Eerste lezing: Jesaja 10.16-20
Evangelie: Matteüs 23,1-12
Inleiding
'Uit de diepten roep ik tot U, Heer,' zongen wij in het openingslied. Je hoeft daarbij niet te denken aan een letterlijke diepte, een plaats waar het stil is en duister, duister als de nacht, maar meer aan een figuurlijke plaats, waar wij in onze verlorenheid zijn, als we 'nergens' meer zijn. Van daaruit horen wij een stem en zien wij een licht. Niet het licht van de morgen, maar het licht van Gods barmhartig neerdalen over de mens, in de diepte van zijn verlorenheid. Dat vertrouwen houdt de psalm gaande, dat is de bezieling van ons gebed en dat is ook de bezieling van deze viering.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd sprak Jezus tot het volk en tot zijn leerlingen:
Op de leerstoel van Mozes
hebben de schriftgeleerden en de Farizeeën plaats genomen.
Doet en onderhoudt daarom alles wat zij u zeggen,
maar handelt niet naar hun werken;
want zelf handelen ze niet naar hun woorden.
Zij maken bundels van zware, haast ondraaglijke lasten
en leggen die de mensen op de schouders,
maar zelf zullen ze er geen vinger naar uitsteken.
Alles wat ze doen, doen ze om bij de mensen op te vallen;
zij maken immers hun gebedsriemen breed en hun kwasten groot,
ze zijn belust op de ereplaats bij de maaltijden
en de voornaamste zetels in de synagogen,
ze laten zich graag groeten op de markt
en willen door de mensen rabbi genoemd worden.
Maar gij moet u geen rabbi laten noemen.
Gij hebt maar één Meester
en gij zijt allen broeders.
En noemt niemand van u op aarde vader;
gij hebt maar één Vader, de hemelse.
En laat u ook geen leraar noemen;
gij hebt maar één leraar, de Christus.
Wie de grootste onder u is, moet uw dienaar zijn.
Alwie zichzelf verheft,zal vernederd
en wie zichzelf vernedert, zal verheven worden.
Homilie
Jezus heeft het in het evangelie over het opleggen van ondraaglijke lasten. In onze tijd hebben wij er geen last van, dat anderen ons ondraaglijke lasten opleggen. Alles wordt aan ieders eigen verantwoordelijkheid overgelaten.
De lasten waar Jezus het in deze perikoop over heeft, zijn religieuze en ascetische lasten en die worden ons niet opgelegd. Daar zijn wel andere lasten voor in de plaats gekomen, maatschappelijke, sociale en psychische verplichtingen, dat je je politiek zo moet opstellen, dat je dit of dat gelezen of gezien moet hebben, dat je zus of zo moet denken, wil je nog meetellen en voor vol worden aangezien, dat je dit of dat aan moet hebben. Allerlei vormen van opiniedwang die niet worden uitgesproken, maar juist door hun anonimiteit, door hun ongrijpbaarheid, een macht uitoefenen die nog veel sterker is dan de vastgelegde verboden en geboden van weleer.
Hoe kom je daar nu onderuit? Hoe word je daar nu vrij van? Hoe word je nu vrij van die dwingende macht van het juk dat mensen elkaar opleggen? Jezus zegt: door alleen God als Vader te erkennen. "Ge hebt maar één Vader, de Hemelse." Dan lijkt het alsof we er een last bij krijgen, er een juk bij krijgen. Jawel, maar zijn last is licht en zijn juk is zacht. Zoals Jezus zegt: "Mijn last is licht en mijn juk is zacht" (Mt 11,30). Wat is zijn juk anders dan het juk dat de Vader Hem oplegde, en dat is: zijn Vader als de hoogste autoriteit erkennen. Dat staat gelijk met niet zelf het oordeel uitspreken, geen menselijke macht uitoefenen, niet zelf het voor het zeggen willen hebben, niet zelf voor vader willen spelen. "Ge hebt maar één Vader."
Wat betekent dat voor een mens anders dan dat hij alleen de hemelse Vader wil erkennen. En hoe voelt dat? Jezus zegt: "Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart" (Mt 11,29). Dat is geen juk dat drukt, geen last waaraan je je vertilt, integendeel, "al wie zich vernedert, zich onder dat juk stelt, zal verheven worden." Alleen als je leeft zoals Jezus, onder het juk van de hemelse Vader, in gehoorzaamheid aan zijn heilige wil, ben je vrij.
Die christelijke gehoorzaamheid wordt vooraf gegaan door een bevrijdende ongehoorzaamheid, door de ongehoorzaamheid aan de bevestigende afhankelijkheid in het behoudsgezinde denken: het moet altijd zo blijven als het was. Maar ook betekent het: vrij worden van het revolutionaire denken en van het opgaan in eigentijdse idealen: zoals het nu is, is het pas goed. En men moet zich vrij maken van de revolutiemakers, die zeggen: het moet anders, anders dan vroeger, anders dan nu, alleen de toekomst is goed.
Al die machten moet je de wacht aanzeggen, dan word je vrij. Alleen door je te onderwerpen aan de hemelse Vader, een bovenaardse autoriteit, kun je die bevrijding in gang zetten en volhouden. Zoek je je ontvoogding, je vrijmaking in een andere richting en niet in deze bevoogding door de Vader in de hemel, dan val je onvermijdelijk terug in de macht van een of andere dwingeland. Na iedere zogenaamde bevrijding zul je onvermijdelijk in de vernederende macht terecht komen van een andere tirannieke voogd.
"Ge hebt maar één Vader." Dat betekent een ontvoogding van alle vader- en moederfiguren, van alle autoriteiten waaraan we zo gehecht zijn, waar we aan gebonden zijn. Hij alleen laat je vrij op eigen benen staan. Dat is een moeizaam proces. En het moeilijkste is de bevrijding van de sterkste macht die ons in de greep houdt, de macht van de hoogmoed. Alle machten heeft Jezus aan Zich onderworpen. Hij is van alles vrij geworden. Hij heeft Zich aan alles onthecht. Maar nadat Hij Zich aan alles onthecht had, heeft Hij Zich ook nog onthecht aan de macht van de menselijke eer. Hij is een smadelijke dood gestorven en terwijl Hij die dood aan het sterven was, hebben ze Hem bespot, hebben ze Hem uitgelachen. Toen was Hij vrij en als wij naar zijn gelaat opzien, worden ook wij vrij. Dat is wat wij in iedere eucharistieviering dan ook mogen doen: opzien naar onze vrije en bevrijdende Verlosser Jezus.