Maria op zaterdag
Eerste lezing: Romeinen 11,1-2a.11-12.25-29
Evangelie: Lucas 14,1.7-11
Inleiding
'Bid, dat wij zondaars groot, bij God niet gaan verloren in het uur van onze dood,' zongen wij in het openingslied. In dit lied, dat het weesgegroet op rijm en op melodie zet, worden ernstige woorden gebruikt. Het gaat over het uiteindelijke, over het laatste. Het gaat over de laatste waarheden, de laatste werkelijkheden, waarmee wij in het voorbijgaande, in het vergankelijke, contact moeten houden, zodat die voor ons paraat zijn. Dat is wat wij ons te binnen moeten brengen, want zo wil Hij hier onder ons zijn. Niet alleen op de plaats van de geschiedenis, waar wij op dit moment zijn, maar in heel onze werkelijkheid, in de allerdiepste diepte, in de allerlaatste ernst, zodat Hij ons kan opvangen. Dan zal Hij daarin ook aanwezig zijn, zoals zijn moeder aanwezig was bij zíjn laatste uur.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
Toen Jezus op een sabbat
het huis van een van de voornaamste Farizeeën binnenging
om er de maaltijd te gebruiken,
hielden zij Hem voortdurend in het oog.
Daar Hij opmerkte,
hoe de genodigden de voornaamste plaatsen aan tafel uitzochten,
hield Hij hun de volgende gelijkenis voor:
Wanneer gij door iemand op een bruiloft wordt genodigd,
ga dan niet aanliggen op de voornaamste plaats.
Het zou kunnen zijn,
dat er door uw gastheer iemand is uitgenodigd
die voornamer is dan gij,
en dat degene die u en hem genodigd heeft u komt zeggen:
Sta uw plaats aan hem af.
Dan zoudt ge vol schaamte de minste plaats moeten innemen.
Maar wanneer ge ergens genodigd wordt,
ga dan op de minste plaats aanliggen.
Als degene die u heeft uitgenodigd dan komt,
zal hij u zeggen: Vriend, ga wat hoger op.
Zo zal u eer te beurt vallen
in het oog van allen die met u aanliggen.
Want al wie zichzelf verheft zal vernederd,
en wie zichzelf vernedert, zal verheven worden.
Homilie
Ze hielden Hem voortdurend in het oog." Ze hielden Hem in het oog, maar Hij hield hen ook in het oog, want Hij zag precies hoe ze de voornaamste plaatsen aan tafel uitzochten en wie waar ging aanliggen.
Hoe moet je je aan tafel gedragen? Over de ene wijze zegt Jezus: zo moet het niet, en over een andere wijze zegt Hij: zo moet je het doen. Maar daar dient het evangelie toch niet voor, om ons tafelmanieren bij te brengen? Waar bemoeit het evangelie zich wel niet mee? Waar houdt Jezus Zich nu mee bezig?
Jezus houdt Zich bezig met héél de werkelijkheid vanuit het licht van de andere werkelijkheid, Gods werkelijkheid. Wat kun je dan in Gods licht zien? Wat zijn dan de aardse verhoudingen? Jezus ziet de aardse werkelijkheid in het licht van een bruiloft. "Hij ging het huis van een van de voornaamste Farizeeën binnen om er de maaltijd te gebruiken," Hij ligt aan áán een maaltijd. Het woord maaltijd wordt hier gebruikt, maar Jezus heeft het hier in feite over een bruiloftsmaal, de bruiloft van God met de mensen, van God met zijn bruid. Dat is de verhouding die God heeft met iedere mens. Wat heeft dat te betekenen voor onze onderlinge, menselijke verhoudingen? Het betekent: al kom je op een mindere plaats te staan, je bent toch niet minder. De uitverkiezing door God maakt het niet uitverkozen zijn door de mensen beter te verteren, het maakt niet zo'n indruk op je. Integendeel, het verworpen worden door de mensen kan dan juist een symbolische kracht zijn naar Degene die zelf beslag gelegd heeft op de minste plaats. Vernedering en verheffing. Vernedering door de mensen en verheffing door God. Die twee hangen samen.
Hij heeft ons uitgenodigd toen wij allesbehalve zijn vrienden waren, maar armen, gebrekkigen, kreupelen en blinden. Want dat zijn wij nog steeds. Je moet proberen je menselijke leven, je menselijke verhoudingen, omstandigheden en situaties te zien vanuit het licht van het evangelie.
Mensen worden natuurlijk in beslag genomen door mensen die ze zien en door gevoelens die ze ten aanzien van hen hebben: sympathie, antipathie, jaloezie, eerzucht. Dat zijn allemaal heel sterke krachten. Daardoor wordt de mens innerlijk verscheurd, en ook gemeenschappen worden door allerlei begeerten uit elkaar getrokken.
Maar wij zijn opgenomen in een andere werkelijkheid, die je niet ziet, maar die óns ziet, zoals Jezus ons zag, en die wij wel kunnen gewaarworden in dat verheven worden door God. Dat is een gebeuren dat zich innerlijk in een mens afspeelt. Hij wordt temidden van het aardse gebeuren opgenomen in een hemels gezelschap, in een hemels gebeuren. Het is de Vader die voortdurend en overal op zoek gaat naar mensen die op de minste plaats staan, opdat Hij ze zal kunnen verheffen.