Eerste lezing: Romeinen 4,1-8
Evangelie: Lucas 12,1-7
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd, toen duizenden mensen waren samengestroomd,
zodat men elkaar haast onder de voet liep,
richtte Hij Zich eerst tot zijn leerlingen:
Wacht u voor het zuurdeeg, dat wil zeggen,
de huichelarij van de Farizeeën.
Niets is bedekt of het zal onthuld
en niets verborgen of het zal geweten worden.
Want alles wat gij in het donker gezegd hebt,
zal gehoord worden in het licht,
en wat gij binnenkamers in het oor gefluisterd hebt,
zal van de daken verkondigd worden.
Tot u, die mijn vrienden zijt, zeg Ik:
Vreest niet hen die het lichaam doden,
maar daarna niets ergers kunnen doen.
Ik zal u zeggen wie gij moet vrezen:
Vreest Hem die, nadat Hij gedood heeft,
macht bezit om in de hel te werpen.
Ja, Ik zeg u, vreest Hem!
Kan men niet vijf mussen kopen voor twee stuivers?
Toch vergeet God niet een van hen.
Ja, zelfs de haren op uw hoofd zijn alle geteld.
Weest niet bevreesd:
gij zijt méér waard dan een zwerm mussen.
Homilie
Wacht u voor het zuurdeeg, dat wil zeggen, de huichelarij van de Farizeeën." Zuurdeeg en huichelarij worden door Jezus in één verband samengevoegd. Wat doet zuurdeeg? Zuurdeeg doet rijzen, doet groter worden. Brood zonder zuurdeeg is plat, zoals het Joodse brood: matze. Ook ons hostiebrood is brood zonder zuurdeeg. Zonder zuurdeeg blijft het langer goed en daarom is het goed voor onderweg, voor de uittocht, óók voor onze doortocht door het leven. Zuurdeeg geeft massa aan het brood. Brood met zuurdeeg heeft dezelfde voedingswaard als brood zonder zuurdeeg, maar het ziet er heel anders uit. Het lijkt meer, maar het is hetzelfde.
Dat brood met zuurdeeg doet Jezus denken aan Farizeeën. Hij ziet de Farizeeën lopen met hun grote gewaden, met hun grote mantelkwasten, met hun gewoonte om de voornaamste plaatsen in de synagoge te bezetten. Ze moeten zo nodig door iedereen gezien worden, in hun hoedanigheid van rabbi of schriftgeleerde erkend worden. Ze zorgen ervoor, dat je hoe dan ook niet langs hen heen kunt. Ze vallen op en dat is de bedoeling bij alles wat ze doen. Ze verrichten in het oog vallende deugdoefeningen, zeggen lange gebeden op de hoeken van de straten. Maar eigenlijk is dat geen geloof, ze geloven niet echt in God. Als je echt in God gelooft, dan heb je die aandachttrekkerij niet nodig, dan weet je dat je bij God in tel bent. Daar hoef je niets voor te doen, niet op je tenen te lopen, niet naast je schoenen te lopen, je hoeft niets te presteren. Je bent met liefde gekend, ieder haar op je hoofd is geteld.
Bij God heb je al die drukte niet nodig. Je hoeft niets bijzonders te doen, geen goede werken om er bij Hem te mogen zijn, om, met een groot woord, gerechtvaardigd te worden. Hier komen we op het stokpaardje van sint Paulus: Abraham. We denken toch niet dat hij de vriend van God is geworden op grond van zijn goede werken, want "wat heeft hij bereikt? Nee, op grond van zijn geloof is hij de vriend van God geworden. Abraham heeft God gelóófd en dat geloof is hem aangerekend als gerechtigheid." Daarom viel hij bij God in de smaak, mocht hij er bij God zijn.
Maar wat nu als je niet alleen geen goede werken gedaan hebt, maar je hebt God ook nog eens beledigd, je bent Hem ontrouw geweest, je hebt zijn geboden overtreden? Dan moet je toch zeker wel bang voor Hem zijn, dan hoef je toch niet meer op gerechtigheid te rekenen, dan is het toch zeker wel uit met de goede verstandhouding met God? Nee, toch niet! Als je berouw hebt, dan is het weer helemaal goed met God. Ja, dan is het nog beter met God dan voordat je in zonde viel. "Zalig zij van wie de ongerechtigheden zijn vergeven, van wie de zonden zijn toegedekt. Zalig de man wiens zonde de Heer niet in rekening brengt. Zalig betekent zoveel als gerechtvaardigd. Deze ging gerechtvaardigd naar huis" (Lc 18,14), de tollenaar, die zich van niets goeds bewust was, die alleen maar kwaad gedaan had in zijn bewustzijn. Hij deed geen zonde, hij was zondaar.
Maar als de mensen dan toch nog doorgaan met kwaad doen, met ongerechtigheid plegen? Het is zelfs zo erg, dat ze van misdrijven een beroep maken, ja, ze vergrijpen zich zelfs aan de Gezondene van God. Ze vergrijpen zich aan Hem, die de gerechtigheid zelve is, de goddelijke goedheid in Persoon. En is niet elke zonde een vergrijp tegen Jezus? Moet je dan niet bang zijn dat God ze niet meer wil? Nee, zelfs dán hoeven ze niet bang te zijn, als ze er maar berouw over hebben. Als ze in de eucharistie komen, zullen ze horen: 'Dit is de beker van mijn Bloed, dat voor jullie vergoten wordt tot vergiffenis van de zonden.' Zijn Bloed brengt ons geen wraak en oordeel, maar omdat Hij het vrijwillig heeft vergoten, brengt het ons gerechtigheid, vergeving, verzoening, en is het contact met God beter dan ooit.