Alle HH. Verkondigers van het geloof in onze streken
Eerste lezing: Romeinen 15,14-21
Evangelie: Lucas 16,1-8
Inleiding
Op de dag vóór het feest van de patroon van onze kerkprovincie, de heilige Willibrordus, vieren we alle heilige verkondigers van het geloof in onze streken, om ook de minder bekenden te laten delen in de glorie van de meest bekenden, omdat zij dezelfde roeping, dezelfde opgave, hetzelfde zwoegen en dezelfde heiligheid hebben gedeeld. Sommigen hebben een eigen viering in een of meer bisdommen, anderen worden helemaal niet gevierd. Vandaag vieren we ze allemaal in heel het land.
Nederland is in twee golven bekeerd, afhankelijk van de politieke situatie van het land. Het zuiden, deel uitmakend van het Romeinse rijk, is eerder bekeerd, gepacificeerd, dan het noorden, want daar hadden de Friezen de macht in handen.
Een geloofsverkondiger in een heidense streek, dat is een wonder van Gods genade. Dat is zoiets als een klooster waarin het stilzwijgen verdwenen is en opnieuw wordt ingevoerd. Of in een klas meisjes en jongens tegenkomen die ervoor uitkomen dat ze misdienaar zijn, of 's zondags naar de mis gaan. Of in een gezelschap van spotters en verlichte intellectuelen ervoor uitkomen dat je de rozenkrans bidt. Of van een feestavond met familieleden en bekenden vroeger weggaan, omdat je de volgende ochtend graag naar de heilige mis wilt. In een groep van baldadige knapen zachtmoedig blijven. Zoiets is een geloofsverkondiger in heidense streken. 'Vreemden', zegt het lied dat we zojuist gezongen hebben. Je bent je leven lang een vreemde. Toch zit het je niet alleen maar tegen, want er is ook een kracht in je van het woord van God. En niet alleen in je eigen hart, maar ook nog eens in het hart van de anderen tot wie je spreekt. Zij worden door de kracht van de heilige Geest als het ware wakker uit hun dommel en ze worden getroffen door de Geest van God. Dat mag dan nu ook in deze viering in u zijn. Dat de heidense streken in uw hart worden geraakt door het woord van God.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen:
Er was eens een rijk man die een rentmeester had,
die bij hem werd aangeklaagd dat hij zijn bezit verkwistte.
Hij riep hem dus en vroeg:
Wat hoor ik daar van u?
Geef rekenschap van uw beheer,
want gij kunt niet langer rentmeester blijven.
Toen redeneerde de rentmeester bij zichzelf:
Wat zal ik doen, nu mijn heer mij het rentmeesterschap afneemt?
Spitten kan ik niet, en bedelen: daarvoor schaam ik mij.
Ik weet al wat ik ga doen,
opdat ik, na mijn ontslag als rentmeester, onderdak vind.
Hij ontbood de schuldenaars van zijn heer, één voor één,
en zei tot de eerste:
Hoeveel zijt ge aan mijn meester schuldig?
Deze antwoordde: Honderd vaten olie.
Maar hij zei:
Hier hebt ge uw schuldbekentenis;
ga gauw zitten en schrijf: vijftig.
Daarop vroeg hij nog aan een tweede:
En hoeveel zijt gij schuldig?
Deze antwoordde: Honderd maten tarwe.
Hij zei hem:
Hier hebt ge uw schuldbekentenis; schrijf: tachtig.
De heer prees het in de onrechtvaardige rentmeester
dat hij met overleg had gehandeld,
want de kinderen van deze wereld
handelen onderling met meer overleg
dan de kinderen van het licht.
Homilie
De heer prees het in de onrechtvaardige rentmeester dat hij met overleg had gehandeld." We moeten dus met overleg handelen. Het gaat er niet zozeer om binnen welk waardesysteem je met overleg handelt, of dat het waardesysteem is van de wereld, dat in zijn geheel door de heer wordt afgewezen, maar het gaat erom dat wij bínnen dat systeem met overleg handelen, dát wordt door de heer aangeprezen. Dát overleg, waar de kinderen van de wereld binnen hún waardesysteem zo goed in zijn, overnemen. De twee waardesysteem van de wereld en van het evangelie worden als volgt omschreven: "Zij die leven volgens het vlees, zinnen op wat het vlees wil, en: die geleid worden door de Geest, zinnen op de dingen van de Geest" (Rom 8,5). In beide gevallen wordt er met overleg gehandeld.
Er zijn twee waardesystemen die totaal tegengesteld zijn: vlees en geest. Het waardesysteem van het vlees is de ikzucht, doen waar je zin in hebt, wat in je eigen voordeel is, je eigen geluk nastreven, als ik het maar goed heb. Zoals die rentmeester deed, toen hij uit zijn baan was gegooid. Hij zorgde ervoor dat hij toch onder de pannen was, dat hij toch ergens onderdak vond.
Maar het waardesysteem van de Geest, zinnen op wat de Geest wil, dat is je geluk zoeken in het gelukkig maken van de ander. Dat is de heilige Geest van God, Gods Geest. Heilige Geest is Godzucht tegenover zelfzucht.
Ergens zijn wij allemaal precies zoals die rentmeester. Van de ene dag op de ander uit onze oude baan gegooid, uit het oude waardesysteem. Maar nu gaan er heel andere verhoudingen heersen. Wat wijs is in de ogen van de wereld, is dwaas in onze ogen. Er is als het ware een crash geschied op de centrale beurs van de waarde van deze wereld en alle waardepapieren waarmee ze een grote zekerheid en veiligheid dachten te hebben, zijn van de ene dag op de andere waardeloos geworden. Je hebt er niets meer aan. Maar de mensen weten het niet en ze gaan maar door met het drukken van die waardeloze papieren. Nog meer met nog minder waarde. Ze zijn ergens slapend, dom zou je kunnen zeggen, dwaas, gek.
Wíj weten dat je daarmee je hart niet vullen kunt. Dat je je hart alleen maar kunt vullen met de liefde van God én met het loslaten van je eigenliefde; om te beginnen met het rentmeester zijn. Kijk daar heb je het: Jezus, die er een heel eigen waardesysteem op nahoudt. Rentmeester zijn doet je meteen denken: we zijn allemaal rentmeesters, dus is er niets van onszelf bij. Als u (de zusters van priorij Nazareth) spreekt over 'onze cel', bedoelt u daarmee uw cel. Hetzelfde geldt voor onze talenten, ons lichaam, onze medezusters en onze gezondheid, die zijn ook niet van mij. Alles wat ons overkomt, alles wat we hebben en zijn, of we leven of sterven, het is voor de Heer, het is voor de Ander. We hebben het gekregen, we hebben het niet in ons bezit en we doen er alleen maar iets mee voor een ander. Dat is met overleg handelen. Dat is met de heilige Geest handelen, waar sint Paulus over spreekt: "Overal waar ik kwam heb ik de heilige Geest als kracht in mijn woorden en werken kunnen voelen." Het is voor de ander, niet voor mijzelf.