Vrijdag in de derde week
    van het even jaar
Eerste lezing: 2 Samuël 11,1-4a.5-10.13-17
Evangelie: Marcus 4,26-34


Inleiding
 

In de uiterste duisternis en godverlatenheid heeft Jezus het vertrouwen in God bewaard, opdat wij hetzelfde zouden doen, wanneer wíj in duisternis verkeren en het gevoel hebben dat God er niet is, dat Hij er niet voor óns is. Dat we dát mogen zien als gevoel van onze kant, en niet als de werkelijkheid van zijn kant.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd zei Jezus tot de menigte:
“Het gaat met het Rijk Gods als met een man die zijn land bezaait;
hij slaapt en staat op, 's nachts en overdag,
en onderwijl kiemt het zaad en schiet op,
maar hij weet niet hoe.
Uit eigen kracht brengt de aarde vruchten voort,
eerst de groene halm, dan de aar,
dan het volgroeide graan in de aar.
Zodra de vrucht het toelaat, slaat hij er de sikkel in,
want het is tijd voor de oogst.”
En verder:
“Welke vergelijking kunnen we vinden voor het Rijk Gods
en in welke gelijkenis zullen we het voorstellen?
Het lijkt op een mosterdzaadje.
Wanneer dat gezaaid wordt in de grond,
is het wel het allerkleinste zaadje op aarde;
maar eenmaal gezaaid, schiet het op
en wordt groter dan alle tuingewassen,
en het krijgt grote takken,
zodat de vogels in zijn schaduw kunnen nestelen.”
In vele dergelijke gelijkenissen verkondigde Hij hun zijn leer
op de wijze die zij konden verstaan.
Anders dan in gelijkenissen sprak Hij niet tot hen,
maar eenmaal met zijn leerlingen alleen, gaf Hij van alles uitleg.

Homilie  

“Uit eigen kracht brengt de aarde vruchten voort."
Het Rijk Gods is een onmetelijke kracht, en het enige dat wij hoeven te doen, is ons er aan over geven. Er was eens een acrobaat die boven een diepe afgrond balanceerde en zijn evenwichtskunsten vertoonde. Hij had daarbij zijn zoontje op zijn schouders. Eenmaal terug op de begane grond vroeg men aan het kind: 'Was je niet bang om te vallen?' 'Nee hoor', zei hij, 'papa hield me toch vast.'

Dat is de veronderstelling van deze parabel: vertrouwen in de eindeloze kracht van het Rijk Gods dat ons aan alle kanten omgeeft, zoals dat kleine jochie omgeven werd door die krachtige gestalte van zijn vader. Het veronderstelt in de mens een ontvankelijkheid voor die kracht, zodat men zich, zoals wij in die vorige parabel hebben gehoord, niet laat meeslepen door de zorgen van de wereld, de begoocheling van de rijkdom, de begeerte naar al het andere, en zich niet de vrede laat ontnemen in het geval van vervolging of verdrukking. Deze parabel veronderstelt dus dat men alles minder belangrijk acht dan God. Hij maakt het hele leven uit, zoals bij dat joch zijn vader het hele leven uitmaakte. Het veronderstelt dat men van goede wille is, goed van vertrouwen, een goede, vertrouwvolle instelling.

Iemand die van goede wil is, hoeft men niet aan te sporen om meer te werken. Hij moet juist aangespoord worden om minder te werken. Zoals die boer uit de parabel ook vertrouwt op de eigen vruchtbaarheid, de eigen kracht van de aarde. "Hij slaapt en staat op, 's nachts en overdag, en onderwijl kiemt het zaad en schiet op." Het zwaartepunt ligt bij God en daar moeten wij het ook laten. Je kunt wel iets doen, en dat is: je openstellen voor Gods kracht, voor wat Hij doet. Verlies je je contact met God en met zijn kracht, dan ga je meer doen, dan ga je meer zorgen, meer praten, jezelf verdedigen, je waar maken, presteren, dan word je een 'Macher', zoals de Duitsers zeggen, iemand die het gemaakt heeft in de wereld. Carrière wordt gemaakt. Kinderen worden gemaakt. Doe je dat dan zelf? Nee, je krijgt het om carrière te maken, en kinderen ontvang je. Als je dat los ziet van God, dan wordt het een werken zonder verbondenheid met zijn zorg en dan verstikt het op den duur. Een werkheiligheid is onheilig werk met heilige middelen; het is een werk zonder de heilige Geest.

Het Rijk Gods heeft zijn eigen kracht. "Uit eigen kracht brengt de aarde vrucht voort." Het is niet op onze kracht aangewezen. Als je een instrument hanteert, een automaat of een machine, dan hoef je eigenlijk geen kracht te zetten, je hoeft je alleen maar te voegen naar de werking van het instrument, zodat het zijn eigen kracht kan ontwikkelen.

Dat is de eigenlijke boodschap van heel het evangelie. God komt. Hij wordt er niet bij geroepen, nee, Hij komt, zomaar, uit eigen beweging. Maar Hij komt wel vanuit een ander bereik dan het bereik van onze wereld, van onze aarde. Hij komt van buiten de menselijke geschiedenis, én Hij komt met eigen kracht, zodat wij niet, als het Rijk Gods eenmaal gekomen is, onze eigen kracht moeten gaan ontplooien.
Zoals het zaad wordt toegevoegd aan de akker, zo wordt het Woord van God van buiten deze aarde, van buiten de gemeenschap waarin ik nu sta, aan u toevertrouwd, zodat u het kunt ontvangen met de ontvankelijkheid van de heilige Geest.