Eerste lezing: Romeinen 8,18-25
Evangelie: Lucas 13,18-21
Inleiding
De zon, de natuur, de aarde, zijn een beeld van wat boven de natuur uitgaat, en waarbij vergeleken de wereld van de natuur eigenlijk maar een schaduw is, een schaduw van het licht van Gods Majesteit. Want wat wij hier ook doen, welke woorden wij hier horen, handelingen verrichten, tekenen van brood en wijn beschouwen, het zijn uiteindelijk allemaal tekenen van een werkelijkheid die alle begrip verre te boven gaat. Wij willen ons in Gods hand leggen en we krijgen Hem in onze hand. Zo klein wil God Zich maken, en zo groot moet ons geloof zijn.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd zei Jezus:
Waarop gelijkt het Koninkrijk Gods,
waarmee zal Ik het vergelijken?
Het gelijkt op een mosterdzaadje dat iemand in zijn tuin zaaide;
het groeide en werd een grote boom
en de vogels uit de lucht nestelden in zijn takken.
Jezus zei ook nog:
Waarmee zal Ik het Rijk Gods vergelijken?
Het gelijkt op gist,
die een vrouw in drie maten bloem verwerkte,
totdat deze in hun geheel gegist waren.
Homilie
Paulus heeft een visie, je zou bijna zeggen een visioen. Een zinloos bestaan, alles onderworpen aan de slavernij der vergankelijkheid. Alles groeit en bloeit en sterft. Het is allemaal eindig. Hij ziet hoe heel de natuur kreunt en lijdt, en hoe de mensen zuchten over hun eigen lot. Maar het zijn de barensweeën voor een geboorte. Door het pijnlijke geboorteproces heen ziet hij een nieuwe wereld ontstaan, ziet hij een nieuwe mens verschijnen in heerlijkheid, zo groot, dat het lijden erbij in het niet verzinkt. De glorierijke vrijheid van de kinderen Gods. Paulus gebruikt daarbij het beeld van de barensweeën en daarmee doet hij recht aan wat er in de ervaring van de mensen aan vooraf gaat, waar de mensen zoveel moeite mee hebben: het lijden, dat het zoveel kost.
Maar Jezus heeft een ander beeld: de parabel van het mosterdzaadje en de zuurdesem. Anders dan bij sint Paulus, ligt de nadruk op het moeiteloze, het achteloze, als bij de schepping. Het resultaat volgt naadloos op het woord. "God sprak: er moet licht zijn. En er was licht" (Gen 1,3). Zeggen en doen is één. Het spreken van God is een werkwoord. Zo schijnt het ook te zijn met dat mosterdzaadje, eigenlijk doet de mens niets en komt het resultaat er helemaal buiten de mens om uit; moeiteloos wordt het resultaat tevoorschijn gebracht.
Zoals in die andere parabel, die van het zelfgroeiende zaad. "Het gaat met het Rijk Gods als met een man die zijn land bezaaid heeft. Hij slaapt en staat op en onderwijl kiemt het zaad en schiet op, maar hij weet niet hoe. Uit eigen kracht brengt de aarde vrucht voort. Eerst de groene halm, dan de aar, dan het volgroeide graan in de aar" (Mc 4,26-28). De mens doet niets, de natuur doet alles. Alles wat de mens doet, schijnt in geen verhouding te staan met datgene wat hij wil bereiken. Het land bewerken, zaaien, begieten, mest erop brengen. Maar, zegt sint Paulus als hij spreekt over zijn eigen apostolaat, de werkzaamheid komt van God. God alleen brengt de wasdom. Zoals in het gebed. Je moet er van alles voor doen, je moet je afzonderen, je los maken, je inkeren, concentreren, je moet het woord van God in je opnemen, een goede houding aannemen en volhouden. Maar hoe zou je met al die inspanningen kunnen bewerken wat je wilt: dat God spreekt? Dat kan God en Hij alleen.
Zo is het ook met het mosterdzaadje, het kleinste van alle zaden. Je wilt een grote struik in je tuin, in de tuin van je ziel, haast een boom, zodat de vogels in zijn schaduw kunnen nestelen. Wij willen ons nestelen in de schaduw van God, bij Hem onze toevlucht kunnen nemen. Wij willen dat onze aarde vrucht draagt, de vrucht van de schoot van Maria, die de vrucht zal zijn van heel de mensheid. Het zaad, zo begint het, is als een mosterdzaadje, zo klein, zo nietig, in de akker van onze wereld geworpen. Je ziet er niets van, net als bij het mosterdzaadje. Maar al zie je niets, dat wil nog niet zeggen dat er ook niets is. Net als bij het mosterdzaadje. Kijk, zegt Jezus, wat doen jullie vrouwen anders dan wat er met het mosterdzaadje gebeurt? Jullie willen brood bakken, dat doe je 's ochtends, maar de avond ervoor meng je zuurdesem in een massa deeg. Je legt er een doek overheen, je laat het een nacht staan en de volgende ochtend is die hele massa gerezen door dat hele kleine beetje zuurdesem. Genoeg te eten voor een hele dag voor een heel gezin. Drie maten meel schijnt genoeg te zijn om twee- tot driehonderd mensen te eten te geven. Een goddelijke afmeting, hier is een goddelijk proces aan de gang, hier is God aan het werk voor een goddelijk resultaat. Moeiteloos, als bij toverslag.
Geen inspanning nodig? Jawel, maar dat wordt nu verzwegen, want het is Jezus die het geheim van het Rijk Gods openbaart. En het geheim van het Rijk Gods is Jezus zelf. Hij moet de moeite opbrengen voor de hele wereld, en Hij wil daar niet moeilijk over doen. Discreet, liefdevol, zwijgt Hij over wat het Hem kost. Hij laat het aan de liefde over om te overwegen, te beschouwen, wat het Hem gekost heeft. Heel de mensheidsgeschiedenis is er voor nodig. Als je het lichamelijke lijden van Jezus tot je hebt laten doordringen, sta je nog slechts aan het begin van het eigenlijke lijden, het hartelijden van de Heer. Maar de mensen bij wie het Woord van God als een zaad in het hart is gevallen, hebben toch ook te lijden? Wordt daar dan niets over gezegd? Wordt dat dan geen recht gedaan? Als zij dat lijden dragen in verbondenheid met Hem, met zijn lijden, dan neemt Hij die moeite op Zich. Gedeelde smart is halve smart, zegt een menselijk spreekwoord. Wat zou er gebeuren als een mens zijn smart deelt met de Man van Smarten? Als je je barensweeën draagt in verbondenheid met zijn barensweeën, dan is het alsof er geen pijn meer is. Hij neemt de pijn van heel de mensheid op Zich. Daarvoor is geloof nodig, daarvoor is vertrouwen nodig dat Hij dat ook inderdaad doet. Hij zal het doen zoals de natuur het werk van de mens overneemt.