Heilige Teresia van Avila, maagd en kerklerares
Eerste lezing: Romeinen 3,21-29
Evangelie: Lucas 11,47-54
Inleiding
'Een verlangen naar U, God', dat is volgens Theresia van Avila - de heilige die wij vandaag vieren - de innerlijke burcht in het gelovige hart. In dat gelovige hart is een geestelijke diepte, een gevoeligheid voor het spreken van God. Geestelijk leven is het verblijven in die burcht in je binnenste.
Theresia leefde in een tijd dat de kleine wereld van het christendom, gecentreerd als het was in de landen rond de Middellandse Zee, openbarstte naar nieuw ontdekte landen in het westen en het oosten: Amerika, India, Japan, China. Een nieuwe wereld opende zich met ongekende mogelijkheden, nieuwe culturen, nieuwe schatten, en daardoor ook een nieuwe mogelijkheid om je in te verliezen. In de tijd dat de ontdekkingsreizigers, de conquistadores, zoals Columbus, de nieuwe wereld ontdekten en in kaart brachten, ontdekte Theresia een innerlijke wereld, de wereld van het hart, het kasteel der ziel, de innerlijke burcht. En wat ontdekte zij daar? Zij ontdekte de rijkdom, de mogelijkheden van het menselijk hart. In die wereld van de grote dingen ontdekte zij dat het in het leven van het hart juist om de kleine dingen gaat.
In het klooster kun je je hart alleen maar aan kleinigheden hechten en dus vraagt Jezus dat je Hem die kleine dingen geeft. Bij Theresia betekende dit dat zij het verkeer met mensen buiten het klooster helemaal op zou geven. Ze kon er maar niet toe besluiten, hoe heilig en verstorven zij ook leefde; de verstrooiende omgang met mensen buiten wilde zij niet loslaten. Toen zij echter na twintig jaar eindelijk dat besluit nam, beweende zij, als een andere Magdalena, haar zonden. Het lijken slechts kleine ongetrouwheden, maar juist dáárin kan de mens zichzelf zoeken, zichzelf vasthouden, om zichzelf heen draaien. De mens moet zijn hart voorbereiden op de komst van de Meester. Onverstorvenheid, gehechtheid zelfs aan de allerkleinste dingen is er de oorzaak van dat zijn bezoeken spaarzaam zijn of zelfs helemaal niet plaatsvinden. Theresia zegt: 'Je moet je inspannen, je moet meewerken om de Heer een waardige woonplaats te bereiden. En wanneer Jezus zijn bezoeken opgeeft, dan moet je niet gewoon maar werkeloos wachten tot Hij weer terugkomt, nee, je moet jezelf loslaten en dan komt Hij.' Dat is de kern van haar hoofdwerk: 'De innerlijke Burcht', die ze dan ook schreef in gehoorzaamheid.
Aan het begin van deze eucharistieviering willen wij belijden dat wij in de kleine dingen gehoorzaamheid hebben geweigerd.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd zei Jezus tot de wetgeleerden:
Wee u! Gij bouwt de graven van de profeten,
maar uw vaderen hebben hen gedood.
Hiermee legt gij getuigenis af
dat gij instemt met de werken van uw vaderen,
want zij doodden hen en gij bouwt hun graven.
Daarom ook heeft Gods wijsheid gezegd:
Ik zal profeten en afgezanten tot hen zenden,
maar sommigen van hen zullen zij doden en vervolgen,
zodat dit geslacht verantwoordelijk gesteld zal worden
voor het bloed van alle profeten
dat vergoten is vanaf de grondvesting der wereld,
vanaf het bloed van Abel tot het bloed van Zacharias,
die gedood werd tussen het altaar en het tempelgebouw.
Ja, zeg Ik u, dit geslacht zal verantwoordelijk zijn!
Wee u, wetgeleerden!
Gij hebt de sleutel van de kennis weggenomen.
Zelf zijt ge niet binnengegaan,
en hen die wilden binnengaan
hebt ge het belet.
Toen Hij naar buiten kwam,
begonnen de schriftgeleerden en de Farizeeën,
- hevig op Hem gebeten -
Hem allerlei netelige vragen te stellen
met de heimelijke bedoeling
Hem op grond van de een of andere uitlating te kunnen vangen.
Homilie
Dit geslacht zal verantwoordelijk zijn!, zegt Jezus in het evangelie. Zij staan in de plaats van velen, van de velen die bloed vergoten hebben, het bloed van alle profeten, vanaf de grondvesting der wereld, vanaf het bloed van Abel tot het bloed van Zacharias." Daarvoor zal dit geslacht verantwoordelijk zijn. Jezus durft nogal wat te zeggen en dat nota bene bij een maaltijd! De maaltijden waarbij Jezus uitgenodigd werd, zijn te beschouwen als verzoeningsmaaltijden. Hij eet met tollenaars en zondaars (Lc 15,2). Hij heeft gemeenschap, communio, met hen. "Talrijke tollenaars en zondaars gingen met Jezus aanliggen" (Mt 9,10; Mc 2,15).
Het verschil is dat Jezus hier een maaltijd houdt met mensen die zijn verzoening afwijzen, en dan komt er een onverzoenlijke sfeer. Daar kan Jezus Zich niet mee verzoenen. En dat beleven wij hier. Het begon op dinsdag met een uitnodiging: "In die tijd nodigde een Farizeeër Jezus uit de maaltijd bij hem te gebruiken. Jezus trad dus binnen en ging aanliggen (Lc 11,37). Verwonderd dat Jezus voor de maaltijd niet eerst de wassingen verricht had, krijgt deze Farizeeër zo'n onverzoenlijke uitspraak van Jezus te horen: Gij maakt wel de buitenkant van de beker schoon, maar van binnen zijt gij vol van slechtheid en roof (Lc 11,39). Ook gisteren kregen de Farizeeën zo'n onverzoenlijke uitspraak te horen van Jezus: Gij betaalt wel tienden van munt en wijnruit en allerlei kruiden, maar bekommert u niet om rechtvaardigheid en liefde tot God (Lc 11,42). Daarna kreeg de wetgeleerde er ook nog eens van langs: Gij legt de mensen haast ondraaglijke lasten op die ge zelf niet met één van uw vingers aanraakt" (Lc 11,46).
Vandaag neemt de onverzoenlijkheid dodelijke vormen aan. Hoe ver die onverzoenlijkheid van de vaderen jegens de afgezanten van God ging, weten we, namelijk: tot de dood toe. Ook jegens deze afgezant van God, Jezus, is het niet anders: tot de dood toe. Maar Jezus' verzoenlijkheid gaat verder dan de dodelijke onverzoenlijkheid van zijn tegenstanders. Hij sterft de zoendood voor hun onverzoenlijkheid. Dat is de tragiek van Jezus' bestaan. Jezus kan niet als een zoenoffer komen, tenzij door een zwaardere schuld af te roepen over degenen die Hem als zoenoffer verwerpen. En juist daarvoor heeft Hij het offer van zijn leven gebracht.
Jezus zelf heeft de schuld op Zich genomen van degenen die Hem verwerpen. En daar gaat Hij mee door, door in Kerk instituten op te richten voor hen die doorgaan met Hem te verwerpen, instituten van eerherstel! Zoals dat van u (zusters van priorij Nazareth). U staat op de plaats van Jezus, om wat er aan kwaad in de wereld is, op de eerste plaats het kwaad in uw eigen hart en in uw eigen directe omgeving, te dragen op de wijze van het slachtoffer, van het zoenoffer. Dat betekent dus dat u zich klein maakt, dat u zich vernedert, dat u zich vernietigt. U gaat daarin zover dat het kwaad tenslotte in uw hart verdwijnt. Het is niet een tegenbeweging van kwaadaardigheid, van boosaardigheid, maar een tegenbeweging van verzoenlijkheid, van verdraagzaamheid, van liefde.