Zaterdag in de achtentwintigste week
          van het oneven jaar


Eerste lezing: Romeinen 4,13.16-18
Evangelie: Lucas 12,8-12


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Ik zeg u: ieder die Mij bij de mensen belijdt,
hem zal de Mensenzoon als de zijne erkennen bij Gods engelen.
Maar wie Mij tegenover de mensen verloochend heeft,
zal verloochend worden tegenover Gods engelen.
Aan ieder die zich zal kanten tegen de Mensenzoon,
zal het vergeven worden;
maar hem die de heilige Geest heeft gelasterd,
zal het niet vergeven worden.
Wanneer men u brengt voor synagogen,
overheden en machthebbers,
maakt u dan niet bezorgd over het hoe of wat
van uw antwoord ter verdediging;
op dat ogenblik zal de heilige Geest u leren
wat gij moet zeggen.”

Homilie  

“Het zal vergeven worden, het zal niet vergeven worden."
Welke zonden zijn vergeeflijk, welke zijn niet vergeeflijk? Vergeeflijk zijn de zonden tegen Jezus. "Aan ieder die zich zal kanten tegen de Mensenzoon, zal het vergeven worden.” Niet te vergeven zijn de zonden tegen de heilige Geest. “Hem die de heilige Geest heeft gelasterd, zal het niet vergeven worden."    

Jezus heeft er begrip voor dat het mensen zwaar valt om voor Hem uit te komen, om van Hem te getuigen. Hij kan begrijpen dat Hij gekruisigd wordt. Hij kan het begrijpen als Hij opnieuw gekruisigd wordt. De tegenkanting tegen Hem zal vergeven worden. "Maar hem die de heilige Geest heeft gelasterd, zal het niet vergeven worden." Wie of wat gaat er nu eigenlijk nog boven Jezus uit? Boven Jezus uit gaat de heilige Geest! Jezus komt naar de mensen toe, maar de heilige Geest is nodig om Hem te herkennen, om ja te zeggen tegen Hem en van Hem te getuigen. Waar treffen wij de heilige Geest aan? Waar is de heilige Geest? De heilige Geest is in de Kerk en de heilige Geest is in ons eigen hart.                                    

Zondigen tegen de heilige Geest in je eigen hart.

Laten we beginnen met wat het gemakkelijkste is, wat het dichtste bij is, en dat is de heilige Geest in je eigen hart. Wanneer je tegen je eigen hart in goed praat wat slecht is, dat is onvergeeflijk. Het kwade goed praten, dat is de zonde van het paradijs, de zonde van Adam en Eva. Dat is de zonde van het paradijs waarin wij leven. We leven eigenlijk, wat materiële omstandigheden betreft, in een aards paradijs. De mensen hebben alles, maar daarbij willen ze ook nog hebben wat hun verboden is aan geestelijke ervaring. Met de hand naar de verboden ervaring willen grijpen. Kennis willen krijgen van goed en kwaad en er zelf over willen beslissen wat goed en kwaad is, er een eigen geweten op na houden. Dan ga je niet alleen in tegen God, maar ook tegen het diepst in jezelf waar de heilige Geest Zich doet gelden. Je kunt jezelf daar op betrappen, bijvoorbeeld als je probeert je te verontschuldigen: ja, maar het was ook zo warm, of het was ook zo koud, of ze was onuitstaanbaar, of ik ben geen heilige. Je verontschuldigt je dan over iets waarvan je duidelijk weet: dat had ik niet moeten doen, dat had ik niet moeten zeggen. Je verzint een smoesje of een alibi voor iets dat je gedaan hebt. Goed praten wat je in het eigen oordeel van het geweten als verkeerd hebt aangevoeld. Dan praat je in tegen je geweten, je houdt er als het ware een tweede geweten op na, een geweten tegen de heilige Geest. Daarmee dood je de wortel van het geloof, want je hebt de heilige Geest nodig, die Geest in je hart, om ja te zeggen tegen Jezus, om ja te zeggen tegen God, om ja te zeggen tegen de wijze waarop God Zich openbaart, om ja te zeggen tegen datgene waarop alles in je natuur nee zegt, bijvoorbeeld tegen het lijden.
Je hebt de heilige Geest nodig om zalig te vinden waarop je vanuit jezelf alleen maar nee moet zeggen, zoals de onzalige zaligheden van de Bergrede: "zalig de armen; zalig de treurenden; zalig die vervolgd worden" (Mt 5). Dat is nu precies wat er gebeurde bij Abraham, zoals we in de eerste lezing hoorden, toen hij was blijven geloven in de trouw van Gods belofte bij het ondervinden van de dode schoot van Sara en zijn eigen afgeleefde lichaam. Hij heeft vastgehouden, hij heeft ondanks alles ja gezegd tegen God. Alles in hem zei nee, omdat hij dacht dat God ontrouw was geworden aan zijn belofte, maar hij heeft in God méér geloofd dan in wat zijn eigen ogen en zijn eigen menselijke ervaring konden zien en waarnemen. Omdat hij heeft geloofd, kwam er leven in de dode schoot van Sara, en kwam er ook leven in zijn eigen dode hart. Vanuit zichzelf zag hij er niets meer in, maar vanuit zijn geloof zag hij er een gat in, een gat in de toekomst, om zo te worden wat hem beloofd was: “vader van vele volken.”

Zondigen tegen de heilige Geest in de Kerk.

Nu dan het moeilijkste: de heilige Geest in de Kerk. De zonde tegen de Kerk, zegt Jezus, is erger dan de zonde tegen Jezus, want de ziel van de Kerk is de heilige Geest. Daarom is de zonde tegen de Kerk erger, gevaarlijker dan de zonde tegen Jezus, ja zelfs onvergeeflijk, want de vergiffenis van de zonde, de verzoening met God, is toevertrouwd aan de Kerk. Die wijs je dus af als je de Kerk afwijst. Daarmee maakt je de verzoening met God zelfs onmogelijk. We zeggen toch in de geloofsbelijdenis: 'Ik geloof in de heilige Geest, de heilige katholieke Kerk, de vergiffenis van de zonde.' Heilige Geest - Kerk - vergiffenis van zonden zijn aan elkaar gekoppeld, dat is één geheim. Als je hier op aarde de Kerk afwijst, wijs je de heilige Geest af en daarmee wijs je dan ook de vergiffenis van de zonde af. Je vindt jezelf niet zondig, je doet zogenaamd geen kwaad, je noemt goed wat kwaad is en kwaad wat goed is.

De Kerk echter is het instrument waarmee God de wereld met Zich wil verzoenen. Is men onverzoenlijk tegen de Kerk, dan is men onverzoenlijk tegen de verzoening die God door de Kerk wil schenken. De nieuwe wereld, de nieuwe schepping, die begint in de Kerk, is vervuld van de heilige Geest. Daardoor worden een heleboel ervaringen je ontsloten en een heleboel andere ervaringen worden verboden terrein voor je. Groot zijn bijvoorbeeld. De sensatie om groter te zijn dan de ander is een menselijke ervaring, maar die wordt door een geweten dat verbonden is met Jezus, afgewezen. Of: negatieve ervaringen, zoals: ik vind mijzelf niets, de menselijke werkelijkheid is een puinhoop, het gaat de verkeerde kant uit. Dat zijn negatieve ervaringen waarop mensen recht menen te hebben. Maar die zijn voor het zuivere, met Christus verbonden geweten verboden. Dat is verboden terrein! Je moet meteen rechtsomkeer maken.

Zo zijn er hele nieuwe gebieden, die door de menselijke geest zijn ontsloten, verboden terrein, en een heleboel terreinen, die voor de wereld zijn verboden, worden door de heilige Geest toegankelijk gemaakt. Dáár trekt de Geest naartoe. Klein zijn, nederig zijn, kwetsbaar zijn, arm zijn, minder zijn in je eigen gevoel dan de ander, onder de ander staan. Een heel nieuwe wijsheid die in ons vlees en bloed is geworden in Jezus. Hij is de zetel der wijsheid, Hij is die wijsheid van God, die nieuwe wijsheid in eigen Persoon.