30 december
Eerste lezing: 1 Johannes 2,12-17
Evangelie: Lucas 2,36-40
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd was er een profetes,
Hanna, een dochter van Fanuël, uit de stam van Aser.
Zij was hoogbejaard
en na haar jeugd had zij zeven jaren met haar man geleefd.
Nu was zij een weduwe van vierentachtig jaar.
Ze verbleef voortdurend in de tempel
en diende God dag en nacht door vasten en gebed.
Op dit ogenblik kwam zij naderbij, dankte God
en sprak over het Kind
tot allen die de bevrijding van Jeruzalem verwachtten.
Toen zij alle voorschriften van de Wet des Heren vervuld hadden,
keerden zij naar Galilea, naar hun stad Nazareth terug.
Het Kind groeide op en nam toe in krachten;
het werd vervuld van wijsheid
en de genade Gods rustte op Hem.
Homilie
Gisteren ging het in het evangelie over Simeon, een profeet, vandaag gaat het over Hanna, een profetes. Met hun beider aanwezigheid bij het mensgeworden Woord vervullen zij een profetie, zoals die in de Handelingen der apostelen door de schrijver Lucas, dezelfde schrijver als van dit evangelie, wordt geciteerd uit de profeet Joël: "Daarna zal het gebeuren: Ik zal mijn Geest uitstorten over alle mensen, uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw grijsaards dromen zien" (Jl 3,1; vgl; Hnd 2,17). Lucas citeert dit in de Handelingen der Apostelen na de nederdaling van de heilige Geest, en had dit dus voor ogen bij deze passage over Simeon en Hanna. Beiden profeteren, maar toch is er een verschil, en dat verschil zit hem in de manier waaróp ze profeteren.
Simeon sprak behalve blijde, door de Geest bewogen woorden, ook ernstige woorden over oordeel, tegenspraak, vonnis en over een zwaard dat het hart van Maria, zijn moeder, zou doorboren. De profetes Hanna mag een gelukmakend, troostend en opwekkend woord spreken en daarmee doet zij haar naam eer aan en de naam van haar voorouders. Hanna, dat betekent: God-is-genadig. En Fanuël: God-is-licht, en Aser: geluk. Dus als er in een voor ons onbegrijpelijke en vreemde taal wordt gezegd: de profetes Hanna, een dochter van Fanuël, uit de stam van Aser, dan moet je eigenlijk horen: een profetes God-is-genadig, een dochter van God-is-licht, uit de stam van geluk. Eén en al blijheid en vreugde. Het is als het ware gedrenkt in de straling van de vreugde van de genade, in het welgevallen van God. "Zij dankte God en sprak over het Kind tot allen die de bevrijding van Jeruzalem verwachtten." Zij heeft met Simeon gemeen dat zij hoogbejaard is, wetsgetrouw en vroom, en dat ze alleen is. Hij een weduwnaar, zij een weduwe, voortdurend in de tempel, God dag en nacht dienend, op de rand van het leven, op de rand van het graf, uitgediend bij de mensen, maar bij God helemaal in dienst, in dienst nu van zijn gelukkigmakende boodschap, die zij mocht doorvertellen. "Zij dankte God en sprak over het Kind tot allen die de bevrijding van Jeruzalem verwachtten."
Dat geluk, die Blijde Boodschap, was zij ook zelf. Zij straalde van vreugde. Dat kan gebeuren met mensen die leven in de schaduw van de dood, in de nacht van de geschiedenis, omdat ze in hun hart zijn geraakt door de liefde van God. Zij kunnen al dat boze zien, al dat kwaad en verdriet, al dat ongeluk, maar hun hart en hun ogen stralen van vreugde.
Dat is wat we nu, aan het einde van dit ten einde neigende jaar, ons bewust mogen maken. We leven nog in de nacht van de geschiedenis, ook volgend jaar. Maar ook Gods trouw gaat door en zijn liefde. Die gaat niet alleen door, maar die gaat door als het andere opgehouden heeft te bestaan. Hij houdt er nooit mee op.