Eerste lezing: 2 Johannes 4-9 [III 381];
Evangelie: Lucas 17,26-37 [III 382]
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
Zoals het was in de dagen van Noach,
zo zal het ook zijn in de dagen van de Mensenzoon.
Zij aten en dronken, huwden en werden ten huwelijk gegeven
tot op de dag waarop Noach de ark binnenging
en de zondvloed kwam die allen verdelgde.
Of zoals het was in de dagen van Lot;
zij aten en dronken, kochten en verkochten,
plantten en bouwden,
maar op de dag dat Lot uit Sodom vertrok
regende het uit de hemel brandende zwavel die allen verdelgde;
zo zal het ook zijn
op de dag waarop de Mensenzoon zich openbaart.
Wie die dag zich op het dak bevindt
terwijl zijn bezittingen binnenshuis zijn,
moet niet naar beneden komen om ze te halen;
en zo moet wie op het land is, niet terugkeren.
Denkt aan de vrouw van Lot.
Wie zijn leven tracht te redden zal het verliezen
en wie het verliest zal het behouden.
Ik zeg u: als er in die nacht twee in een bed liggen,
zal de een worden meegenomen en de ander achtergelaten.
Als twee vrouwen samen bezig zijn met malen,
zal de een worden meegenomen en de ander achtergelaten.
Toen de leerlingen Hem daarop vroegen:
Waar, Heer?
antwoordde Hij hun:
Waar het lijk ligt, daar zullen zich de gieren verzamelen.
Homilie
Zij aten en dronken, huwden en werden ten huwelijk gegeven
Zij aten en dronken, kochten en verkochten, plantten en bouwden
samen bezig met malen met de molen
in een bed liggen." Dat is het gewone leven. Wat is daar op tegen? Wat is er nu mooier dan het gewone menselijke leven? Bestond daar het verborgen leven van Jezus, Maria en Jozef niet uit? Wat heeft het heilig huisgezin anders gedaan dan eten en drinken, werken en slapen? Bestaat de zonde nu juist niet daarin, dat mensen zich willen uitheffen boven de voorwaarden van het gewone menselijke bestaan, dat zij iets bijzonders willen doen, een toren bouwen waarvan de spits tot in de hemel reikt, zelf willen uitmaken wat goed en kwaad is, kortom iets bijzonders willen doen om zo voor iets bijzonders te worden gehouden? Ligt die ontrouw aan het gewone leven ook niet ten grondslag aan de loochening van Jezus Christus' gewone menselijkheid, zoals Sint Jan in zijn tweede brief vermeldt over mensen die "de komst van Jezus Christus in het vlees loochenen", dat wil zeggen zijn verschijning in het zwak-menselijke loochenen, als een mens van vlees en bloed, waarvan de geest wel gewillig is, echter het vlees zwak.
Het is niet het gewoon-menselijke dat Jezus hier veroordeelt, maar dat men daarin opgaat. Dat gewoon menselijke najagen vindt Hij goed voor heidenen: "Weest niet bezorgd voor uw leven, wat ge zult eten en ook niet voor uw lichaam, wat ge zult aantrekken
want dat alles jagen de heidenen in de wereld na (Lc 12,29-30). De zorgen voor het gewone leven kunnen zo gemakkelijk onze zorg voor het ene noodzakelijke in de weg staan: Marta werd in beslag genomen door de drukte van het bedienen, dat is het gewone leven, dat was toen zo en nu nog veel meer, kijk maar naar ons gewone leven: druk, druk, druk. Maar Marta en wij krijgen van Jezus te horen: Wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen. Toch is maar weinig nodig, eigenlijk maar één ding. Maria heeft het beste deel gekozen en het zal haar niet ontnomen worden." (Lc 10,38-42).
De zorgen, de rijkdom en de genoegens zijn als distels die het woord van God verstikken: "Wat onder de distels viel, zijn zij die wel geluisterd hebben, maar gaandeweg door de zorgen, de rijkdom en de genoegens van het leven verstikt worden." Moeten wij dan niet zorgen voor een betere wereld? Men maakt de wereld beter door er de eeuwige waarden van hoop op een beter leven in te vestigen. Niet het gewone leven is verkeerd, maar het gewone leven op een buitenissige manier, dat wil zeggen: je erin verliezend, zodat je hart niet meer bij Hem is. Het is dan ook typerend dat op het dagprogramma van de mensen in de dagen van Noach het gebed ontbrak. Juist zoals bij de meeste mensen in onze dagen. En hoe staat het met onze aandacht bij het gebed dat wij dan wel verrichten? Wordt ons gebed niet dikwijls overwoekerd door zorgen voor het gewone leven? En is dat niet een teken dat ook wij opgaan in dat gewone leven, zodat wij erin dreigen onder te gaan? De eucharistie kan ons helpen afstand te nemen van al te opdringerige zorgen. Wij maken ons vrij voor het ene noodzakelijke, voor Hem die Zich vrij maakt voor ons, zoals wij in de communieviering mogen ervaren.