Eerste lezing: Genesis 22,1-2.9a.10-13.15-18 [B 43]; antwoordpsalm: Psalm 116,10.15.16-17.18-19 [B 43]
Tweede lezing: Romeinen 8,31b-34 [B 44]; vers voor het evangelie: [B 45]
Evangelie: Marcus 9,2-10 [B 45]
Inleiding
'Naar U gaat mijn hart uit: U wil ik zien, uw gelaat, Heer, wil ik aanschouwen. Verberg mij Uw aanschijn niet.' Dat smachtende dat van dit lied uitgaat, wordt niet alleen in woorden maar ook in de muziek weergegeven. Iemand heeft door een kier de eeuwige liefde van God gezien en er komt een onrust over hem. Hij zal niet rusten voordat hij helemaal in die rust van Gods liefde is binnengegaan. Iemand heeft het gezien en heel de mensheid gaat die ene achterna. Jezus heeft de Vader in de hemel gezien en Hij heeft Zich in gebed in liefde met Hem verenigd. Wij gaan Hem allemaal achterna.
Op deze tweede zondag van de Veertigdagentijd is het evangelie van de gedaanteverandering standaard. Wij zijn gegrepen door een Liefde; ieder van ons mag zich persoonlijk door God bemind weten. Die liefde in je hart ontdekken, - en dat is eigenlijk een herontdekking, - is de eigenlijke opgave van de Veertigdagentijd. Dat is iets heel vreugdevols, een vreugde die niet te vergelijken is met welke andere vreugde ook. 'Het is een grote vreugde', zegt Moeder Mechtildis, 'iets te doen voor God alleen'. Dat "je linkerhand niet weet wat je rechter doet", zoals Jezus zegt (vgl. Mt 6,3). We zijn voor die vreugdevolle ontmoeting met God weggelegd, want we zijn zijn kinderen. We hebben als eerstelingen de heilige Geest al ontvangen, we zijn al kinderen van God. De heilige Geest is al in ons hart uitgestort en roept met onuitsprekelijke verzuchtingen: "Abba-Vader."
Dat is dan ook de reden, dat we de zondagse eucharistieviering graag beginnen met ons eerst die doopgenade te binnen te brengen, toen dat gebeuren, - het in de liefde van de Vader te worden opgenomen, - aan ons werd verricht.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
In die tijd nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met Zich mee
en bracht hen boven op een hoge berg,
waar zij geheel alleen waren.
Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd.
Zijn kleed werd glanzend en zó wit
als geen bleker ter wereld maken kan.
Elia verscheen hun, samen met Mozes
en zij onderhielden zich met Jezus.
Petrus nam het woord en zei tot Jezus:
Rabbi, het is goed dat wij hier zijn.
Laten we drie tenten bouwen, een voor U,
een voor Mozes en een voor Elia.
Hij wist niet goed wat hij zei, want ze waren allen geheel verbluft.
Een wolk kwam hen overschaduwen
en uit die wolk klonk een stem:
Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem.
Toen ze rondkeken zagen ze plotseling
niemand anders bij hen dan alleen Jezus.
Onder het afdalen van de berg,
verbood Jezus hun aan iemand te vertellen wat ze gezien hadden,
voordat de Mensenzoon uit de doden zou zijn opgestaan.
Ze hielden het inderdaad voor zich,
al vroegen zij zich onder elkaar af,
wat dat opstaan uit de doden mocht betekenen.
Homilie
Waarom wordt dit evangelie van de gedaanteverandering van de Heer aan het begin van de Veertigdagentijd voorgelezen? Het is een soort Pasen, een voorbijgang van de Heer, een openbaring van de liefde van de Vader. Het staat aan het begin in plaats van aan het einde; het schijnt er echt bij te horen. Het is niet toevallig dat dit evangelie nu wordt voorgelezen, want ook in de twee andere jaren, de A- en C-cyclus van de zondagsevangelies, wordt uitgerekend op deze tweede zondag van de Veertigdagentijd dit evangelie voorgelezen. Pasen is niet iets dat aan het einde komt, na lijden komt verblijden, maar Pasen gaat met ons mee; de verheerlijkte Heer in het glorielicht van zijn hemelse Vader, zoals we vandaag boven op de berg zien, is altijd bij ons. "Zie, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding van de wereld" (Mt 28,20). Pasen komt niet ná de Veertigdagentijd, maar lijden en verheerlijking zijn altijd tegelijkertijd bij ons. De Heer is altijd bij ons, maar in wisselende gedaanten, steeds op een andere wijze van aanwezig zijn, zouden we kunnen zeggen. De verheerlijkte Heer is de ene keer meer op de voorgrond in je ervaring, meer doorbrekend, en de andere keer blijft Hij meer op de achtergrond, lijkt Hij zelfs afwezig. Hij is er wel, maar alleen in geloof waarneembaar.
Vandaag wordt de situatie in het evangelie voorgesteld alsof het één plaatsvindt na het ander. "Zes dagen later", want daar zou dit evangelie eigenlijk mee moeten beginnen. Maar het gebeurt wél aan dezelfde Jezus. De gedaanteverandering vindt plaats zes dagen na de woorden van verwerping die Hij sprak beneden in de vlakte, verwerping die Hem zou gaan overkomen. "Daarop begon Jezus hen te leren, dat de Mensenzoon veel zou moeten lijden en door de oudsten, de hogepriesters en schriftgeleerden verworpen worden en ter dood gebracht (Mc 8,31). En ook zijn volgelingen houdt Hij hetzelfde dodelijke perspectief voor: Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen" (Mc 8,34).
Jezus zegt: er gebeurt Mij zoiets als wat Abraham overkwam, want ook Abraham werd op de proef gesteld door God. "Abraham, ga met Isaak, uw zoon, uw enige, die gij liefhebt, naar het land van de Moria en draag hem daar als brandoffer op, op de berg die Ik u zal aanwijzen" (Gen 22,2). Nu gebeurde er in het hart van de leerlingen hetzelfde als Abraham overkwam: hun enige, hun ideaal, hun lieve Meester, op wie zij al hun hoop hadden gevestigd, met wie zij hun leven hadden verbonden, zou verworpen worden en gedood. Daartoe worden wij, als volgelingen van die Meester, ook geroepen, om onze kruisdragende Messias te volgen tot aan het kruis, om onszelf te verloochenen. Het liefste dat we hebben, het enige dat we overhouden als ons alles wordt afgenomen, ons leven, ons 'ik', moeten we ook nog loslaten.
Maar toch is dat precies wat mensen in hun leven overkomt. Een gezond lichaam wordt ziek, of iemand verliest zijn baan waarin hij een stuk levensvervulling heeft gevonden, hij wordt werkeloos, of een relatie breekt in stukken, of een jeugdtrauma breekt door en tast alle levensvreugde aan. Bij een aantal volken wordt door een gewelddadige watervloed vele jaren van ontwikkeling in een paar minuten weggespoeld, of iemand ontdekt in zichzelf een ongeordendheid die zo centraal ligt in zijn psyche, dat het alles doordringt en alles onzuiver maakt. Kortom, wat Abraham overkwam met Isaak, het kind van de belofte, aan wie héél de belofte hing, heel het nageslacht door God aan Abraham voorspeld, wat de leerlingen overkwam met Jezus, zoiets kan elke mens overkomen en zál ieder mens op een gegeven moment overkomen. Wat je lief is geworden, iets of iemand zonder wie of wat je je het leven gewoon niet kunt voorstellen, kun je zomaar ineens kwijtraken.
Het evangelie van vandaag zegt: daar achter is nieuw leven, daar achter zit een geheim van grote liefde, van liefde voor jóu. Jezus is in gebed, in gesprek met zijn Vader. "Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd: zijn kleed werd glanzend en zó wit als geen volder ter wereld maken kan." Er zit een geheim achter: liefde voor u persoonlijk, zoals Jezus geabsorbeerd werd door de liefde van de Vader. Hij, de verworpeling, Hij wordt verworpen door de mensen en aangenomen door God.
Hem verschenen dan ook Elia en Mozes en zij onderhielden zich met Jezus. Hij is niet zo maar een van hen. Jezus staat in de traditie van zijn volk, waarvan Mozes en Elia de fundamenten zijn, de steunpilaren. De leerlingen hoeven niets te verloochenen als ze Jezus aanhangen, ze hoeven niets te verloochenen van wat hun dierbaar was geworden, want zoals Hij zelf zegt: "Ik ben niet gekomen om wet (Mozes) en profeten (Elia) op te heffen, maar om de vervulling te brengen" (Mt 5,17). En dan verdwijnen ook zij naar de achtergrond, de sfeer wordt geladen, geladen met Gods tastbare aanwezigheid. "Een wolk kwam hen overschaduwen", zoals Maria overschaduwd werd door de heilige Geest, zoals alle Joden onder de wolk zijn geweest en allen door de wolk van Gods aanwezigheid zijn gedoopt in de heilige Geest. Op Jezus, als opperste vertegenwoordiger van heel het Godsvolk, op Hem én op zijn volgelingen trekt zich nu de wolk van Gods aanwezigheid samen, en die Jezus, die zijn verwerping en zijn dood vanwege de aardse autoriteiten in het vooruitzicht had gesteld, wordt nu door een stem uit de hemel met een ongehoorde, unieke autoriteit bekleed: "Dit is mijn Zoon, de Welbeminde. Luistert naar Hem." Macht en liefde onder één noemer samengebracht.
Dat komt God u vandaag zeggen. Als het in uw leven ophoudt, als in uw leven de zinloosheid toeslaat, dat u er helemaal geen zin meer in hebt, dat alles u volkomen zinloos lijkt, het heel uw gemoedsleven aantast, als uw hart bloedt of leeg is, vertwijfel dan niet. Dit alles moet gebeuren om het echte leven te kunnen krijgen. Niet uw baan is uw levensvervulling, God is uw levensvervulling! Niet uw vrouw en uw kinderen zijn de schatten waarvan u mag leven, maar uw Vader die in de hemel is. Hij is de schat in de akker van uw hart. Niet uw lichamelijke kracht, uw gezondheid, maar Gods kracht. Niet dit leven, maar het eeuwige leven.
Daarmee eindigt elke keer ons credo, ons 'ik geloof'. Wij geloven in Hem van wie wij het eeuwige leven krijgen. Een schat die ons niet meer kan worden ontnomen.