Zaterdag in de derde week
 van de Veertigdagentijd
Eerste lezing: Hosea 6,1-6 [I 126]
Evangelie: Lucas 18,9-14 [I 127]


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd vertelde Jezus met het oog op sommigen
die overtuigd van eigen gerechtigheid, de anderen minachtten,
de volgende gelijkenis:
“Twee mensen gingen op naar de tempel om te bidden.
De één was een Farizeeër en de andere een tollenaar.
De Farizeeër stond met opgeheven hoofd
en bad bij zichzelf als volgt:
God, ik dank U dat ik niet zo ben als de rest van de mensen,
rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers
of ook als die tollenaar daar.
Ik vast tweemaal per week en geef tienden van al mijn inkomsten.
Maar de tollenaar bleef op een afstand
en wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar de hemel;
maar hij klopte zich op de borst, en zei:
God, wees mij, zondaar, genadig.
Ik zeg u: deze ging gerechtvaardigd naar huis
en niet die andere;
want al wie zich verheft zal vernederd,
maar wie zich vernedert zal verheven worden.”

Homilie    

“Twee mensen gingen op naar de tempel om te bidden."
Er is bidden en bidden. Bidden als een werk, een werk van mensen, als mensenwerk, eigen werk; en je hebt bidden dat het werk is van God. "We weten niet eens hoe we behoren te bidden. Dat is het echte gebed. “De heilige Geest bidt in ons met onuitsprekelijke verzuchtingen” (Rom 8,26). “Hij doet ons uitroepen: Abba - Vader (Rom 8,15). Dat is het gebed van de tollenaar: “God, wees mij, zondaar genadig."

Het aan God aangename gebed is kort en intens. Weinig woorden maar diep uit het hart, het uitgezuiverde hart, uit het door God bewogen hart. Zoals Benedictus zegt: 'Als u inwendig bidt, laat het kort zijn en intens.' En de uren van gebed in Ignatius' Geestelijke Oefeningen dan? Dat is toch ook gebed en die zijn niet bepaald kort. Jawel, maar ze leiden naar het inwendige gebed. Denk maar aan het einde, aan de gesprekjes. Dat hele uur wordt eigenlijk doorgebracht als een soort 'lectio divina', een zorgvuldig, minutieus je gehoorzaam stellen onder het Woord van God, een voortdurend voeling houden met het Woord van God. Niet met je eigen gedachten en je eigen gevoelens, maar met Jezus, het vleesgeworden Woord van God. Zoals Hij ons door de Kerk werd overgeleverd.

Zo is het ook met de psalmen. De uren die u doorbrengt met het bidden, zingen van de psalmen en de lezingen die u hoort, wat is dat anders dan voeling houden met het Woord van God, uit je eigen gedachten weg. Dat is het riskante van het inwendige gebed, dat je in een draaikolk steeds dieper wegzinkt in je eigen wereld, je eigengemaakte gebedswereld. Daarom, pas op voor het lange bidden zonder het Woord van God. Het inwendige gebed moet kort zijn en intens.

Die Farizeeër met zijn zelfgemaakte gebed heeft veel woorden nodig. Als je de gebedstekst van de Farizeeër en die van de tollenaar naast elkaar legt, kom je ongeveer drie keer zoveel woorden tegen bij de Farizeeër als bij de tollenaar. En zoals het is met zijn bidden, zo is het ook met zijn gerechtigheid, met zijn rechtvaardigheid. Je hebt ook twee soorten rechtvaardigen. De zelfgemaakte rechtvaardige en de rechtvaardig gemaakte: "Deze ging gerechtvaardigd naar huis.” Gerechtvaardigd? Ja, door God! “Wie zichzelf vernedert, zal verheven worden"… door God.

En al die goede werken dan, die de Farizeeër doet? Hij geeft tienden van álles wat hij verkoopt, tienden die betaald moesten worden, maar ook tienden die niet betaald hoefden te worden, omdat ze door de leverancier al waren betaald, bijvoorbeeld van koren, most en olie. De producent had er al voor betaald. De Farizeeër ging daar nóg eens tienden over betalen. Waarom? Ja, je weet maar nooit of de tienden echt al betaald zijn. De anderen zijn immers rovers, dieven, onrechtvaardigen enzovoort. Ook vast hij tweemaal per week in plaats van wat de gewone Joden deden: eenmaal per jaar met de grote Verzoendag. Het zijn allemaal heel veel woorden, heel veel werken, maar het dient tot niets. Het is niet goed voor anderen en het is niet goed voor hemzelf. Hij wordt er niet door gerechtvaardigd. Hij wordt er niet door en door rechtvaardig van, van binnenuit. Hij wordt niet gerechtvaardigd door God. De tollenaar ging gerechtvaardigd naar huis, niet hij.

We kennen dat verschijnsel van de economie. Als het geld minder waard wordt, gaat men er meer van drukken. Alles wordt duurder. Dat noemen ze dan inflatie en hoe minder het geld waard is, des te meer men ervan laat drukken.

Maar hoe meer geld men laat drukken hoe minder het waard is. Zo is het met geld, zo is het met de deugd en zo is het ook met het gebed. Zit er eigenliefde achter de deugdbeoefening, dan is er een behoefte om er steeds weer akten van deugd bij te produceren, er meer van 'aan te maken'. Vooral natuurlijk om door anderen gezien te worden, want rechtvaardiging is niet alleen een rechtvaardiging dóór de mens, maar het is ook een rechtvaardiging vóór de mens, uiterlijk, zichtbaar.

Zo is het ook met het bidden van de zelfgemaakte heiligen. Veel woorden, nog meer gebeden, gebedjes, oefeningen, nog langer. Daar zit het immers in! Dit is een verschijnsel dat je kent in de omgang. Mensen die zich van binnen werkelijk bemind weten, niet door de eigenliefde, maar door God, door hun ouders, dat ze er echt mogen zijn, hebben niet de behoefte dat nog eens bevestigd te zien door anderen. Maar mensen die op de een of andere manier zich dat nooit hebben eigengemaakt, dat het zich bemind weten ergens tekort is geschoten, dat zij een soort leegte in zichzelf hebben, een gevoel dat zij er niet mogen zijn van de ander, van God, die krijgen het verlangen, de behoefte om de bevestiging die zij niet hebben in zichzelf, die rechtvaardiging door God, om die van anderen te halen, steeds opnieuw, onverzadigbaar. Ze trekken de aandacht door het leveren van prestaties of door te vissen naar complimentjes, of door hun werk, door hun perfectionisme.

Wat zou er een rust komen in een gemeenschap, in een hele samenleving, als mensen zich naar binnen zouden keren, waar zij alleen zijn met God. In de tekenen van hun ziel zouden ze onderscheiden: God houdt van mij, en daarvan kan een mens leven. Van dat liefdevolle Woord van God. Dan kan een mens zich ook inzetten voor anderen. Onder dat Woord van God staan we nu in de eucharistie. We krijgen het in onze hand én in ons hart, zodat het een gebed wordt van het hart, wanneer wij de heilige communie ontvangen.