Zaterdag in de tweede week
    van het oneven jaar
   Heilige Franciscus van Sales, bisschop en kerkleraar


Eerste lezing: Hebreeën 9,2-3.11-14 [II 23];
Evangelie: Marcus 3,20-21 [II 24]


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd ging Jezus met zijn leerlingen naar huis
en weer stroomde zoveel volk samen
dat zij niet eens gelegenheid hadden om te eten.
Toen zijn verwanten dit hoorden,
trokken zij erop uit om Hem mee te nemen,
want men zei, dat Hij niet meer bij zijn verstand was.

Homilie  

“De bloedverwanten van Jezus trokken erop uit om Hem mee te nemen, want men zei dat Hij niet meer bij zijn verstand was."
Jezus heeft zijn eigen kring gevormd. "In die tijd ging Jezus de berg op en riep tot Zich die Hij zelf wilde; en ze kwamen bij Hem om Hem te vergezellen" (Mc 3,13.14). Ze waren voor Hem zoveel als een nieuwe familie, een broederschap. Ook u (zusters van priorij Nazareth) noemt elkaar immers zuster, en de priester spreekt de gelovigen aan met: broeders en zusters. Een nieuwe broederschap, een nieuw zusterschap, van mensen die de wil doen van zijn Vader in de hemel. Samen vormen zij de Kerk, het Lichaam van Christus. En net heeft Jezus zijn eigen kring gevormd of daar begint meteen een uitstotingsproces van de kant van die andere kring, de kring van zijn bloedverwanten, van zijn aardse familie. Als je Jezus volgt, als je mens wilt zijn op de wijze van Jezus, als je de goddelijke wijsheidsleraar wil volgen, dan verklaren de mensen je voor niet goed wijs. "Men zei dat Hij niet meer bij zijn verstand was."

Er zijn kennelijk twee wijsheden, twee waardensystemen, twee filosofieën, twee beginselen. Enerzijds is er de wijsheid van de wereld die zegt dat je goed voor je familie moet zorgen, voor je clan, voor de eigen partij. Daar moet je alles voor doen, zoals elkaar groeten, beminnen, en met degenen daar buiten heb je niets te maken. Je kunt dat het principe van het 'eigen belang' noemen. Het eigen bloed is zoveel als een verlengstuk van jezelf. Zoals Paulus zegt over de liefde van man tot vrouw: "Wie zijn vrouw bemint, bemint zichzelf. … Niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat; integendeel, hij voedt en koestert het" (Ef 5,28.29). Dat geldt evenzeer voor de verhouding tot anderen binnen je eigen kring: broers en zusters, ooms en tantes, neven en nichten, en ook anderen die je kunt rekenen tot je eigen kring: collega's, vrienden. Dat is dus het ene principe: het eigenbelang.

Het andere principe, beginsel, is het belang van de ander. Niet kijken naar wat je terugkrijgt voor wat je doet, maar alleen kijken naar wat de ander nodig heeft. Van de ander uitgaan. Dat vraagt een kwetsbare opstelling. Iedereen kan een beroep op je doen, er zijn geen grenzen meer. In dit evangelie uit zich dat bijvoorbeeld dat "ze niet eens gelegenheid hadden om te eten." Ze hadden geen tijd voor zichzelf, om zichzelf te voeden, te koesteren. Ze hadden ook geen tijd voor de familie door wie zij op deze wereld zijn gekomen en door wie zij gedragen, gevoed en gekoesterd zijn. Dat alles moesten ze loslaten om er helemaal voor de ander te kunnen zijn, volgens het voorschrift van Jezus: "Wanneer gij een middag- of avondmaal geeft, nodig dan niet uw vrienden, broers en bloedverwanten uit en ook geen rijke buren. Het zou kunnen zijn, dat zij op hun beurt u uitnodigen en gij het dus terug krijgt” (Lc 14,12). Dat is goed voor je eigenbelang. “Maar als gij een gastmaal geeft nodig dan armen, gebrekkigen, kreupelen en blinden uit. Zij kunnen het u niet vergelden. Het zal u vergolden worden bij de opstanding van de rechtvaardigen" (Lc 14,14), door uw hemelse Vader. Zo komt een mens die niet uit is op zijn eigen belang, op zijn eigen geluk, toch aan zijn geluk, toch aan zijn belang. Het wordt hem niet door de mensen gegeven. Het is niet iets wat je jezelf geeft, maar wat God je zal geven. Het zal je vergolden worden door je hemelse Vader.

Twee principes, twee beginselen: het eigenbelang, er beter van worden, en het belang van de ander, ook als dat ten koste gaat van je eigenbelang. Jezus liet Zich leiden door het tweede principe, door dat tweede beginsel, dat wil zeggen: door de heilige Geest. Want, zoals we in de eerste lezing konden horen: Hij gaf zijn Bloed, alles waarvan Hij leven moest. Hij gaf Zichzelf!

Dat is in heel het Lichaam van Christus het leidende beginsel geworden. We zijn inderdaad een nieuwe bloedverwantschap begonnen, een nieuwe familie, waarvan het ordende en verbindende beginsel het bloed is, dat wil zeggen: de zelfvergetende liefde van Jezus. Dat mensen zich daardoor laten leiden is dwaas in de ogen van anderen, het is ook dwaas in je eigen ogen, maar het is de wijsheid van God.