Donderdag in de tweede week van Pasen
Eerste lezing: Handelingen: 5,27-33
Evangelie: Johannes 3,31-36

                           
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd zei Jezus tot Nikodémus:
“Wie van boven komt, staat boven allen.
Wie van de aarde is,
behoort tot de aarde en spreekt de taal van de aarde.
Wie uit de hemel komt, staat boven allen.
Hij legt getuigenis af van wat Hij zag en hoorde,
maar toch aanvaardt niemand zijn getuigenis.
Wie zijn getuigenis wel aanvaardt,
bezegelt daarmee dat God waarachtig is.
Want Hij, die door God gezonden is,
spreekt Gods eigen woorden;
zo mateloos schenkt God zijn Geest.
De Vader heeft de Zoon lief
en heeft Hem alles in handen gegeven.
Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven.
Wie weigert in de Zoon te geloven, zal het leven niet zien;
integendeel, de toorn Gods blijft op hem.”

Homilie      

De eerste lezing van gisteren, uit de Handelingen van de Apostelen, vertelt ons hoe de apostelen, van iedereen verlaten, werden overgeleverd aan hun doodsvijanden, hoe ze door hen gegrepen werden en in de stadsgevangenis opgesloten. Maar we hebben ook gehoord hoe zij plotseling, door een wonderbaar ingrijpen van boven, verlost werden uit hun benarde situatie. "In de nacht ontsloot een engel des Heren de deuren van de gevangenis en leidde hen naar buiten." Zoals we vandaag gehoord hebben, zijn ze wel daarna opnieuw gevangen genomen, maar intussen was door die wonderbaarlijke bevrijding, door dat ingrijpen van bovenaf, in hen het vertrouwen gegroeid in Hem die zij verkondigden. Na dit gebeuren wisten ze: God is niet ver weg, Hij is dichtbij. Hij is in de hemel, maar Hij is ook hier. Ze hebben aan den lijve ervaren, dat Hij inderdaad boven hen staat, maar ook boven hun vijanden en boven alle machten en krachten van deze wereld.

Dat is ook wat Jezus vandaag in het evangelie verkondigt. Jezus is nog steeds in gesprek met Nikodémus, tegen wie Hij zegt: "Wie van boven komt, staat boven allen. Wie uit de hemel komt, staat boven allen.” Dat hadden de apostelen nodig. Omdat God de bovenste is, daarom “moet men Hem meer gehoorzamen dan de mensen.” Echter, toen ze dat gezegd hadden, “ontstaken zij (de hogepriester en zijn aanhang) in woede en ze besloten hen te doden.” Maar ook daar staan zij boven, want het is zoals Jezus zegt: “Wie van boven komt, staat boven allen." En zij hebben iets van Jezus die boven allen en alles staat, ook boven hen die hun het leven dreigen te ontnemen.

"Wie van boven komt”, “wie uit de hemel komt”, “wie van de aarde is", zo kan alleen maar Jezus spreken, want wie van ons zou durven zeggen van zichzelf dat hij van boven komt. En van de andere kant: wie van ons kan zeggen van zichzelf of van een ander dat hij helemaal van deze aarde is, dat hij helemaal niet van God is? Wij zijn uit onszelf noch het een, van God, noch het ander, helemaal van de aarde, helemaal van deze wereld. Wat is er nu gebeurd? Jezus heeft die beide kwaliteiten in ons verenigd; wij zijn zowel van onder als van boven, we zijn zowel geest als vlees, we zijn zowel van deze wereld als van God.

Petrus Canisius heeft eens verwoord, hoe hij van de Heer een duidelijk, scherp, pijnlijk inzicht kreeg in zijn eigen zwakheid, in zijn mismaaktheid, zoals hij dat zelf zegt. Maar tegelijkertijd kreeg hij, toen hem dat geopenbaard werd, van God ook inzage, zoals hij zelf zegt, in het Hart van God met al die eigenschappen waarnaar hij zo vurig verlangde: vrede, barmhartigheid, geduld, nederigheid. Toen hij dat zag, ontving hij die eigenschappen ook. Hij zag ze naar zich toestromen, niet zo dat hij ze eens en voor altijd bezat, maar dat die stroom van goddelijke liefde steeds maar weer van God uit in zijn hart binnenstroomde.

Dat is wat wij altijd mogen ervaren, niet met het gevoel, niet met de gedachten, niet met de fantasie, maar in werkelijkheid, in de diepte van de geestelijke ervaring, want aan het woord van God zit de kracht van God vast. Wij zeggen: geen woorden maar daden. Maar als God een woord spreekt, dan is de Geest, de geestkracht, erbij. "Zo mateloos schenkt God zijn Geest." En waar we ook staan in onze verhouding tot God, helemaal aan het begin, in het midden of al gevorderd, het doet er niet toe. Steeds geeft God Zichzelf wanneer wij naar zijn woord luisteren en wanneer wij zijn zelfgave ontvangen.