Zaterdag in de tweede week
       van het even jaar
                   

Eerste lezing: 2 Samuël 1,1-4.11-12.19.23-27
Evangelie: Marcus 3,20-21


Inleiding  

'En méér zij gezegend de vrucht van uw schoot.' Dat er één mens op aarde is, dat er één stukje aarde is, dat ontvankelijk is voor het Woord van de hemel. Vóór de vrucht in de schoot van Maria kwam, heeft de hemel zich op aarde eerst een stukje hemel gevormd, een stukje aarde van pure, zuivere ontvankelijkheid, om Hem die alleen maar in pure, zuivere ontvankelijkheid kan worden ontvangen, op te nemen. Dat is wat we op de zaterdag, als voorbereidingsdag op de dag van de Heer, vieren. Mogen we die ontvankelijkheid in Maria eren en ook in onszelf laten groeien.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd ging Jezus met zijn leerlingen naar huis
en weer stroomde zoveel volk samen
dat zij niet eens gelegenheid hadden om te eten.
Toen zijn verwanten dit hoorden,
trokken zij erop uit om Hem mee te nemen,
want men zei, dat Hij niet meer bij zijn verstand was.

Homilie  

“In die tijd ging Jezus naar huis."
Als Jezus naar huis gaat, gaat Hij niet zoals wij, wanneer wij naar huis gaan, naar zijn familie. Jezus heeft zijn thuis niet bij zijn verwanten, maar Hij heeft zijn thuis in het huis van Petrus, dat is in de Kerk. Het huis van Petrus in Kafarnaüm is het beeld van de Kerk. Dat is zijn nieuwe thuis, ons nieuwe thuis. Jezus kan ons een thuisgevoel geven. Zoals je je thuis kunt voelen bij je bloedverwanten, ja zelfs nog meer: één lichaam, één Geest.
Er stroomde veel volk samen. Hij heeft succes, trekt aan. Dat wekt naijver. Ze zeggen: Hij eet niet, Hij verwaarloost zijn gezondheid en vooral, maar dat zeggen ze er niet bij, Hij eet niet met ons! En dan komt de familie in het geweer. Ligt het aan de familie? Wil Maria Hem te zeer bemoederen? Nee, "men zei dat Hij niet meer bij zijn verstand was." De publieke opinie is bezig sociale druk uit te oefenen. Men zei, de mensen, het anonieme. De publieke opinie zet de familie onder druk, zet de Kerk onder druk. Kan Hij dat alles zomaar doen? Grijpen jullie niet in? Blijven jullie rustig thuis zitten, terwijl Hij zijn gezondheid vernietigt? En, niet gezegd, maar stilzwijgend te verstaan gegeven: terwijl Hij Zich afscheidt van ons, ons erbuiten laat. Zo gaat de familie op pad om met Hem te praten.

Maar wij moeten Jezus niet leren hoe Hij moet leven, maar wij moeten van Hem leren hoe wíj moeten leven. Ze zeggen: gek, kan niet. Het spreekwoord zegt: 'Al te goed is buurmans gek'. Jezus is al te goed, tenminste meer goed voor anderen dan voor zijn familie. De familie profiteert er niet van. Dus Jezus is al te goed in die zin dat Hij zijn genegenheid, zijn liefde, zijn goedheid niet laat lopen binnen de kanalen die daarvoor zijn gemaakt, de kanalen van de familie. Zijn goedheid gaat de bestaande perken te buiten. De goedheid van God treedt buiten zijn oevers. Hij overstroomt de wereld met zijn goedheid. En dat gaat er bij de mensen niet in. Dat gaat het verstand van de mensen te boven. Dat is goed gek.

Zoals ook in de eerste lezing: Saul is gevallen, Jonathan is gevallen. Normaal zou zijn dat David het bericht zou opnemen met gemengde gevoelens. Saul dood. Fijn. Zijn aartsvijand, die hem naar het leven stond. Jonathan dood, bedroefd, zijn hartsvriend. Nee, David weende en vastte over beiden. Ze zijn in zijn genegenheid niet gescheiden. Je mag best vijanden hebben, maar zelf geen vijand zijn. Je vijand lief hebben. Je hart niet sluiten voor wie zijn hart sluit voor jou. Dat is gek. Zo is Jezus. En we krijgen zijn woord te horen en zijn zelfgave te ontvangen, die nu juist bestaan in zijn liefde geven voor vriend en vijand, om innerlijk zo familie te worden van Jezus. Die goddelijke Geest, die goddelijke familiegeest van Jezus overnemen. Alles en allen opnemen in de universele alles en allen omvattende goedheid en liefde van God.