"Dit geslacht zal niet voorbijgaan totdat dit alles is gebeurd." Dit geslacht? Het geslacht van Jezus is voorbij gegaan en toch is het niet gebeurd. Is Jezus dan als één van die onheilsprofeten uit vroeger dagen, en van onze dagen, die het einde van de wereld voorspellen en dan meemaken dat er van hun voorspellingen niets uitkomt? Is Jezus ook zo'n onheilsprofeet? Nee! "Dit geslacht zal niet voorbij gaan totdat dit alles gebeurd is." Jezus zelf is het einde en in zijn Persoon is het einde der tijden nabij, tegenwoordig. En als Gods laatste woord, Gods plan van heil nabij is, zullen de krachten van de duisternis samenspannen om Hem ten onder te brengen. Ze zullen daarop reageren op de voorspelbare wijze en dan zal precies geschieden wat zij hadden gehoopt te verhinderen, namelijk: dat het Rijk Gods nabij wordt gebracht, binnen de geschiedenis wordt gebracht. Niet als het rijk van een koning die voortschrijdt van overwinning na overwinning en die zijn vijanden nederlaag na nederlaag bezorgt, maar, o wonder, door Zich door die vijand te laten overwinnen, en daarin zijn Hart te stemmen tot vrede, een vrede niet ná de strijd, maar een vrede ín de strijd, een vrede in de nederlaag. Voor ons is dat de vrede van de zelfoverwinning.
Dat is de vrede waarover we in het intredelied gezongen hebben. 'Cogitationes pacis,' de vrede die ons heil op het oog heeft, gedachten van vrede. Niet de vrede na de overwinning van de vijand. Díe vrede is Jezus níet komen brengen. Maar het is de vrede waarmee Jezus op de eerste plaats, en de christenen in navolging van Hem, die vijand kunnen weerstaan. Dát is de vrede die Hij koestert. Dát zijn de plannen van heil, de plannen van vrede die Hij heeft en die Hij ook doorzet. Daarmee komt de geschiedenis ten einde.
Jezus, die in zijn Persoon het einde van de wereld tegenwoordig stelt, wordt ten einde gebracht en dát maakt het geslacht van Jezus mee. Daardoor ontstaat er een nieuwe mogelijkheid binnen de menselijke geschiedenis, binnen deze wereld, om vanuit Iemand die niet van deze wereld is en die op een niet wereldse, maar op een goddelijke wijze de wereld heeft overwonnen door het geloof, het einde van de geschiedenis tegenwoordig te stellen. Maar hoe doe je dat? Door, wanneer je ergens het einde van beleeft, wanneer je verwachtingen niet uitkomen, wanneer je iets hebt opgebouwd maar je ziet het in duigen vallen, wanneer je je in een huis of in relaties een veilig onderkomen hebt verschaft en er komt een einde aan, wanneer iets dierbaars je wordt afgenomen, of dat nu je gezondheid is of je omgeving of je werk, daarin niet je vertrouwen te investeren; maar als je daarentegen je vertrouwen stelt op God die plannen van heil heeft, dwars door alle wereldgebeurtenissen en wereldeinden heen, dán heb je binnen het kader van de wereldgeschiedenis de wereld overwonnen. Dan heb je binnen de geschiedenis het einde van de wereld tegenwoordig gesteld. Door je niet met de wereld te identificeren maar je te identificeren met Hem, die net als alle mensen de wereldeinden heeft doorschreden, maak je het mogelijk om binnen die wereldgeschiedenis de geschiedenis ten einde te brengen, te overleven.
Mensen maken wereldondergangen in het klein mee als een voorbode van het einde van de wereldgeschiedenis, dat zich eenmaal werkelijk zal afspelen. Die wereldondergang speelt zich dan nu al onder ons af. Dat gebeurt dikwijls in kleine dingen. Dan is het goed om vandaag van de Kerk te horen: "Hemel en aarde zullen voorbijgaan - en hemel en aarde mogen best voorbij gaan - maar mijn woorden - je zou beter kunnen zeggen: mijn woord van vrede, mijn plannen van heil, zoals in het Oude Verbond door de profeet Jeremia werd voorzegd - zullen niet voorbij gaan." Dat is het hoopvolle perspectief wat de Kerk aan deze zondag en aan heel onze levensgeschiedenis geeft en wat wij in de geloofsbelijdenis mogen beamen.