Zaterdag in de zevenentwintigste week
            van het oneven jaar
   
Eerste lezing: Joël 4,12-21
Evangelie: Lucas 11,27-28


Inleiding  

Vandaag wordt de moeder van de Heer zalig geprezen door een vrouw uit het volk met: "Zalig de schoot die U gedragen heeft en de borsten die U hebben gevoed.” Het antwoord van Jezus daarop is: “Veeleer zalig die naar het woord van God luisteren en het onderhouden." Jezus richt zijn antwoord tot zijn leerlingen, zij worden door Jezus zalig geprezen, maar omdat de vrouw begon met Maria zalig te prijzen, zijn die woorden allereerst voor haar bedoeld. Maria heeft als geen ander het woord van God beluisterd, in zich opgenomen, in haar hart bewaard, bemediteerd. Zij is het woord van God gewórden, het is haar leven geworden. Daarom nemen wij vandaag, Maria op Zaterdag, het Misformulier van Maria, leerlinge van de Heer.
Belijden wij dan eerst onze schuld, onze hardhorigheid, onze geestelijke doofheid voor het woord van God, dat wij elke dag horen, maar toch niet zo tot ons laten doordringen, teneinde deze heilige Geheimen goed te kunnen vieren.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd, terwijl Jezus aan het spreken was,
verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep Hem toe:
“Gelukkig de schoot die U gedragen heeft
en de borsten die U hebben gevoed.”
Maar Hij sprak:
“Veeleer gelukkig
die naar het woord van God luisteren en het onderhouden.”

Homilie  

De eeuwige zaligheid hangt af van het luisteren naar en het onderhouden van het woord van God. Dat is de korte samenvatting van de eerste lezing. "De Heer buldert uit Sion: Egypte, waar de doodsvijanden van het volk van God wonen, wordt een woestijn, Edom een kale wildernis. Maar Juda, waar het volk van God woont, het volk dat naar het woord van God heeft geluisterd en het onderhoudt, dat Juda blijft altijd bewoond en ook Jeruzalem, van geslacht tot geslacht."

Zonde doen, niet luisteren naar het woord van God, je eigen wil volgen, leidt tot vernietiging. Wanneer je kiest voor jezelf, dan leidt dat tot je ondergang, want zo luidt het woord van God door Jezus: "Wie zijn leven wil redden, zal het verliezen" (Mc 8,35). Luister je echter naar het reddingbrengende woord van God, van Jezus, die zegt dat je jezelf moet verliezen, dan zul je jezelf vinden en word je gered, dan gaat het je goed, dan zul je voor eeuwig zalig zijn.

Om die zaligheid draait het ook in het evangelie van vandaag. Die zaligheid bereikt de mens opnieuw door het luisteren naar het woord van God. In welke situatie heeft dat woord van de vrouw uit het volk en het wederwoord van Jezus geklonken, toen die vrouw aan Jezus een voorzet gaf tot deze zaligheid? Dat alles gebeurde "terwijl Jezus aan het spreken was." Jezus was aan het spreken en niet zomaar aan het spreken, Hij spreekt het goddelijk woord, dat komt uit zijn Hart en uit zijn mond, en dát brengt die vrouw ertoe om meteen hardop te zeggen: Als iemand zo spreekt, dan is de moeder van zo iemand gelukkig, zalig. Het is geweldig een moeder te zijn van een kind dat zo spreekt. Zalig de moeder van een kind uit wiens mond zulke woorden klinken. En wat doet Jezus nu? Hij breidt die lof als het ware uit, Hij geeft er een bredere context aan: "Veeleer gelukkig die naar het woord van God luisteren en het onderhouden." Het belangrijkste is niet dat iemand de moeder van Jezus is, maar waar het om draait in het menselijk leven is, of je naar het woord van God luistert.

Dat woord van die vrouw doet iets met Maria wat heel gemakkelijk gebeurt in de Maria-devotie: het plaatst haar op een voetstuk, hemelhoog, onbereikbaar, onnavolgbaar. Ze wordt als het ware in een isolement geplaatst: zijn zoals Maria. dat kan niemand. Maar zo moeten we niet over haar denken, we moeten haar niet op een afstand plaatsen, we moeten haar, net zoals Jezus doet, nabij zijn. Het belangrijkste is niet, zegt Jezus over Maria, dat zij Mij gedragen heeft in haar schoot, maar dat zij Gods woord heeft gedragen in haar hart. "Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en overwoog ze bij zichzelf." Dat staat tot tweemaal toe in hetzelfde evangelie van Lucas (Lc 2,19;51). Het belangrijkste is niet dat Maria's borsten Jezus hebben gevoed, maar dat zij zichzelf heeft gevoed aan het woord van God en dat zij daarvan leeft. Dat is nu precies wat voor ons allemaal bedoeld is. Wij allemaal worden in die zaligspreking van Jezus opgenomen, en het is de kunst om dat te doen zoals Maria, die het niet alleen heeft opgenomen in haar geheugen en verstand, maar ook heeft bewaard in haar hart. Dat je hart opengaat, dat je je kwetsbaar maakt, dat je je laat raken door het woord van God.

Vandaag, Maria op Zaterdag, kunnen wij dat woord van God opnieuw in ons hart laten neerdalen, het beeld van Maria vóór ons hebbend, zich naar binnen kerend, zoals we dat bij Maria zien, zich naar binnen kerend naar het Woord van God in haar hart: Jezus.