Dinsdag in de derde week
  van het oneven jaar
               HH. Timotheüs en Titus, bisschoppen
                    Heilige Angela Merici, maagd


Eerste lezing: Hebreeën 10,1-10 [II 27];
Evangelie: Marcus 3,31-35 [II 28]


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

Eens kwam Jezus' moeder en zijn broeders,
en terwijl zij buiten bleven staan,
stuurden ze iemand naar Hem toe om Hem te roepen.
Er zat veel volk om Hem heen, dat het bericht doorgaf:
Uw moeder en uw broeders daarbuiten vragen naar U.
Hij gaf hun ten antwoord:
“Wie is mijn moeder, wie mijn broeders?”
En terwijl Hij zijn blik liet gaan over de mensen
die in een kring om Hem heen zaten, zei Hij:
“Ziehier mijn moeder en mijn broeders.
Want mijn broeder en mijn zuster en mijn moeder zijn zij,
die de wil van God volbrengen.”

Homilie  


Waaruit bestond de offerdienst van het Oude Verbond? Uit het bloed van stieren en bokken, brandoffers en zoenoffers, slachtoffers en gaven, we hoorden het zojuist in de eerste lezing voorlezen. In die opsomming valt op dat dat heel wat offers zijn, het is de moeite waard wat daar wordt opgenoemd, het is indrukwekkend. Het was dan ook een hele show, het gaf voldoening, je gaf ten minste iets! Het was een heel bedrijf.

Wat stelt het Nieuwe Verbond daar nu tegenover? De eigen wil. Bij alle offers offert men de eigen wil. Dat is wat Jezus leert. "Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.” In de eerste lezing van vandaag: “Hier ben Ik. Ik ben gekomen om Uw wil te doen.” En nog eens: “Hier ben Ik. Ik ben gekomen om Uw wil te doen." En toen er in de Hof van Olijven veel offers van Hem werden gevraagd, bracht Hij het centrale offer: "niet wat Ik, maar wat Gij wilt." Alle offers worden waardeloos als men daarin zijn eigen wil doet. En het allerkleinste offer wordt waardevol als men daarin zijn eigen wil offert. Brandoffers, zoenoffers daarvoor moet je geld hebben, daarvoor moet je talenten hebben. Dan zouden maar weinig mensen voor God kunnen offeren. Maar ieder heeft een eigen wil. En het mooie daarvan is dat dat offer verborgen blijft. Daardoor is het offer pas echt een offer waarvan de geur opstijgt naar God en naar God alleen. Je kunt niet zien of iemand zijn eigen wil doet. Je kunt niet zien of het iemand moeite kost om iets te doen voor een ander, of om een dagorde te onderhouden, maar dat is nu net het grote van uw offer, van het offer van u als religieuzen: de eigen wil afschrijven. Iedereen kan in elke omstandigheid voor God een aangenaam offer brengen. Voor Hem en voor Hem alleen.