Vrijdag in de derde week
  van het oneven jaar
                   
Eerste lezing: Hebreeën 10,32-39  
Evangelie: Marcus 4,26-34


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd zei Jezus tot de menigte:
“Het gaat met het rijk Gods als met een man
die zijn land bezaait;
hij slaapt en staat op, 's nachts en overdag,
en onderwijl kiemt het zaad en schiet op,
maar hij weet niet hoe.
Uit eigen kracht brengt de aarde vruchten voort,
eerst de groene halm, dan de aar,
dan het volgroeide graan in de aar.
Zodra de vrucht het toelaat, slaat hij er de sikkel in,
want het is tijd voor de oogst.”
En verder:
“Welke vergelijking kunnen we vinden voor het Rijk Gods
en in welke gelijkenis zullen we het voorstellen?
Het lijkt op een mosterdzaadje.
Wanneer dat gezaaid wordt in de grond,
is het wel het allerkleinste zaadje op aarde;
maar eenmaal gezaaid, schiet het op
en wordt groter dan alle tuingewassen,
en het krijgt grote takken,
zodat de vogels in zijn schaduw kunnen nestelen.”

In vele dergelijke gelijkenissen verkondigde Hij hun zijn leer
op de wijze die zij konden verstaan.
Anders dan in gelijkenissen sprak Hij niet tot hen,
maar eenmaal met zijn leerlingen alleen
gaf Hij van alles uitleg.

Homilie      

“Het gaat met het Rijk Gods.” … “Welke vergelijkingen kunnen we vinden voor het Rijk Gods?"
In dat soort uitdrukkingen, die ons uit het spreken van Jezus zijn overgeleverd, betrappen we Hem als het ware op het moment van de inspiratie. Hij zoekt hoe Hij de mensen iets duidelijk kan maken op grond van hun eigen ervaring, iets aan de hand waarvan zij zich dan een idee kunnen vormen wat het geheim van het Rijk Gods is. Het is zoiets als de vraag die wij wel eens stellen, luid of zachtjes, ieder voor zichzelf in zijn binnenste: 'Wat is het geheim van ons bestaan?' Al die mooie dingen die er van ons leven worden gezegd: dat wij met Jezus één lichaam vormen, dat we dezelfde Geest hebben en dat we nu al bekleed zijn met de heerlijke vrijheid van de kinderen Gods; dat we nu al in de hemel zijn, weliswaar verborgen, maar wel in de hemel, en dat we kinderen van God genoemd worden en het ook zijn, dat nu al aan ons geschiedt wat geen oog heeft gezien, wat geen oor heeft gehoord en wat nog nooit in een mensenhart is opgekomen. Hoe is dat nu allemaal te rijmen met wat we voor onze ogen zien? Zwakte, onmacht, alledaagsheid, gewoonheid. Het lijkt dan net of we maar een spel spelen, een toneelstukje opvoeren, dat we maar doen alsof.

Nee, zegt Jezus, dat is niet alsof, het is echt. En begint dat eigenlijk niet verdacht veel te lijken op wat jullie dagelijks met je eigen ogen kunt zien en waarover je je nooit genoeg kunt verbazen, namelijk wat er gebeurt als iemand gaat zaaien. Nu mogen we weten dat degene die dan aan het woord is de Schepper zelf is, dus Iemand die weet waarover Hij het heeft, maar die als kenner van het menselijk hart ook weet wat de mensen over zijn scheppingswerk denken. Trouwens, Hij heeft al heel dikwijls gehoord hoe zij hun verbazing uiten over de wonderwerken van de natuur. De psalmen staan er vol van. Het moet dus een heel diepe, vaste en levende overtuiging zijn waarop Jezus een beroep doet.
Wacht - zo moet het op dat moment in Jezus' hart zijn opgekomen - Ik weet nu waarmee Ik de mensen kan raken. Vroeger zeiden we dat in de liturgie, over de wonderen der natuur en de wonderen van de verlossing, bij de offerande in het Latijn: 'mirabiliter creasti', wonderbaar geschapen, 'mirabilius reformasti', nog wonderbaarlijker hersteld.

Hoe dikwijls heeft Hij zijn landgenoten niet hun verbazing horen uitspreken over het wonder van het zaad? Over hoe ze zaad in de akker strooien en hoe de akker er een tijd later bij stond als een wuivend korenveld. Als Jezus dat breeduit geschilderd en uitgewerkt heeft, roept er ineens iemand: Ja Heer, en met het mosterdzaadje is het nog veel sterker. Dat is het kleinste van alle zaadjes. Een paar jaar geleden gooide ik dat in mijn tuin ergens in een hoekje en ik wachtte af wat er van zou worden, of er nu weer zo'n wonder zou gaan gebeuren. Nu, jaren later, is het een grote boom met "grote takken zodat de vogels in zijn schaduw kunnen nestelen." En Jezus voegt dit verhaal toe aan zijn verhalenassortiment, aangedragen door een toehoorder, die door de heilige Geest, de Geest van Jezus, was geïnspireerd bij het luisteren naar de preek van Jezus.

Zo vult de heilige Geest ook in u het werk van de predikant aan. Dat geheim van het Rijk Gods - dat overal te zien is, zegt Jezus - zie dat nu ook in uw eigen leven. U verbaast zich over de kleinheid, de alledaagsheid, de gewoonheid, of de zwakheid van uw leven en uw samenleven, en de heilige Geest wil u opnieuw tot verbazing brengen over de grootheid van het werk, van het geheim van het Rijk Gods dat uit al dat kleine zoveel tot stand gaat brengen.