Donderdag in de achtentwintigste week
             van het even jaar
                   

Eerste lezing: Efeziërs 1,1-10
Evangelie: Lucas 11,47-54


Inleiding    

'Omnis terra.' 'Eigenlijk zou heel de aarde U moeten aanbidden, God, en psalmen toezingen, want Gij zijt de Allerhoogste.' Wij zijn maar met een heel klein groepje, maar dat kleine groepje dat wij zijn en dat misschien nog kleiner zal worden, staat in de plaats van, vertegenwoordigt heel de aarde. Heel de aarde ligt achter ons, volgt ons op korte of langere afstand. Wij staan hier namens velen. We vertegenwoordigen heel de aarde, staan op de plaats van zo velen, laten we dan ook heel ons hart geven en niets achterhouden in de dienst van God.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd zei Jezus tot de wetgeleerden:
“Wee u! Gij bouwt de graven van de profeten,
maar uw vaderen hebben hen gedood.
Hiermee legt gij getuigenis af
dat gij instemt met de werken van uw vaderen,
want zij doodden hen en gij bouwt hun graven.
Daarom ook heeft Gods wijsheid gezegd:
Ik zal profeten en afgezanten tot hen zenden,
maar sommigen van hen zullen zij doden en vervolgen,
zodat dit geslacht verantwoordelijk gesteld zal worden
voor het bloed van alle profeten
dat vergoten is vanaf de grondvesting der wereld,
vanaf het bloed van Abel tot het bloed van Zacharias,
die gedood werd tussen het altaar en het tempelgebouw.
Ja, zeg Ik u, dit geslacht zal verantwoordelijk zijn!
Wee u, wetgeleerden!
Gij hebt de sleutel van de kennis weggenomen.
Zelf zijt ge niet binnengegaan,
en hen die wilden binnengaan,  hebt ge het belet.”
Toen Hij naar buiten kwam,
begonnen de schriftgeleerden en de Farizeeën,
- hevig op Hem gebeten -
Hem allerlei netelige vragen te stellen
met de heimelijke bedoeling
Hem op grond van de een of andere uitlating te kunnen vangen.

Homilie  
   

Jezus durft heel wat te zeggen! En dat nog wel bij een maaltijd, waarbij men toch verondersteld wordt de gastheer te prijzen, naar de mond te praten of in elk geval zijn kritiek voor zich te houden. "Bij gelegenheid van deze toespraak nodigde een Farizeeër Hem uit de maaltijd bij Hem te gebruiken. Hij trad dus binnen en ging aanliggen" (Lc 11,37). Mensen zijn eerlijk wanneer zij zich dat kunnen permitteren. Maar ze leveren geen kritiek, wanneer ze weten dat hun dat niet in dank zal worden afgenomen, of wanneer ze zeker weten dat ze dat betaald gezet krijgen. Jezus is eerlijk, ook als Hij daarmee risico's loopt. De Farizeeën waren immers "hevig op Hem gebeten” en stelden Hem allerlei netelige vragen “met de heimelijke bedoeling Hem op grond van een of andere uitlating te kunnen vangen." Tegenover Jezus' eerlijkheid plaatsen zij heimelijkheid. Jezus is eerlijk, ook als het Hem niet uitkomt; de schriftgeleerden zijn alleen maar eerlijk wanneer het hen goed uitkomt.

Niet alleen in zijn kritiek is Jezus uniek, ook in zijn liefde is Hij niet te evenaren. Wie doet dat nu: liefde tonen, als je nog niet weet hoe deze wordt beantwoord? Hoogstens betonen we een klein beetje liefde, vriendelijkheid, een attentie. Maar Jezus wacht niet af hoe wij zijn liefde zullen beantwoorden. U krijgt vandaag de hele dag de gelegenheid om bij het heilig Sacrament te zijn. Telkens als u er niet bent, wel met uw gedachten, maar niet met uw hart, wel met uw lichaam, maar niet met uw geest, kunt u bedenken: Hij is erbij met lichaam en geest. Om dat te laten zien hernieuwt Hij voor u opnieuw zijn offer.