Eerste lezing: Galaten 5,1-6
Evangelie: Lucas 11,37-41
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd nodigde een Farizeeër Jezus uit de maaltijd bij hem
te gebruiken.
Jezus trad dus binnen en ging aanliggen.
Toen de Farizeeër dat zag, stond hij er verwonderd over
dat Jezus niet eerst vóór de maaltijd de wassingen verricht had.
Maar de Heer sprak tot hem:
En gij dan, Farizeeën,
gij maakt wel de buitenkant van beker en schotel schoon,
maar van binnen zijt ge vol van roof en slechtheid.
Dwazen!
Heeft Hij die de buitenkant maakte
ook niet de binnenkant gemaakt?
Geef liever wat erin is als aalmoes,
dan is voor u alles rein.
Homilie
Voor de gelovige begint het heil niet vanaf het moment dat hij verdienstelijk handelt, dat hij iets verdienstelijks doet, maar vanaf het moment dat hij gelooft in Jezus, vanaf het moment dat hij gelooft dat God door Jezus alles gedaan heeft: "Voor de vrijheid heeft Christus ons vrij gemaakt" (Gal 5,1). Ons, dat zijn Joden en Grieken. Paulus zegt tot de heidenchristenen in Galatië: er bestaat niet een 'zowel
als', een 'én
én': 'geloof én wetgerechtigheid'. Die twee sluiten elkaar uit, het is niet én
én, maar of
of: "alleen wie de gerechtigheid verwacht als een werk van de Geest" (Gal 5,5) kan op die gerechtigheid rekenen. Alleen hij kan erop hopen, dat hij zal staande blijven in het oordeel van God.
Is het morele handelen van de mens dan helemaal zonder enige waarde? Is het zo dat, als je maar gelooft, je de wet wel kunt vergeten? Nee, dan zouden wij de apostel verkeerd begrijpen. Zoiets hebben de Korintiërs de apostel in de schoenen geschoven: "Alles is mij geoorloofd had Paulus gezegd volgens de Korinthiërs, maar Paulus repliceert: Niet alles is goed voor mij; de Korintiërs: Alles staat mij vrij; Paulus: Ja, maar ik moet mij door niets laten knechten" (1 Kor 6,12). Wij in onze dagen horen: je moet altijd en overal je emoties kunnen uiten. Paulus zou antwoorden: maar je moet geen slaaf worden van je emoties. Het is juist eigen aan de Geest om tot daden van liefde aan te zetten. Het is waar dat alles aankomt op het geloof, maar dan wel op een geloof dat werkzaam is in de liefde: "Als wij één zijn met Christus Jezus, maakt al dan niet besneden-zijn niet het minste verschil; het enige waar het op aankomt is geloof, zich uitend in de liefde" (Gal 5,6). In deze ene zin is de hele leer van de brief aan de Galaten samengevat.
Jezus bespeelt hetzelfde thema: niet slechts de buitenkant, maar ook de binnenkant, niet alleen de uiterlijke vrijheid, ook de innerlijke. Niet alleen een grotere keuzevrijheid, dat je tussen steeds meer gedragsalternatieven kunt kiezen, zoals in onze maatschappij waar de uitwendige keuzevrijheid tot bijna in het onmetelijke is vergroot. Je kunt kiezen tussen tientallen soorten zeep, tandpasta, shampoo, sigaretten, reizen, meubels, haarkleur, kleren, schoenen, noem maar op, ja zelfs relaties, maar kun je ook kiezen voor de innerlijke vrijheid, voor armoede, soberheid, traditie, gehoorzaamheid, ascese, boete, eenzaamheid, stilte, inkeer en ingetogenheid, voor gebed en lofprijzing? Kortom niet alleen de reinheid van handen, beker en schotels, maar ook de reinheid van hart. De inzet van de navolging van Christus is dan ook de reinheid van hart. De uiterlijke reinheid, de observantie van regel en tucht is geen hoofdzaak. Het is een voorwaarde om tot die innerlijke reinheid van het hart te komen, zoals wij bidden in de proloog van de prefatie: 'Verheft uw hart.' 'Wij zijn met ons hart bij de Heer.'