Eerste lezing: Wijsheid 2,22-3,9
Evangelie: Lucas 17,7-10
Inleiding
'Waarom mij verstoten? Waarom rondgaan in nood?' Daar eindigt het lied mee. Er zijn van die situaties dat je 'waarom' vraagt en geen antwoord krijgt. Het is zelfs opgenomen in een psalm: "Waarom ga ik in rouw
Wat buigt ge u neer, mijn ziel" (Ps 43, 3.5). Maar er kwam wel licht en trouw. Gods licht en zijn trouw zijn het antwoord op het waarom. De barmhartige liefde is het antwoord op onze zonde, want God is goed en vergeeft.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd sprak Jezus:
Wie van u zal tot de knecht
die hij in dienst heeft als ploeger of veehoeder
bij diens thuiskomst van het land zeggen:
Kom meteen aan tafel en tast toe?
Zal hij niet eerder zeggen:
Maak mijn maaltijd klaar,
omgord je en bedien mij terwijl ik eet en drink;
daarna kun je zelf eten en drinken?
Moet hij die knecht soms dankbaar zijn,
omdat hij heeft uitgevoerd wat hem is opgedragen?
Zo is het ook met u:
wanneer ge alles hebt gedaan wat u opgedragen werd,
zegt dan: Wij zijn onnutte knechten;
wij hebben alleen maar onze plicht gedaan.
Homilie
Wie van u
!" Door zo te beginnen doet Jezus een beroep op de eigen ervaring bij de toehoorders van zijn preek. Wat Hij gaat zeggen, kan iedereen vanuit zijn eigen ervaring begrijpen en navoelen. Nu, wíj begrijpen het niet, want wij hebben geen ervaring met dat soort verhoudingen, wij kennen die vorm van dienstbetoon niet. Het dienen van toen was dienen met héél je hebben en houwen. Dienaar was je helemaal. Je kon niet voor een stukje dienaar zijn en voor een stukje niet. Je was dienaar of je was het niet. Zoiets als zwanger zijn: je bent het of je bent het niet. Of leven: je bent levend of je bent dood. Half dood is helemaal levend.
Óns dienstbegrip daarentegen geldt voor een beperkte tijd en voor een bepaald terrein. Voor dat werk en zo lang. Tot zo ver en niet verder. Ook worden we er nog eens voor betaald. Je bent dienaar van je portemonnee. En voor zover je er niet voor betaald wordt, zoals bij vrijwilligerswerk, doe je het nóg om jezelf erin te vinden. Je welzijn wordt ermee gediend, je zelfontplooiing, en zo dien je er toch ook jezelf mee. En naast je werk heb je nog vrije tijd, heb je nog een privé-leven en dat is je eigenlijke leven. Nu, dat was toen ondenkbaar. Je dienen viel samen met je leven, wás je leven. En je leven viel samen met je dienaar zijn.
In de dienst van God gaat het nog een stap verder, daar gaat dienen en gehoorzamen gepaard met liefde. Het is gehoorzaamheid in liefde! Het is liefdevolle gehoorzaamheid! Het model om God te dienen, is het liturgische dienen. Dat is het dienen waarvoor die man in de psalm, die wij als inleidingspsalm hebben gezongen, zich opmaakte toen hij optrok naar de tempel, in blijdschap. Want daar in de tempel, waar hij God ging dienen, was hij op de eerste plaats een dienaar die door zijn Heer wérd bediend, namelijk bediend van zijn liefde.
Het eerste wat je in de omgang met de Heer te horen krijgt is: "De Heer is met u, Ik woon bij u, Gij hebt genade gevonden bij God" (Lc 1,28-31), zegt de engel tegen Maria en de dienst die er daarna van haar gevraagd wordt: 'Wil je de moeder van mijn Zoon worden?' wordt dan ook opgevat als een liefdesdienst, en daarop is maar één antwoord mogelijk: "Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord" (Lc 1,38). Graag! Ik ben een en al dienst! Wat zou ik anders kunnen zeggen en doen, dan daar 'ja' op zeggen? Dan zeg ik niet alleen 'ja' op U, dan zeg ik ook 'ja' op mijn wezen.
Dat liefdesbetoon van God, daar is Hij zelfs voor gekomen, niet om gediend te wórden, maar om te dienen, om óns te bedienen; om Zichzelf te geven, zodat wij van zijn liefde kunnen leven, zodat wij van het teken van zijn liefde kunnen eten, ons daaraan voeden en daardoor in staat zijn eenzelfde soort leven te leiden, een leven van zelfloze dienstbaarheid, zodat wij bij alles wat wij doen, niet zozeer dat 'doen' geven, maar ónszelf geven.