Vrijdag in de negenentwintigste week
            van het even jaar
                     Heilige Antonius Maria Claret, bisschop


Eerste lezing: Efeziërs 4,1-6 [III 345];
Evangelie: Lucas 12,54-59 [III 346]


Inleiding      

Een herder door wie de Heer herdert over zijn volk, dat was de heilige van vandaag, Antonius Maria Claret. In zijn geboorteland Spanje stichtte hij de Missie-Congregatie van de Oblaten van het Onbevlekt Hart van Maria. Halverwege de negentiende eeuw was hij werkzaam als aartsbisschop in Cuba. Maar zijn eigenlijke werkzaamheid, waardoor hij het meeste vruchtbaar is geweest, is zijn lijden voor de Kerk. Hij stierf als politieke balling in Zuid-Frankrijk. Dat is de wijze waarop onze Herder Jezus vruchtbaar is geworden: door zijn leven te geven voor zijn schapen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd zei Jezus tot de menigte:
“Wanneer ge een wolk ziet opkomen uit het westen,
dan zegt ge terstond: er komt regen; en zo gebeurt het ook.
En wanneer ge ziet dat er een zuidenwind waait, zegt ge:
het wordt gloeiend heet; en het gebeurt.
Huichelaars!
Van het beeld van land en lucht
weet ge de juiste betekenis te bepalen,
maar waarom dan niet van deze tijd?
Hoe komt het
dat ge niet uit uzelf de juiste gevolgtrekking maakt?
Wanneer ge met uw tegenpartij naar de overheid gaat,
doe dan onderweg nog moeite u van hem te bevrijden,
anders zou hij u wel eens voor de rechter kunnen slepen;
de rechter zal u aan de gerechtsdienaar overleveren,
en de gerechtsdienaar zal u in de gevangenis werpen.
Ik zeg u:
Ge zult er niet uitkomen,
voordat ge tot de laatste cent betaald hebt.”

Homilie      

Een praatje over het weer in het evangelie van vandaag. De weersgesteltenissen hier op aarde worden door Jezus aangehaald als een opstapje naar de weergesteltenissen, de weertypes, in het beleid van God. In het Israël van Jezus' dagen waren er twee weertypes: de invloed van het weertype vanuit het westen, vanuit de Middellandse Zee, en de invloed van het weertype vanuit het zuiden, vanuit de woestijn. De mensen zijn daarmee vertrouwd. Zien ze een wolk aankomen vanuit het westen, dan zeggen ze: er komt regen, en komt er een wind opzetten vanuit het zuiden, dan zeggen ze: het wordt gloeiend heet. Ze weten de juiste gevolgtrekking te maken. Maar nu gaat het erom de tekenen te zien van de weersgesteltenissen van het beleid van God.

Voor God zijn er twee weertypes, twee gesteltenissen, in de verhouding met de mensen, met de mensen die zondaar zijn, die zich van God hebben afgewend. De standaardreactie van God tegenover het kwaad is natuurlijk toorn, straf voor de zonde. Maar God heeft nog een andere manier om te reageren op het kwaad: met barmhartigheid, met vergevingsgezindheid. Van deze nieuwe reactie is Jezus het teken; daarvan is Hij de belichaming. Jezus is de gezondene van God, de vertegenwoordiger van Gods wil, van Gods barmhartige wil. De tijd van toorn is voorbij, de tijd van vergeving en vrijspraak is aangebroken. God wil geen toorn of straf meer tonen. Nu toont Hij in Jezus zijn vriendelijkste gezicht. Nu hoeft niemand meer bang te zijn. En je mag dus ook niemand meer bang maken voor God.

Als je niet gelooft in het teken dat God nu zendt, het teken van zijn barmhartige liefde, Jezus, als je ondanks dat doorgaat met God af te tekenen als een straffende God, als je blijft dreigen met een straffende God, zo van: 'je zult voor je zonden gestraft worden', dan zal zo iemand overkomen wat vandaag in het evangelie wordt gezegd: "Je zult er niet uitkomen voordat je tot de laatste cent hebt betaald." Het wordt je betaald gezet voor je zonden tegen een barmhartige God.

Jezus spreekt hier strenge taal. Hij is eigenlijk helemaal niet vergevingsgezind. Hij zegt precies het tegenovergestelde van wat Hij heeft gepreekt. Het is mooi weer en Hij dreigt met straf. Ja, Hij dreigt inderdaad met straf, maar Hij dreigt nu niet met straf voor de zondaar, maar met straf voor degenen die zichzelf zo rechtvaardig vinden. Hij dreigt met straf voor de rechtvaardigen die God blijven voorstellen als onverzoenlijk, als een straffende God. Met zo iemand zal van Godswege gebeuren wat je ziet gebeuren bij mensen die in een strafzaak zijn verwikkeld en er niet in geslaagd zijn om met de tegenstander tot een minnelijke schikking te komen. Dan neemt het recht zijn onoverkomelijke en meedogenloze gang: je zult aan de rechter worden overgeleverd en "door de rechter aan de gerechtsdienaar en die zal je in de gevangenis werpen en je zult er niet uitkomen tot je de laatste cent betaald hebt.” Zo gaat het bij de mensen, maar zo zal het ook gaan, als je er van uit blijft gaan dat God ook zo staat tegenover het kwaad. Nee, God is anders. “Ik ben God, Ik ben geen mens" (Hos 11,9).

Nu is het mooi weer, nu is het blauwe lucht, nu is het genade. Gods weertype is mild, vriendelijk, wolkeloos. De zon van Gods barmhartige goedheid schijnt boven onze aarde, onze aarde vol met zondaars. "Hij laat zijn zon opgaan over slechten en goeden” (Mt 5,45). Zo zou het ook moeten zijn tussen mensen onderling. Hoe Paulus zich de verhoudingen denkt tussen de christenen onder elkaar horen we vandaag: “Ik, de gevangene in de Heer vraag u met aandrang: leidt een leven dat beantwoordt aan de roeping die gij van God ontvangen hebt, in alle deemoed en zachtheid, in lankmoedigheid, liefdevol elkaar verdragend.” “Zoals de Heer u vergeven heeft”, zegt hij in zijn brief aan de Kolossenzen, “zo moet ook gij elkaar vergeven" (Kol 3,13). "Beijvert u de eenheid van de Geest te behouden door de band van de vrede." De gewone standaardreactie op het kwaad van de ander, op zijn onmogelijkheden, op zijn zwakheden, op zijn onmacht, is: geïrriteerd zijn, kwaad worden, het kwalijk nemen of het betaald zetten, wraak nemen. Nee, "beijvert u - om vanuit een andere geest, vanuit de heilige Geest, de Geest van God, te reageren - de eenheid van de Geest te behouden door de band van de vrede: één lichaam en één Geest" door Gods verlossend handelen en zijn verlossende bevrijdende weersgesteltenis: eindeloos geduldige liefde.

Dat is de tijd van Jezus: het weertype van de goddelijke Barmhartigheid, en dat moet dus ook het weertype zijn van de christenen. Geen donder en onweer, geen donkere, veroordelende blikken, maar een blauwe lucht, een sereen uiterlijk, het beste van elkaar denkend, de uitingen van de ander proberen goed uit te leggen, redden wat er te redden valt, en ook als iemand er eens niet in slaagt de standaardreactie op het kwaad van de ander te overwinnen en weer in die oude standaardreactie terugvalt, ook dát goed uitleggen en niet veroordelen, zoals God ú niet veroordeelt.