Vrijdag in de drie-endertigste week
         van het oneven jaar
Eerste lezing: 1 Makkabeeën 4,36-37.52-59
Evangelie: Lucas 19,45-48


Inleiding  

In het openingslied zongen we: 'Ieder die liefheeft, kent God.' Dat is niet: de een liefhebben en de ander een beetje minder en weer een ander helemaal niet. Dát is de gewone menselijke liefde. Maar in het lied dat we zongen, gaat het over de uitverkiezingsliefde die God heeft voor de mensen en die Hij in het menselijk hart heeft uitgestort. Als díe liefde jou heeft, jou te pakken heeft, je hart geraakt heeft, heb je die voor iedereen, voor mensen die lief zijn en voor mensen die niet lief zijn. Je hebt dan een open hart, open van de liefde die God heeft voor de mensen. Daarom staat er en zingen wij: 'Ieder die liefheeft, kent God', is een kind van God en wordt door God gekend. Het eerste en tweede gebod zijn één, want God is één en zijn heilige Geest is één en maakt één. Niemand wordt buiten gesloten, allen zijn opgenomen in het Hart van Jezus.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd ging Jezus de tempel binnen
en begon de verkopers er uit te jagen,
terwijl Hij tot hen zei:
“Er staat geschreven:
Mijn huis moet een huis van gebed zijn,
maar gij hebt er een rovershol van gemaakt.”
Dagelijks gaf Hij in de tempel onderricht.
De hogepriesters, de schriftgeleerden
en de vooraanstaanden van het volk
zochten een gelegenheid om Hem ter dood te brengen,
maar zij zagen geen kans om wat dan ook te doen,
want al het volk hing aan zijn lippen.

Homilie  

“Jezus ging de tempel binnen en begon de verkopers er uit te jagen."
Het lijkt erop dat Jezus bezig is een scheiding te maken, een zuivering door te voeren. Zo heet dat gebaar van Jezus dan ook: tempelreiniging.
Doet Jezus nu niet precies waar Hij ons juist voor wil behoeden: een scheiding maken, het onkruid uitrukken. Het grote sleepnet van de Kerk bevat toch kleine én grote vissen totdat het oordeel komt? De Vader laat zijn zon toch opgaan over slechten én goeden? (Mt 5,45). De Vader laat het toch regenen over rechtvaardigen én onrechtvaardigen? (Mt 5,45). En nu voert Jezus een zuivering door, de onrechtvaardigen moeten eruit.

Inderdaad! Jezus doet iets waardoor Hij Zich uitheft boven de gewone mensen. Hij stelt een gebaar, het is een tekenhandeling. Er staat dan ook: "Hij begon de verkopers eruit te jagen.” Maar Hij maakt het werk niet af zoals Judas en zijn broers in de eerste lezing wel met hun aanhang deden: “Onze vijanden zijn verslagen: laten we dus optrekken om de tempel te zuiveren en wederom in te wijden." Nee, Hij begint met een tekenhandeling te stellen om hen te laten zien: 'Ik ben het.' Dat recht heeft Hij. Jezus hoeft ook geen tempelbelasting te betalen. Hij kan ook rijdieren vorderen en wel díe rijdieren waarop nog nooit iemand heeft gezeten. Hij heeft recht op alles. Maar Hij eist dat recht niet op, want ze moeten Hem eerst als zodanig erkennen. En dát doen ze niet, want "de hogepriesters, de schriftgeleerden en de vooraanstaanden van het volk zochten een gelegenheid om Hem ter dood te brengen." Díe dood, díe volheid van de boosheid, moet Jezus eerst aan Zichzelf laten verrichten. En dat lokt Hij uit door dit gebaar van de tempelreiniging.

Het is als het ware het zwaard waarmee straks het offerdier, dat Jezus zelf is, zal worden geslacht. Dat geeft Hij de hogepriesters, de schriftgeleerden en de vooraanstaanden van het volk, in handen. Hij hoeft die tempelreiniging niet af te maken, Hij hoeft alleen maar het begin te maken, een tekenhandeling te stellen. Dat is voldoende om zelf met zijn lichaam, met zijn bloed de nieuwe tempel en het nieuwe offer te worden en ook een nieuwe aanhang te krijgen, want "het volk hing aan zijn lippen."

Er ontstaat een nieuw volk rond een nieuw middelpunt, rond een nieuwe tempel, rond een nieuw offer. Dat is tevens het offer van onszelf dat hierin bestaat dat wij het kwaad van de ander niet uitdrijven, maar dragen in een geduldig en barmhartig hart. Het kwaad van de ander en ook het kwaad van onszelf. Zo komt in plaats van de oude tempel en van de oude wet de nieuwe tempel en de nieuwe wet, die gebouwd zijn op barmhartigheid en genade.