Heilige Sylvester, abt
Eerste lezing: Daniël 6,12-28
Evangelie: Lucas 21,20-28
Inleiding
Vandaag viert de gemeenschap van mannen en vrouwen die staan onder de regel van Benedictus, de gedachtenis van de heilige Sylvester, abt. Van hem wordt in het openingsgebed gezegd dat God in hem het verlangen heeft gewekt naar de zalige eenzaamheid, waarvan sint Bernardus zei dat het de énige zaligheid is.
Naar eenzaamheid ga je verlangen wanneer het leven in de gemeenschap zijn eisen stelt. Daarom heeft God in hem eerst het verlangen gewekt naar de ijver voor het veeleisende leven in gemeenschap. Het was geen vlucht, het was een voorbereiding. De eenzaamheid is nodig voor de zuivering van het hart, om zo het veeleisende leven in gemeenschap te kunnen leven.
Ook wij staan hier zowel eenzaam als gemeenzaam. Ieder staat hier voor zich met een eigen leven, een eigen geheim, dat reikt tot in de diepte van God. Maar wij zijn hier ook sámen, en wel zozeer samen dat we zelfs één lichaam vormen. Wij mogen ons nu beschuldigen van het tekort schieten in de ijver voor het veeleisende leven in gemeenschap, ten einde deze heilige geheimen, van zijn leven in gemeenschap met ons, goed te kunnen vieren.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
Wanneer gij Jeruzalem door legers omsingeld ziet
weet dan dat zijn verwoesting nabij is.
Laten dan de mensen in Judea naar de bergen vluchten;
die in de stad zijn eruit trekken
en die op het land vertoeven de stad niet binnengaan;
dagen van wraak zijn het,
waarop alles wat geschreven staat vervuld wordt.
Wee de zwangeren en zogenden in die dagen.
Want er zal grote nood komen over het land
en strafgericht over dit volk.
Sommigen zullen vallen door het verslindende zwaard,
anderen als gevangenen onder alle volkeren worden verstrooid.
Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden
totdat de tijd van de heidenen vervuld is.
Er zullen tekenen zijn aan zon, maan en sterren
en op de aarde zullen volkeren in angst verkeren,
radeloos door het gebulder van de onstuimige zee.
De mensen zullen het besterven van schrik,
in spanning om wat de wereld gaat overkomen,
want de hemelse heerscharen zullen in verwarring geraken.
Dan zullen zij de Mensenzoon zien komen op een wolk,
met macht en grote heerlijkheid.
Wanneer zich dit alles begint te voltrekken,
richt u dan op en heft uw hoofden omhoog,
want uw verlossing komt nabij.
Homilie
Gelovig zijn is op de uitkijk staan, gespannen op de uitkijk staan met héél je wezen, met héél je hart gericht op Degene die komt. Geloven is je hoop stellen op Iemand van buiten deze geschiedenis. Heel onze geschiedenis vindt zijn zin, niet ín de geschiedenis maar erbuiten. Zo bidden we het ook in het Credo: 'Die opgestegen is ten hemel, zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader, vandáár zal Hij komen oordelen de levenden en de doden.' En na de consecratie zeggen we: 'Heer Jezus, wij verkondigen uw dood en wij belijden tot Gij wederkeert, dat Gij verrezen zijt.' Hij is er en Hij komt. Dat is een dynamische aanwezigheid. Hij zal er steeds meer zijn totdat Hij heel de werkelijkheid van de geschiedenis, heel de wereld, alle volkeren, alle harten zal beheersen, zal winnen voor zijn liefde. En na het Onze Vader bidden wij: 'Hoopvol wachtend op de komst van Jezus, Messias, uw Zoon.' Als díe verwachting er niet meer is, houdt de Kerk op te bestaan, want zij leeft van de verwachting. Zij die niet meer verwachten, gaan weg en blijven weg.
Onze kerken zijn leeggelopen, grote scharen mensen die niets meer verwachten van God. En dat heeft dan tot gevolg dat zij al hun verwachtingen gaan stellen op een aardse vervulling, op een binnenwereldlijke invulling. Wij noemen dat verwereldlijking. Er is nogal eens misverstand over de wijze waarop Jezus komt. Hij komt "met macht en grote heerlijkheid." Dat is geen macht waarvoor anderen door de knieën moeten en waarvoor de gelovigen worden gespaard. Of waar anderen niet tegenop gewassen zijn. Het heeft soms iets weg van het gelijk van de kleine zielen die dreigen met de komst van hun grote broer, een soort religieuze bijltjesdag, en zij zouden dan worden gespaard. Maar zó is het niet. Als Hij komt dan is níemand overwinnaar, maar dan zijn allen, zoals Jezus aan het kruis, overwinnaar van de wereld door zich door de wereld te láten overwinnen. "Richt u dan op, heft uw hoofden omhoog want uw verlossing komt nabij."
"Dan zullen zij de Mensenzoon zien komen op een wolk, met macht en grote heerlijkheid." Hij komt met een verlossende macht, om de wereld te bevrijden uit de dodelijke omklemming van de aardse machten aan wie de vrije teugel wordt gelaten en die zich nog eenmaal helemaal kunnen uitleven. Maar daarna zal Hij komen en als een goede macht beslag leggen op onze wereld. Als die verwachting uitdooft dan gaan de mensen over tot de orde van de dag. De mensen gaan op in de zorgen van het leven, zoals we nog zullen horen: "Zorgt ervoor dat uw geest niet afgestompt raakt door de roes van dronkenschap en de zorgen van het leven" (Lc 21,34).
Bidden leeft bij de gratie dat je van God iets verwacht. Dat Hij er voor je is, dat Hij komt, niet alleen maar aan het einde van de wereld, maar hier en nu al, als Hij je zijn aanwezigheid laat ervaren. Anders zou je er toch nooit aan beginnen of er mee doorgaan? Als mensen overgaan tot de orde van de dag, doorgaan waar ze mee bezig zijn "zoals in de dagen vóór de zondvloed de mensen doorgingen met eten en drinken, met huwen en ten huwelijk geven, met op de akker zijn, met de molen aan het malen zijn" (Mt 24,38-43), kortom doorgaan met het gewone leven, doen ze dat omdat de verwachting, de hoop is uitgeblust. Wie niet meer bidt, gaat meer werk maken van het gewone leven. Gewoon doen, zich aanpassen, net als de anderen zijn, jezelf zijn. Maar ons leven is nu juist níet het gewone leven, het is het leven dat doorgaat wanneer het gewone leven ophoudt. Dat is het leven dat we vieren in de eucharistie. Met dat leven worden we gevoed in het voedsel van de eucharistie. Hemelbrood, brood voor een hemels leven, voor een leven voorbij het einde, waardoor je in de zorgen, de beproevingen, de kwellingen van dit leven innerlijk overeind kunt blijven, dat je ze kunt overleven, dat je niet in je depressie, in je zwaarmoedigheid en je verdriet ten onder gaat. Daaraan kun je zien dat die vonk van het eeuwige leven, waardoor je kunt overleven, al in je hart is. Daarvoor geeft de eucharistie het voedsel, het brood, de vurigheid, de vernieuwde bezieling.