Romeinen 16,3-9.16.22-27
Evangelie: Lucas 16,9-15
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
Maakt u vrienden door middel van de onrechtvaardige mammon,
opdat zij - wanneer die u komt te ontvallen -
u in de eeuwige tenten opnemen.
Wie betrouwbaar is in het kleinste,
is ook betrouwbaar in het grote;
en wie onrechtvaardig is in het kleinste,
is ook onrechtvaardig in het grote.
Zijt ge dus niet betrouwbaar geweest in de onrechtvaardige mammon,
wie zal u dan het waarachtige goed toevertrouwen?
Als ge niet betrouwbaar zijt geweest
in het beheren van andermans goed,
wie zal u dan geven wat gij het uwe kunt noemen?
Geen knecht kan twee heren dienen,
want hij zal de een haten en de ander liefhebben,
ofwel de een aanhangen en de ander verachten.
Ge kunt niet God dienen en de mammon.
De Farizeeën, belust op geld als ze waren,
hoorden dit alles aan en lachten Hem uit.
Hij sprak tot hen:
Bij de mensen doet gij uzelf als rechtvaardigen voor,
maar God kent uw hart.
Waar de mensen naar opzien, is in Gods ogen een gruwel.
Homilie
Waar de mensen naar opzien, is in Gods ogen een gruwel." Waar zien de mensen dan naar op? Naar geld. "De Farizeeën, belust op geld als ze waren, lachten Hem uit." Onze maatschappij is een geldmaatschappij, en dat wordt zij steeds meer en meer. Als je de gesprekken van de mensen volgt, hebben ze het dikwijls over geld, ze worden niet moe om dat uit te meten. Een econoom heeft onlangs opgemerkt, dat mensen hun geluk niet meten aan de hoeveelheid geld op zich, maar of en hoeveel méér geld ze hebben dan een ander. Ze vergelijken zich met een ander. Ze kijken niet wie groot is, maar wie groter is, wie de grootste is. Dat stond al in het evangelie. "Ze hadden een woordenwisseling over de vraag, wie de grootste was" (Mc 9,34). Toen er in het paradijs nog niemand was om mee te vergelijken, Adam en Eva waren de enigen, gingen ze zich vergelijken met God. Wat het zou zijn om, zoals de duivel voorstelde, aan God gelijk te worden.
Is dat niet de grote charme van het kleine kind, dat het zich nog niet met een ander vergelijkt? Een kind is helemaal wat het is. En is dat ook niet de reden waarom Jezus zegt, dat wij ons allemaal moeten bekeren en als kleine kinderen worden? (vgl. Mt 18,3). We moeten worden als kinderen die niet vergelijken, maar die alles ontvangen als een gave van de lieve God. Daarom geeft Jezus ook altijd voorbeelden uit de wereld van de natuur, de planten, de vogels en de dieren. Die zijn gewoon wat ze zijn; die trekken de aandacht niet op zichzelf, maar op hun Schepper. Dan pas komt de eigenlijke grootheid van het schepsel en het geschapene, de mens, de dieren en de natuur, naar voren. Dat komt nu juist door de glorie van God. Omdat God aan de mens denkt, Zich de mens herinnert, met de mens bezig is, de mens de moeite waard vindt, naar de mens verlangt, om hem altijd bij Zich te hebben, daardoor is de mens de moeite waard.
Laten we eens kijken hoe Paulus zijn brief aan de Romeinen besluit. Hij noemt allemaal vreemde namen voor ons, allemaal kleine mensen, ze hebben nooit een rol gespeeld in de wereldgeschiedenis, we hebben nooit meer van ze gehoord. Nu gaat het er niet om wie ze waren, maar dat Paulus ze steeds vermeldt in zijn relatie tot Christus, en wat zij betekenen voor zijn relatie met de Heer. Dat is steeds het vergelijkingspunt. "Groet Prisca en Aquila, mijn medearbeiders in Christus Jezus. Groet mijn geliefde Epénetus, Asia's eersteling voor Christus. Groet Androníkus en Junias, mijn landgenoten en medegevangenen. Groet Ampliátus, mijn dierbare vriend in de Heer. Groet Urbanus, onze medewerker in de zaak van Christus." Zij worden vermeld, omdat ze iemand geworden zijn door Christus, de eigenlijke rijkdom. Het gaat niet om geld of om de eer van de mensen, het gaat ook niet om je eigen prestaties, maar het gaat er om dat je door Hem gemaakt bent en dat je rijk bent met zijn liefde.
Dat is dan ook wat wij hier mogen vieren. Nadat wij eerst zijn woord hebben gehoord en ons daarmee hebben rijk laten maken, ontvangen we ook nog eens zijn zelfgave en wel in de vorm van het kleinste stukje brood dat u vandaag zult eten. Het is heel klein, heel bescheiden, heel gewoon, maar in dat hele kleine stukje brood is een kracht verborgen, een schat, door Jezus zelf "een schat in de hemel" genoemd (Mt 19,21; vgl. Mc 10,21; Lc 18,22).