Tweede Kerstdag
       Feest van de H. Stefanus, eerste martelaar



Eerste lezing: Handelingen 6,8-10; 7,54-60 [IV 128]
Evangelie: Matteüs 10,17-22 [IV 129]


Inleiding  

Kerstmis is weer voorbij. Zo schijnt het. De kerststal lijkt voorbij. Het witte kleed maakt plaats voor het rode. Zijn de kerststerren daarom misschien doorgaans rood, om de martelaar van vandaag, Stefanus, een passend symbool te geven? Hij is de eerste martelaar, dat wil zeggen de eerste volwassen martelaar, want overmorgen vieren we het feest van de Onnozele kinderen.
Saulus was aanwezig bij de steniging van Stefanus, en na zijn bekering, zoals in de Handelingen der Apostelen wordt verhaald, zal hij zeggen: Ik was erbij toen Stefanus als getuige van Jezus, als 'martyr' van Jezus, zijn bloed, zijn leven gaf. Het woord 'martyr' is vernederlandst tot 'martelaar', maar betekent niet per se bloedgetuige, het betekent oorspronkelijk 'getuige'. En dé manier om te getuigen, is getuigen met je bloed, of laten we zeggen met je leven, met de inzet van je leven, anders vallen de meeste getuigen van het evangelie, van Jezus, uit de boot. Jezus is de grootste Getuige, de eerste Bloedgetuige. We vieren zijn gedachtenis, zijn zelfgave, de totale inzet van zijn leven.
Belijden wij dan eerst onze schuld, onze bangheid, onze wankelmoedigheid om ons eigen 'ik' los te laten, om deze heilige Geheimen goed te kunnen vieren.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd zei Jezus tot de twaalf:
“Neemt u in acht voor de mensen.
Zij zullen u overleveren aan de rechtbanken
en u geselen in hun synagogen.
Gij zult voor stadhouders en koningen gebracht worden
omwille van Mij,
om zo ten overstaan van hen en de heidenen
getuigenis af te leggen.
Maakt u echter, wanneer men u overlevert,
niet bezorgd over het hoe of wat van uw spreken:
op dat ogenblik zal u worden ingegeven wat gij moet zeggen.
Want niet gij zijt het die spreekt,
maar door u spreekt dan de Geest van uw Vader.
De ene broer zal de andere overleveren om hem te laten doden;
de vader zijn kind;
de kinderen zullen opstaan tegen hun ouders
en hen ter dood doen brengen.
Gij zult een voorwerp van haat zijn voor allen,
omwille van mijn Naam.
Wie echter ten einde toe volhardt,
hij zal gered worden.”

Homilie  

Het lijkt vreemd, dat dit feest van Stefanus zo bewust gevierd wordt in de kersttijd. Hoe hangt het daarmee samen? Kerstmis is toch een geboortefeest, een feest van nieuw leven op aarde? Maar in het evangelie van tweede kerstdag wordt er niet iemand geboren, tenminste niet op aarde. Stefanus beëindigt zijn aardse leven. "Na deze woorden ontsliep hij." Kerstmis is toch vrede op aarde, tenminste, dat zongen de engelen. Maar in de lezingen van tweede kerstdag is het één en al vijandigheid, oorlog. "Zij begonnen met Stefanus te redetwisten … Zij werden woedend, ze knarsetandden tegen hem … ze begonnen luidkeels te schreeuwen, ze stopten hun oren toe en stormden als één man op hem af. Ze sleepten hem buiten de poort en stenigden hem."

Stenigen is een bepaalde wijze van terechtstellen waaraan de hele gemeenschap deelneemt. Een sociaal ritueel van doden. Ze mogen allemaal een steen gooien. Ze hebben allemaal deel aan het doden, aan het uitstoten, aan het verwerpen. Ze kwamen er allemaal bijstaan, als getuigen tegen Srefanus, zoals Saulus deed. Hij stond erbij. Hij stemde ermee in. Dat gebeurt dan ook buiten Jeruzalem, buiten de gemeenschap van de Joden. Jeruzalem is de 'stad van vrede', dat betekent de naam 'Jeruzalem' letterlijk. In die naam zit het woord 'salem', 'sjaloom', dat betekent 'vrede'. Het is echter geen vrede, maar oorlog, en wel een oorlog die verloren wordt. Stefanus bezwijkt onder het geweld van zijn vijanden.

Maar het nieuwe leven van Kerstmis op aarde is er wel, want door zijn leven te verliezen als getuige van Jezus, als bloedgetuige, redt Stefanus zijn leven. Hij wordt hier op aarde al geboren voor het nieuwe leven. Dat is toch het sterven van de heiligen? We vieren de sterfdag van de heiligen als hun geboortedag, de geboortedag voor het nieuwe leven. Dat nieuwe leven was al in Stefanus' hart gelegd door het doopsel, door het sacrament van het water en de Geest, en het werd voltooid door het bloeddoopsel, het doopsel door het vergieten van zijn bloed. Dat nieuwe leven was er dus al, en ook de vrede was reeds aanwezig. Vrede, niet bij zijn vijanden, maar in het hart van Stefanus. De vrede van Kerstmis, de vrede van Christus, de vrede van het hart. Een inwendige vrede, die stand hield in het geweld van zijn tegenstanders, ja, daarin zelfs tot volle wasdom groeide, want "waar de zonde heeft gewoekerd”, zegt Paulus, “daar groeide de genade tot nog groter vrucht" (Rom 5,20). De vrede in het hart van Stefanus kwam tot volle ontplooiing toen hij het getuigenis volhield in de situatie van vervolging en verwerping tot in de dood.

Onze vrede, de vrede van het hart, komt tot voltooiing als ons getuigenis wordt volgehouden in situaties waarin dat getuigenis geen succes heeft. "Ge zult voor stadhouders en koningen gebracht worden omwille van Mij, om zo ten overstaan van hen en de heidenen getuigenis af te leggen (Mt 10,18). Dat is dat woord 'martyr', 'getuige', 'bloedgetuige'. Wanneer dus de macht van het kwaad tot volle wasdom uitgroeit: “dan spreekt door u de Geest van uw Vader" (Mt 10,20).

Het is dus toch Kerstmis vandaag! De liefde van God neemt vlees en bloed aan in zijn Zoon en in deze volgeling van Jezus, die zich met Hem verenigt in zijn lijden en dood, om zich zo ook te verenigen in zijn verrijzenis. Heiligen zijn mensen die leven in een andere wereld. Ze leven nog wel op aarde, maar ze zijn niet van de aarde. Ze zijn niet van deze wereld, ze zijn hemelkinderen, zoals Jezus. Van dag tot dag, van uur tot uur, herbronnen zij hun leven uit het leven bij God, hun Vader in de hemel. Dit wordt in de eerste lezing heel aanschouwelijk weergegeven: "Ik zie de hemel open en Jezus, staande aan Gods rechterhand", gereed om in te grijpen. En dat is precies wat er gebeurt met mensen die leven uit het geloof. Voor hen gaat de hemel open. Maar voordat de hemel helemaal opengaat, open blijft, moet er heel wat water door de Maas, moeten er heel wat traantjes worden vergoten, moet er een hele strijd gestreden worden. Want het is een geboorteproces met langdurige weeën en een smartelijke, pijnlijke bevalling. Maar God geeft ons voedsel, kracht, leeftocht voor deze strijd: het eucharistische voedsel. Voedsel dat bereid is onder luid geroep, geween en tranen, met goddelijke offerliefde. Die liefde moeten wij halen uit zijn woorden en uit zijn zelfgave.