Eerste lezing: Wijsheid 7,22-8,1
Evangelie: Lucas 17,20-25
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
Toen Jezus door de Farizeeën de vraag werd gesteld,
wanneer het rijk Gods zou komen,
gaf Hij hun ten antwoord:
De komst van het Rijk Gods kunt ge niet waarnemen.
Men kan niet zeggen: Kijk, hier is het of daar is het.
Want het Rijk Gods is midden onder u.
Verder zei Hij tot zijn leerlingen:
Er zal een tijd komen, dat gij zult wensen
één dag van de Mensenzoon te zien,
maar gij zult de Mensenzoon niet zien.
Als men u zal zeggen:
Zie, Hij is daar, of: Zie, Hij is hier,
gaat er dan niet naar toe en volgt ze niet.
Want wanneer zijn dag komt,
zal de Mensenzoon zijn als de opflitsende bliksem,
die schittert van het ene einde van de hemel tot het andere.
Maar eerst moet Hij veel lijden
en door dit geslacht verworpen worden.
Homilie
Wanneer komt het Rijk Gods? Als iemand zo'n vraag stelt, dan gaat hij er van uit dat er eerst een tijd is dat het Rijk Gods er niet is en dat het er daarna wel is, dus dat het nog moet komen. De vraag is: wanneer komt het dan? Maar Jezus begint zijn prediking met: "De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij" (Mt 4,17; Mc1,15). Dát is zijn boodschap. Het Rijk Gods is nabij gekomen, weliswaar in het verborgene, maar het is er al. 'Midden onder u staat Hij die gij niet kent', is het refrein van een bekend lied.
Die vraag wanneer het Rijk Gods komt, is eenzelfde vraag als: "Zijn het er weinigen die gered worden?" (Lc 13,23). Dat veronderstelt dat je zelf in een situatie verkeert van al gered zijn. Je staat op het droge en je ziet hoe iemand op het punt staat te verdrinken, of hoe een heel schip met opvarenden en al dreigt te zinken. Zoiets kun je alleen vragen, als je zelf niet in zo'n kritieke situatie verkeert, als je zelf geen drenkeling bent. Maar de situatie waar Jezus het hier over heeft, is dat zijn toehoorders allemaal in een situatie verkeren van erop of eronder. Het is 'kairos', zegt Jezus. Het is de beslissende tijd: "Spant u tot het uiterste in om door de nauwe deur binnen te komen, want Ik zeg u: velen zullen het proberen, maar er niet in slagen binnen te komen." Het is erop of eronder.
Wij worden verondersteld altijd in dit besef te leven. Wat een gespannenheid, wat een totale inzet, wat een alle-hens-aan-dek-mentaliteit! En als mensen dat niet opbrengen, gaan ze vragen naar het waar, wanneer en waarom. De vraag naar het 'waar' van het Rijk Gods bijvoorbeeld, want als het er al is, dan moet het toch ergens zijn. Waar is het dan, als het al gekomen is? Wel, zeg Jezus: "Het Rijk Gods is midden onder u." Het Rijk Gods is zoiets als die wijsheid waar de eerste lezing over spreekt: fijnzinnig, heel subtiel, maar alles en overal doordringend. Het is alom tegenwoordig en toch zie je er niets van, of bijna niets. En als je van iets niets ziet, denk je al gauw: er is ook niets.
Zo is het ook met de menselijke werkelijkheid. Het voornaamste deel van de mens, de werkelijkheid van het hart, zie je niet, maar dat wil niet zeggen dat het er ook niet is. Wat je van de mens ziet, is zoveel als het topje van een ijsberg. Het grootste gedeelte steekt onder water, onttrekt zich aan je waarneming. En het is nu juist dáár dat God werkzaam is. "Het Koninkrijk Gods hangt niet af van spijs of drank, maar is gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest" (Rom 14,17). Als je er maar weinig van ziet of merkt, komt dat omdat je maar weinig hart hebt, omdat je maar weinig leeft op het niveau van je hart. Dan heb je ook maar weinig contact met de harten van de anderen, waar dat werk van God bezig is zich te voltrekken, waar God het ene wonder na het andere doet. Hij doet het onzichtbaar, niet om onzichtbaar te blijven, maar om Zich van daaruit over heel de werkelijkheid van de mens uit te breiden. Zoals er geschreven staat over die wijsheid die heel de menselijke psyche doordringt, die gist wordt in de menselijke verhoudingen en zo ook doordringt in de maatschappij.
Zo verandert God de wereld, keert Hij de wereld binnenste buiten. Het binnenste waarin Hij werkt, werkt zich uit naar buiten. En dat wonder begint in het Hart van Jezus. Daar wordt het Rijk Gods gevestigd, alleen gebeurt dat niet anders dan door veel lijden heen. Dat blijkt uit het laatste woord van Jezus vandaag: "Maar eerst moet Hij veel lijden en door dit geslacht verworpen worden. Die verwerping wordt beklonken met het doorsteken van zijn Hart. Zo wordt zijn werk beklonken, voltooid: Een van de soldaten doorstak zijn zijde met een lans; terstond kwam er bloed en water uit" (Joh 19,34), de levensstroom der sacramenten.