat doet hij met de volgende woorden: 'Wat de eenzaamheid en de stilte van de woestijn aan rust en hemelse vreugde kunnen bieden aan wie Hem lief hebben, weten alleen zij die het hebben ervaren. Het oog verwerft er een serene blik, waardoor de goddelijke Bruidegom wordt geraakt als door een liefdespijl. Door de reinheid en de puurheid van het oog kan men komen tot een echte aanschouwing van God. Ik zou willen, dierbare medebroeder, dat je Hem boven alles en alleen zou beminnen, zodat je in de omhelzing van zijn omhelzing, door goddelijke liefde zou ontvlammen.'
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd kwam Jezus in een dorp
waar een vrouw die Marta heette Hem in haar woning ontving.
Ze had een zuster, Maria die
- gezeten aan de voeten van de Heer -
luisterde naar zijn woorden.
Marta werd in beslag genomen door de drukte van het bedienen,
maar ze kwam er een ogenblik bij staan en zei:
Heer, laat het U onverschillig dat mijn zuster mij alleen laat bedienen?
Zeg haar dan, dat zij mij moet helpen.
De Heer gaf haar ten antwoord:
Marta, Marta, wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen.
Slechts één ding is nodig.
Maria heeft het beste deel gekozen
en het zal haar niet ontnomen worden.
Homilie
Nineve was een geweldig grote stad; drie dagen had men nodig om er doorheen te trekken." In zo'n grote stad is het een en al bedrijvigheid. Het is er vol van Marta's die in beslag genomen worden door de drukte van het bedienen, die bezorgd zijn en zich druk maken over zo veel dingen, maar niet bekommerd zijn om dat ene noodzakelijke. Maar op de prediking van Jona kwam heel die drukte tot stilstand. "De koning stond op van zijn troon, legde zijn staatsiegewaad af, dat wil zeggen: hij deed afstand van zijn regeringszaken, en hij en heel de stad wendde zich af van zaken en drukte. Ze lieten alles staan, trokken boetekleding aan en zetten zich neer in het stof."
Wat in Nineve gebeurde in het groot, vindt in het evangelie plaats in het klein. Daar komen twaalf jonge, hongerige mannen met hun Meester onverwacht het huis binnen waar Marta de scepter zwaait. "Waar een vrouw die Marta heette Hem in haar woning ontving. Zij werd in beslag genomen door de drukte van het bedienen." Daaraan kun je zien dat er iets mis is, want in beslag genomen betekent dat er een druk achter zit bij het bedienen. Ze wérd geleefd, ze leefde niet zelf. De zoete Gast van haar ziel raakte in verdrukking. Ze ontving Jezus wel in haar woning, maar níet in haar hart. De heilige Geest en zelfbezit gaan samen. Als er gewerkt moet worden, houdt het innerlijke werken niet op, wordt er niets afgeknepen. Dan is men een en al bezorgdheid en zorg, terwijl de ziel óók nog verzorgd wordt. Zielzorg noemen wij dat. Men is enthousiast, men is vurig en men houdt het zelfbezit. Men noemt dat: de nuchtere dronkenschap van de heilige Geest.
Er is nog een ander teken waaraan je kunt zien dat het bij Marta niet helemaal goed zit, namelijk: ze ergert zich aan de onverschilligheid van Jezus. "Heer, laat het U onverschillig
" Dat is precies wat de leerlingen op het meer ook hadden, toen de storm hen overviel, de golven over de boot spoelden en Jezus daar maar zorgeloos lag te slapen op een kussen op de achtersteven. "Meester, raakt het U niet dat wij vergaan?" (Mc 4,38). Maar Jezus is 'heilig onverschillig'. Hij is in beslag genomen door de heilige Geest en vertrouwt op de zorg van God, terwijl zij bezeten zijn en bedrukt.
Je kunt het ook horen aan Marta's manier van spreken. Eerst stelt ze de vraag: "Heer, laat het U onverschillig dat mijn zuster mij alleen laat bedienen?," en vervolgens geeft ze Jezus niet de gelegenheid om antwoord te geven, want meteen gaat ze door en zegt: "Zeg haar dan
", Dat is ook wat men doet als men in het gebed aan het praten blijft, zodat Hij er niet tussen kan komen, zodat Hij ook iets kan zeggen. Als je op deze manier bidt, word je nog door de eigen geest geleid, ook al heb je nog zoveel vrome woorden, vrome gedachten. Het gaat niet om de gedachten en de woorden, maar het gaat om de geest. En dít is een geest van pressie. "Zeg haar dan dat zij mij moet helpen." Kijk, daar heb je het. Er moet weer iets. En dat is niet het inwendige moeten, maar het moeten van de eigen wil.
Hoe anders is Jezus! "De Heer gaf haar ten antwoord: Marta, Marta. Hij noemt haar zelfs bij haar naam en dat deed Marta niet bij haar zuster. Laat het U onverschillig dat mijn zuster." Ze beroept zich erop dat zij haar zuster is. Maria is de zuster van Marta en op grond dáárvan moet er geholpen worden. Maar bij Jezus gaat het er niet om dat je een bepaalde functie hebt, of een bepaalde betrekking, een bepaald officie waardoor er iets moet, maar je wordt binnen dat officie en binnen die betrekking en binnen die sociale verhouding, persoonlijk geroepen, bij je eigen naam. Marta, Marta. En als Hij het over Maria heeft, heeft Hij niet over uw zuster, maar dan heeft Hij het over Maria. "Maria heeft het beste deel gekozen." Zij zat aan de voeten van de Heer naar Hem te luisteren.
Jezus is het enig noodzakelijke! Hij is het beste deel! Hij lijkt te gast te zijn bij Marta en Maria, maar in feite is Hij de gastheer en zijn wij te gast bij Hém. Hij schuift ons het beste deel toe, precies wat de gastheer doet wanneer er gasten komen: het lekkerste stuk, het grootste stuk is voor de gast.
Wat is nu het beste deel wat Hij ons geeft? Zichzelf! Zijn woord, dat in staat was om heel die bedrijvige stad Nineve tot stilstand te brengen, datzelfde woord dat in staat was om Maria, te midden van die drukte van het bedienen, aan zijn voeten te laten neerzitten en haar hart ermee te laten vervullen. Dat is wat nu ook hier in de eucharistie kan geschieden. Je terugtrekken uit de drukte van het bedienen, uit je normale werkzaamheden en je niet door je verstrooiingen laten afleiden. Zo'n kracht heeft dat Woord van God. Hij zal het u niet aan zorg voor uw ziel laten ontbreken.