Eerste lezing: Efeziërs 1,15-23
Evangelie: Lucas 12,8-12
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
Ik zeg u: ieder die Mij bij de mensen belijdt,
hem zal de Mensenzoon als de zijne erkennen bij Gods engelen.
Maar wie Mij tegenover de mensen verloochend heeft,
zal verloochend worden tegenover Gods engelen.
Aan ieder die zich zal kanten tegen de Mensenzoon
zal het vergeven worden;
maar hem die de heilige Geest heeft gelasterd
zal het niet vergeven worden.
Wanneer men u brengt voor synagogen,
overheden en machthebbers,
maakt u dan niet bezorgd over het hoe of wat
van uw antwoord ter verdediging;
op dat ogenblik zal de heilige Geest u leren
wat ge moet zeggen.
Homilie
In het evangelie van vandaag spreekt Jezus over wie Hij is. Hij is 'Iemand'. "Ieder die Mij bij de mensen belijdt, hem zal de Mensenzoon als de zijne erkennen bij Gods engelen." En in de eerste lezing zegt ook Paulus wie Jezus is; hij steekt Hem zelfs in de hoogte: "Hoog boven alle heerschappijen, machten, krachten en hoogheden, en boven elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze maar in de toekomstige tijd. Alles heeft God onder zijn voeten gelegd, en Hemzelf verheven boven alles," en wel zo verheven boven alles, dat wij, gewone mensen van deze aarde, als het ware naar adem happen. Adembenemend hoog is Jezus, niet meer van deze wereld, niet meer een van de onzen. Deze verheffing echter is een verheffing uit de diepte, zoals in die andere hymne van Paulus aan de Filippenzen tot uitdrukking wordt gebracht: "Hij die bestond in goddelijke majesteit heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God: Hij heeft zichzelf ontledigd en het bestaan van een slaaf aangenomen. Hij is aan de mensen gelijk geworden. En als mens verschenen heeft Hij Zich vernederd, Hij werd gehoorzaam tot de dood, tot de dood aan een kruis" (Fil 2,6-8). En na deze woorden over Jezus' vernedering komen ook weer die woorden van verheffing, zoals in de lezing van vandaag: "Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam verleend die boven alle namen is
" (Fil 2,9).
Deze verheffing van Jezus (door God) is een verheffing uit de vernedering. De uiterste vernedering loopt uit op een uiterste verheffing. Die uiterste verheffing is voortgekomen uit de allerdiepste vernedering. Het is een dynamisch gebeuren, het is een goddelijk gebeuren. Zo maakt God geschiedenis onder de mensen. De mensen die door hoogmoed zijn gevallen, worden door vernedering verlost, uit hun val opgeheven. En Jezus gaat heel de mensheid plaatsvervangend voor in een zelfgekozen vernedering. Het is zijn eigen vrijwillige keuze.
Het is nu juist de generatie christenen die het dichtst bij de vernedering van Jezus hebben gestaan, die uit eigen aanschouwing die diepste vernedering hebben meegemaakt, die de woorden van de allerhoogste verheffing hebben uitgesproken, of beter gezegd: die zich door de heilige Geest hebben laten inspireren tot deze woorden van allerhoogste verheffing. Dat begint al met de heidense honderdman, die, toen hij het sterven van Jezus zag, Jezus zijn uiterste vernedering zag bereiken, zei: "Waarlijk, Hij was de Zoon van God" (Mt 27,54).
Diezelfde tegenstelling beheerst ook het evangelie van vandaag. De verheffing: "Ieder die Mij bij de mensen belijdt, hem zal de Mensenzoon als de zijne erkennen bij de engelen, maar ook de vernedering: Aan ieder die zich zal kanten tegen de Mensenzoon, zal het vergeven worden; maar hem die de heilige Geest heeft gelasterd, zal het niet vergeven worden." Als je ingaat tegen de heilige Geest, tegen wat de heilige Geest zegt in je hart, kan dat je niet vergeven worden, want dan ga je in tegen de vergeving van de zonde. Als de drenkeling de reddingsboei die naar hem wordt uitgeworpen afwijst, of met gebalde vuist beantwoordt, dan kan hij niet gered worden. "De heilige Geest pleit voor de heiligen naar Gods bedoelingen" (Rom 8,27).
In het rechtsgeding tussen God en de mensen heb je aanklagers en verdedigers. Mensen klagen je aan, je geweten klaagt je aan, de duivel klaagt je aan, maar "God is groter dan ons hart en Hij weet alles" (1 Joh 3,20). Hij luistert naar het pleidooi van de heilige Geest, de Verdediger, de advocaat, de pleitbezorger, die het voor de heiligen opneemt. Hij zegt: 'Hij of zij is een kind van God', geschapen in liefde, verlost door het bloed van Gods eigen Zoon, door het hartelijden van Gods eigen Zoon. En dat hoort God graag.
Ga je in tegen die Geest, dan ben je niet meer te redden. Maar met deze Geest wordt Jezus iedere keer bij ons gebracht, want het is door het aanroepen van de heilige Geest over brood en wijn, dat brood en wijn worden veranderd in het Lichaam en Bloed van Christus. En het is ook door het aanroepen van de heilige Geest na de consecratie, dat wij, die het Lichaam van Christus ontvangen, worden veranderd in kinderen van God.