Zaterdag in de tweede week van Pasen
Eerste lezing: Handelingen 6,1-7
Evangelie: Johannes 6,16-21


Inleiding      

Pasen betekent: er doorheen komen. Jezus is er doorheen gekomen, door de dood heen, en dat is wat wij Pasen noemen. Hij is er doorheen gekomen! Dat vieren we ook in de eucharistie. Pasen is tweeërlei, ten eerste: wáár je doorheen komt en ten tweede: dát je er doorheen bent gekomen. We vieren dat Hij er doorheen is gekomen, maar dat krijgt pas zijn volle diepte en geeft ons pas ten volle vreugde als we beseffen wáár Hij doorheen is gekomen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

Toen het avond werd
daalden zijn leerlingen naar het meer af.
Zij gingen scheep
en zetten koers naar de overkant van het meer,
in de richting van Kafarnaüm.
Toen de duisternis reeds was ingevallen,
was Jezus nog niet bij hen gekomen.
Het meer werd woelig, want er stond veel wind.
Na ongeveer vijfentwintig of dertig stadiën geroeid te hebben,
zagen zij Jezus te voet over het meer tot vlak bij de boot komen
en zij werden bevreesd.
Maar Jezus sprak tot hen: “Ik ben het, weest niet bang.”
Zij wilden Hem aan boord nemen,
maar vlak daarop bereikte de boot de kust,
waarheen zij op weg waren.

Homilie        

Onrust in de Kerk! De eerste lezing geeft een spanning weer tussen de Griekssprekenden en de Hebreeuwssprekenden. Griekssprekenden, de Hellenisten, werden door de anderen gemakkelijk beschouwd als degenen die een wit voetje hadden bij de Romeinen, van wie de bestuurstaal het Grieks was. Grieks was de taal van de politiek, zoals in onze dagen het Engels. Daartegenover staan de Hebreeuwssprekenden, die als vanzelf beschouwd werden als het meest verbonden met het Joodse volk én met Jezus. Hoe dan ook, er treden spanningen op: de ene groep wil de band met de orthodoxe Joden niet kwijt en de andere groep wil de band met de wereld niet verliezen, met de beschaving, met de macht, met de politiek. Daar komt ruzie van.

Deze ruzie wordt door de apostelen op een nogal praktische manier opgelost. Zij voegden in de hiërarchie een nieuwe geleding toe: het ambt van diaken, en waarschijnlijk speciaal voor de Griekssprekenden, want het zijn allemaal Griekse namen die er opgesomd worden.
Zo krijgen zij dus ieder hun eigen element, hun eigen plaats in de hiërarchie, de apostelen meer voor de orthodoxen, de Hebreeuwssprekenden en het diakenambt meer voor de Griekssprekenden, de Hellenisten.
Maar hoe wordt nu de eenheid gemaakt? Je zou zeggen: door het op deze manier op te lossen wordt de verdeeldheid geïnstitutionaliseerd en daardoor alleen maar groter. Een ambt voor de Griekssprekenden en een ambt voor de Hebreeuwssprekenden. Toch moet u eens opletten hoe de eenheid door dit besluit niet wordt geschaad, maar juist wordt bewerkt.

"De twaalf riepen nu de leerlingen in vergadering bijeen en zeiden: het past niet dat wij het woord Gods verwaarlozen door de zorg voor de ondersteuning.” Dát is de bron van de eenheid: het woord van God. Daarmee eindigt het verhaal dan ook: "Het woord Gods breidde zich uit en het aantal leerlingen in Jeruzalem vermeerderde sterk." Het obstakel voor de eenheid was weggenomen.

Het woord van God, dat is de oplossing voor de moeilijkheden in de groep, maar dat is ook de oplossing voor de moeilijkheden in het eigen binnenste, voor de inwendige moeilijkheden. "Het meer werd woelig want er stond veel wind, en de duisternis was reeds ingevallen." Wat doe je als er moeilijkheden zijn in je eigen leven? Waar ga je het zoeken? Gaan je emoties met je op de loop? Ga je mee met je gevoelens, of gebruik je je verstand? Haal je goede raad bij een ander, of loop je van de moeilijkheden weg? Geef je het op, of probeer je er niet aan te denken, steek je je kop in het zand, zoals de struisvogel? Struisvogelpolitiek noemen ze dat. "De twaalf riepen nu de leerlingen in vergadering bijeen en zeiden: het past niet dat wij het woord van God verwaarlozen door de zorg voor de ondersteuning." Zó deden ze dat daar!

Ga niet in op de moeilijkheden, ook niet op de moeilijkheden in je eigen leven. Ga niet in op de golven, kijk niet alleen naar de woelige zee, maar kijk naar boven. Wat is daar dan te zien? "Ze zagen Jezus te voet over het meer tot vlak bij de boot komen." En wat dan nog? Dat is het hem nu net: Jezus is het woord van God. En wat zegt het woord van God? Hij zegt: "Ik ben het, weest niet bang." Jezus, het woord van God, spreekt de naam van God uit, de naam waarmee God de Heer Zich aan Mozes had geopenbaard: "Ik ben die is” (Ex 3,14). “Ik ben het", zegt Jezus. Ik ben er altijd voor je. Achter de coulissen van de geschiedenis ben Ik de grote Aanwezige. Ik deel in je moeilijkheden, in je zorgen, maar ook in je vreugde. Ik ben altijd bij je; Ik ben altijd om je heen. In alle moeilijkheden, in alle omstandigheden mag je Jezus' stem horen: 'Ik ben er, weest niet bang.'

Dezelfde die de wateren scheidde van het droge, dezelfde die Israël droogvoets door de Rode Zee liet trekken, díezelfde God is er ook voor u. De moeilijkheid zit hem in de gezichtsverenging, de verkleining van het perspectief, dat je een wereld maakt met alleen maar mensen en dingen die moeilijkheden veroorzaken. Het gevolg is dat een lichte windvlaag een complete storm kan veroorzaken, maar dat is dan een storm in een glas water, want je hebt je leven ook zo klein gemaakt als een glas. Hoor Jezus' stem in de moeilijkheden: 'Ik ben er. Ik ben er voor jou. Wees maar niet bang.'

Zijn de moeilijkheden dan opeens weg? Nee, waarschijnlijk niet, dat zou te mooi zijn. Maar kíjk nu eens naar Jezus. Kíjk nu eens naar het woord van God. Laat het woord van God, laat het Lichaam van Christus je telkens weer uittillen boven de problemen, boven de golven, boven de golven van je emoties. Dat doet je eerder de kust bereiken dan je denkt. De leerlingen overwinnen hun vrees en wilden Hem aan boord nemen en terstond, door dát te doen, was de boot aan land. Door Jezus aan boord te nemen, kregen zij grond onder de voeten.

Als je Jezus in de communie echt in je hart opneemt, verdwijnen de moeilijkheden wel niet, maar je krijgt grond onder je voeten, vaste grond, de grond van je bestaan. Zo kun je alle moeilijkheden aan.