Eerste lezing: 2 Samuël 7,18-19.24-29
Evangelie: Marcus 4,21-25
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
In die tijd zei Jezus tot de menigte:
Komt er soms een lamp om onder de korenmaat
of onder de rustbank gezet te worden,
of juist om op de standaard te worden geplaatst?
Niets is verborgen dat niet openbaar gemaakt zal worden;
en niets is geheim dat niet aan het licht zal komen.
Als iemand oren heeft om te horen, hij luistere.
Verder zei Hij:
Let op wat gij hoort.
De maat die gij gebruikt, zal men ook voor u gebruiken;
zelfs een toemaat zal men u geven.
Aan wie heeft, zal gegeven worden;
maar wie niet heeft, hem zal nog ontnomen worden
zelfs wat hij heeft.
Homilie
Komt er soms een lamp om onder de korenmaat of onder de rustbank gezet te worden?" Wat is dat nu voor een vraag? Een lamp komt gewoonlijk niet. Het is dan ook een vergelijking. Jezus is het Licht dat in de wereld gekomen is. Dit woord 'komen' is een komen vanuit een goddelijke oorsprong. En die goddelijke oorsprong wordt op een verborgen wijze aangeduid met het woord worden, geplaatst worden. Door wie? Door God. Het is God zélf die het doet. Het is een goddelijk passief, of liever gezegd: het is een goddelijk actief. God is Degene die het wereldgebeuren vanaf het begin actief leidt en het tot een goed einde voert. God werkt verborgen in de harten van de mensen. Wat is er zo verborgen? Wat is er zo verborgen aan het leven van Jezus? Wat is dat anders dan dat Hij eerst moet sterven om het Licht te kunnen laten schijnen over de zondige mens. De zonde heeft de macht om het licht te verduisteren, het licht uit te doven, en in die inktzwarte duisternis gaat het Licht op. Dát Licht wordt op de kandelaar, op de standaard gezet. Het is een Licht dat niet van deze wereld is, het is het Licht dat God de Vader zelf ontsteekt in het Hart van zijn Zoon. 'Licht uit Licht.'
Waarom moeten er zoveel mensen honger lijden, terwijl anderen in overvloed leven? Dat is zoiets duisters voor de mensen, zo verborgen. Ze kunnen met die vraag geen kant uit. Zuster Faustina zat er ook mee en stelde die vraag eens aan Jezus. En in een visioen zag zij Jezus, zijn ogen waren vol tranen en Hij zei: 'Ik heb toch zo'n medelijden met hen, maar weet wel: zij houden de wereld in stand.' Een verborgenheid die aan het licht wordt gebracht. God gebruikt het kwaad op zo'n soevereine wijze en met zo'n virtuositeit, dat het uiteindelijke resultaat beter zal zijn dan wanneer er geen kwaad zou zijn geweest. Het kwaad brengt Hem tot de openbaring van de liefde. Zíjn almacht is een liefdevolle almacht, is een barmhartige liefde, een eindeloos geduldige liefde.
Zo is het in het groot, zo is het in het klein, in je eigen hart. Waar je het meest onder lijdt, waarmee je niet uit de voeten kunt, wat je grootste zwakheid is, dát is de plek van de genade. Daarin gaat Gods Licht op. Die wonderlijke uitwerking heeft ook het Woord van God, zoals aan het eind van dit evangelie werd verkondigd. Naarmate men meer heeft, krijgt men nóg meer. In de eerste lezing hebben we dat ook gezien bij koning David. Hij werd van achter de schapen gehaald, is tot koning gezalfd, heeft zijn vijanden verslagen, het land gepacificeerd, Jeruzalem veroverd en tot hoofdstad gemaakt, de Davidstad, en hij heeft veertig jaar lang geregeerd. Zijn leven was één groot succes. "Aan wie heeft, hem zal nog gegeven worden." Aan David werd een toekomst geopenbaard, dat zijn geslacht zal standhouden tot in eeuwigheid. Dat is ver boven de menselijke maat verheven, een geschudde, gestampte, overlopende maat.
Als men meer heeft, krijgt men nog meer. Dat geldt evengoed op economisch gebied. Geld trekt geld aan, zegt men wel eens. Je ziet het in de wereld, rijke landen worden nog rijker, en arme landen worden nog armer. De kloof tussen beide wordt steeds groter. Ook in het sociale verkeer gaat dat op. Mensen die prettig zijn in de omgang, krijgen steeds meer vrienden.
Precies zo is het met het bovennatuurlijke, met de omgang met God. Als je zijn Licht in je binnenste toelaat, als je je er voor openstelt, dan krijg je nog meer Licht, dan straal je nog meer Licht uit. Zóveel Licht dat bij de heiligen dat Licht wordt waargenomen als een nimbus, als een stralenkrans rond het hoofd. Het is een onzichtbaar Licht, maar het kan toch door de gelovigen worden waargenomen.
"Maar wie niet heeft, hem zal nog ontnomen worden wat hij heeft." Dat geldt voor het volk van Israël, en dat geldt voor de christenen, voor de katholieken, die de genade hebben ontvangen en er niet naar leven. Dan zal hun ontnomen worden wat ze nog over hebben. Het is een slijtageproces, een erosieproces, waardoor geleidelijk aan, sluipender wijze, de sappen en de levenbrengende krachten uit het innerlijk weglopen. Zo zal het ook zijn bij Jezus' wederkomst; een grote kloof, een onmetelijke kloof die geen mens kan overschrijden, zal de uitverkorenen van de verworpenen scheiden.